Categorie archief: Wisdom

Vreze des heeren

Parole, parole, parole…

“Waar moet ik dan precies bang voor zijn opa?”. De dominee had het steeds gehad over ” de vrees voor de toorn Gods”. Ik wist wat toorn was: een toren, zoals de kerk had. Ik wist niet wat vrees was. Opa was niet mee geweest naar de kerk. “vrees is angst, jongen, bang zijn” had hij uitgelegd. Maar waarom zou ik bang zijn voor God? “Het zijn maar woorden jongen. Bang zijn heeft niet zoveel zin”.

Het kwam steeds vaker terug. In preken, gebeden, psalmen, de bijbellezing van mijn vader voor het eten… Vreze. Iemand die in God gelooft heeft kennelijk redenen te over om bang te zijn.

It’s only words….

Ik ben nog eens gaan zoeken naar frasen en beweringen over ‘Vrees’. Je struikelt erover, de hele bijbel door. Pamfletten van kerken en dominees te over. Ik heb er hier een paar:

“…wat eist de Heere uw God van u dan de Heere uw God te vrezen, in al Zijn wegen te wandelen en Hem lief te hebben en de Heere uw God te dienen met uw ganse hart en met uw ganse ziel.”
Op de vraag Wie we moeten vrezen geeft de Schrift zelf antwoord. Het is de Heere die Zijn heerschappij over alles doet gaan….
Een dominee: “Het zijn ook Zijn ogen die op alle mensen gericht zijn. Niemand kan iets voor Hem verbergen, zelfs in het diepst van ons onderbewuste dringen Zijn ogen door, Alles ligt voor Hem open als een opengeslagen boek.
De naam HEERE duidt ook aan dat Hij Zich doet kennen als de God des verbonds, Die Zijn rechtvaardigheid èn liefde openbaart in de Heere Jezus Christus, de Zaligmaker van Zijn Gemeente. Die God moeten we vrezen. Dat is de boodschap van het Oude-en Nieuwe Testament.” en
“Hij is die God Die vreselijk is, de Heilige, in Wiens handen het vreselijk is te vallen”.
“Maar ook die God., Die in Christus verlost en zalig maakt. Die ook enkel liefde is en daarom Zijn eniggeboren Zoon zond in de wereld, opdat ieder die in Hem gelooft behouden zou worden. Wie zó Zijn liefde kent, als een heilige, rechtvaardige liefde, vreest de Heere”.
“Deze vreze des Heeren is het beginsel der wetenschap”.
Er wordt wat gesidderd in de bijbel, gebogen….

Kennelijk is God tegelijk liefde en de grote angstaanjagendheid zelve…. Vergeeft hij en is zijn wraak vreselijk tegelijkertijd.

Het heeft even geduurd voor ik de ‘toorn’ begreep, de wraak, de straf.
En veel talent voor angst had ik niet, als jochie. Ik begreep dat ik torens moest mijden, maar dat misverstand vervloog ook in onbevreesde wetenschap. Waar dat toe leidde was een soort twijfel, deugde ik wel? Zou ik niet verdoemd worden omdat ik niet bang kon zijn?  Was dat ‘vreze’? Vast niet het soort waar de Bijbel mee vol stond. Ik begon bang te worden dat ik verstoten zou worden omdat ik iets dat kennelijk zo belangrijk was voor gelovigen niet alleen niet kon begrijpen, maar ook onzin vond voor zover ik het wel begreep. Ik geloof niet dat ik er erg onder gebukt ging. Zo ergens rond de overgang naar de HBS heb ik het los gelaten 11 was ik, of net 12 misschien. Wat overbleef was grote verwondering waarom al die volwassen mensen zich braaf zondag na zondag lieten bang maken en volgieten met de vreze voor de HEERE.

Als ik nou een ding niet wou, was het dus geloven in een God waarvoor ik bang moest zijn. Vreze…. “De meeste mensen zijn braaf en gehoorzaam uit angst jongen…”. Opa weer. Ik wist het al. “En mensen die bang zijn doen domme dingen. Oorlog bijvoorbeeld. Onschuldige mensen vergassen….”.

Waarom denk ik hier nu weer aan?
De moeder van Maarten t Hart? vast…
De strijd tussen de synodalen, de bonders, de gewone hervormden en de evangelisten op de Zuidhollandse eilanden van Jan Brokken’s jeugd? Vast. Die boeken las ik pas.
is het de semi-fascistische onzin die ik Baudet en zijn volgelingen hoor uitslaan, Wilders, met zijn angst voor moslims? Vast. Angst en woede heersen in een deel van de wereld immers

Ik had die nuchtere opa. Die trouwens ook van die eilanden kwam. Sinds mijn elfde was ik door hem niet meer zo bevattelijk, geloofde ik dominees niet meer, vond ik de bijbel een boek vol tegenspraak….

Sindsdien geloofde ik in onbegrijpelijkheid en verwondering. In wat ik niet kon weten en begrijpen. Ik heb de angst wel leren kennen. Angst voor mensen en hun domheid, ja….. Vreeze voor een heere, nee.

Spiritualiteit — Niets

Els deed de deur open met een kat op haar arm. De Jehovagetuige op de stoep opende met ongeveer de volgende zin: “U houdt natuurlijk erg van uw kat en U denkt vast dat hij ook in de hemel komt. Nee. U misschien wel, als U de ware Jezus gaat volgen misschien”.
Later toen ik kippensoep stond klaar te maken realiseerde ik me dat ik over die kip/haan niet dacht in termen van, waar komt hij vandaan, waar gaat hij na de dood naartoe en wat betekent dat voor zijn leven? Kennelijk is het “logisch” om in zijn algemeenheid over de dood te denken als over een soort “niets”. Alleen over het eigen leven lukt dat niet.

Volgens mij is spiritualiteit de moed om de confrontatie aan te gaan met dat “niets”.
Zitten we voor onze geboorte in een of andere tussenvorm te wachten tot de tijd en onze gepredestineerde ouders zover zijn om ons te ontvangen? Of ontstaan we pas als de deling van de bevruchte eicel tot stand komt en is er daarvoor… niets….
Gaan we na de dood naar hemel of hel of een paradijs met maagden, worden verenigd met onze gestorven geliefden, is er een vagevuur, een tussenvorm, een parallel universum waar we voortleven, worden we beschermengelen van de nog levende geliefden, of is er …. niets… wat herinneringen van dierbaren, maar verder… niets…
Wat betekenen we zolang we leven? Hebben we een opdracht, karma? Moeten we als luiaards tot de mier gaan? Moeten we onze weg volgen en verantwoordelijkheid nemen? Of moeten we tot de mier gaan, wij ijdeltuiten, om te leren dat het individu niet telt in het leven van het volk? We zijn wat zo lang we er zijn maar we betekenen …. niets….
Zijn we God’s magnum opus, de top van de schepping, de rentmeester van God’s schepping? Of leven we als product van een toevallige evolutie op een onbeduidend planeetje dat rond een onbetekenend sterretje draait in een zonnestelseltje in een uithoek van het heelal en stellen we …. niets ….of daarom juist veel….. voor in het licht van en als kinderen van dat universum? Who do we think we are?

Ergens, zo rond het amfibie en het reptiel in de evolutie, is er iets ontstaan in het brein waar sturende informatie ligt opgeslagen over de relatie tussen het individu en zijn omgeving. Hoe groot we zijn en hoe snel, hoe ver we kunnen gooien en springen om een prooi te vangen. Wat groter en gevaarlijk is. Het is voor 99% onbewust, zowel de info als het gebruik ervan. Daardoor zien we de omgeving altijd in relatie tot onszelf en andersom. We kunnen ons niet wegdenken uit het verschijnsel “omgeving”. We zijn genetisch gebouwd om onszelf niet weg te kunnen denken. Als we ergens naar toe gaan komen we ergens vandaan en als we ergens vertrekken gaan we ergens naartoe. Dat “niets” dat zo logisch is als het gaat over het spirituele leven van dieren is niet te bevatten als het over onszelf gaat en voor erg veel mensen zelfs behoorlijk beangstigend. Ik blijf dat een mooie paradox vinden: wat we als het meest logisch zouden moeten zien, kunnen we niet denken en maakt ons bang. En we vinden dus voortdurend geloven uit om die angst weg te nemen en ons voortbestaan na de dood en de zin van het leven voor de dood te garanderen. In die zin is geloven het einde van de spiritualiteit zoals ik dat zie: je gaat de confrontatie met dat overweldigende, onvatbare niets uit de weg. Veel mensen die dichter bij de dood komen kunnen die confrontatie niet echt meer omzeilen en gaan twijfelen, voelen angsten, stellen zichzelf vragend gerust.  Wat ik vreemd vind is dat de vertegenwoordigers van “het geloof”, welk dan ook, vaak juist bij dat soort momenten aanwezig zijn, maar tegen de mensen om de oude stervende mens heen de geruststelling blijven brengen. De twijfel weghouden, de angst niet duiden, de nabestaanden niet helpen om hun eigen spirituele pad te gaan.

Veel mensen geloven niet meer en dat zou in mijn definitie van spiritualiteit grote kansen moeten scheppen voor een spiritueel leven. Maar, slechts weinig mensen nemen de tijd en de gelegenheid om zich met zichzelf te confronteren, laat staan met het niets. We zijn verknoopt met telefoon en tablet, zoeken voortdurend prikkels en erkenning…. Ik had de zee nodig, en later de Grand Canyon, en nog later de mededeling dat ik kanker had, al ben ik daar nu van gerepareerd. Om tijd te kunnen nemen, om nietig, nietsig, niets te kunnen worden. Om dat centrumpje in de hersenen waarin we onszelf altijd in onze omgeving zien te ontregelen en “open”  te kunnen raken.  En toch lukt dat nooit. Ik kom alleen af en toe in de buurt. En dan is er altijd zowel een soort drijvend zwelgen in een besef van eenheid met alles (we zijn dan in mijn visioen een soort tijd- en plaatsgebonden manifestatie van het universum en dat voel ik dan ook zo, en dat is “verre van Niets” maar juist bijna alles) als een pijnlijke leegte rond het middenrif waarin klinkt dat het allemaal voor niets was, niets heeft voorgesteld… Een soort pijn die vergelijkbaar is met wat je voelt als er pijn uit je jeugd langs komt, de zich herhalende onoplosbaarheden en oneerlijke momenten die zich ergens verankerd hebben. Ook dat is trouwens de moeite waard om af en toe bij stil te staan. Want die pijn kleurt later de liefde die je geeft en krijgt. Later meer….

Hineni en waardigheid

Hineni, ‘hier ben ik’, het antwoord van Abraham als God hem roept en hij klaar staat om zijn zoon te offeren. Iets anders dan hoe we de telefoon opnemen, of ‘Ja, wat is er en wat mot je’…. Hineni gaat over “ik ben” op een diep zijnsniveau.
“Hier ben ik”, het laatste boek van Foer dat ik nu aan het lezen ben. Zo’n boek over Joden in Amerika, dat met een zekere luchtigheid en spot lijkt geschreven, maar intussen stelselmatig blootlegt dat wij mensen eigenlijk gewoon niet weten hoe te leven. Hier ben ik. alsof erna alleen een bedremmelde stilte past. Een stilte die zegt dat je niets weet…
Leven we om te leven? En doden we desnoods om in leven te blijven? Leven om een rechtvaardig leven te leiden, is rechtvaardigheid het waard om voor te sterven (en te doden)? Als je het oude testament leest zou je zeggen van wel. Als je nadenkt over de mensen die bereid waren hun leven te geven voor de bestrijding van het Nazisme, zou je denken van wel. Leven we om lief te hebben, of om dat te leren en te proberen? Als je het nieuwe testament leest (maar dat komt in Joodse boeken nauwelijks voor) zou je zeggen van wel.

Midden in het krijgen van dit soort gedachten over een dik boek, stuurde onze vriendin Annemarie een mail over een blog waarin ze het begrip “menselijke waardigheid” centraal stelde. Met de vraag “In crisis en conflicten versmalt onze blik….de draden van ons lot raken verward en kunnen makkelijk breken. Hoe herkrijgen we dan onze menselijke waardigheid?”. Hineni Annemarie, er volgt nu een bedremmelde stilte….
………

Ik weet niet goed wat dat is, menselijke waardigheid…. Om met de eerste alinea te spreken, gaat het om puur “zijn” en is dat “bewust zijn”, of leidt juist dat bewustzijn af van wat “zijn” is? Of, het begrip waarde in waardigheid zegt dat misschien al, herkrijg je pas je waardigheid als je je leven in dienst stelt van een waarde als rechtvaardigheid, liefde, eerbied voor en geloof in een God, of zoals het in het Midden-Oosten vaak wordt begrepen, de eer van waar je bij hoort, “not loosing face”…

Annemarie zette haar vraag midden in het spanningsveld van conflicten en crises. Mijn primaire reactie verwijst wel wat naar waarden als liefde en rechtvaardigheid. Mensen die ik op dit moment als beslist onwaardig wens te (blijven) zien, zijn mensen die het voortbestaan van de planeet in de waagschaal stellen uit eigenbelang en economisch gewin, mensen als Trump, Kim en Erdogan die bereid lijken het leven van velen op het spel te zetten ter verheerlijking van hun eigen ego. Er zijn meer voorbeelden te geven. Er zijn grenzen aan de wijze waarop ik vind dat ze bestreden moeten worden maar die hebben te maken met mijn waarden en niet met hun waardigheid.

Maar er is meer. Ik heb geprobeerd om, vaak en oprecht, te werken vanuit het begrip “Dialoog”. Dialoog is “de kunst van het ‘samen denken’, ook en vooral op momenten dat belangen en zienswijzen over de situatie sterk verschillen”. In normale situaties leven we vaak zo dicht mogelijk langs dat soort verschillen heen, omdat het blootleggen pijnlijk is, machtsstructuren blootlegt en dus continuïteit in de waagschaal stelt, etc. Dat doen we lang totdat ‘de pijn van het zwijgen groter wordt dan de pijn van het spreken’. Dan is het de kunst om oordelen op te schorten, antwoorden op te schorten, je te verdiepen in de belangen, de positie, de zienswijzen van de ander, je te verdiepen in de bron van haar gedrag, over en weer, en vervolgens samen te gaan zoeken naar de vraag of er iets is dat de tegenstellingen kan overstijgen of oplossen en verbinden. Maar ik heb ook geleerd dat er een grens is, een grens aan de effectiviteit ervan. Die grens heeft te maken met waarden, met integriteit. Dat luisteren en onderzoeken maakt kwetsbaar en wie kwetsbaar is, is te misbruiken. Ik heb het zien gebeuren dat een narcistisch en opportunistisch leider vervolgens zijn mede-zoekers en dialoogpartners eruit wist te werken op basis van wat hij leerde over hun werkelijke motieven en zorgen. Dialoog is een manier om in waardigheid uit conflicten en crises te komen, maar veronderstelt een minimum aan waardigheid op voorhand. En een begeleiding van het proces van dialoog dat is gebaseerd op waarden…

Maar als ik het woord “waarde” in waardigheid letterlijk neem… Wat is de waarde van een. of beter “De mens”? Zoals ik al eens eerder met enige relativering schreef: “De mens is een betrekkelijk toevallig ontstane op koolstof gebaseerde vorm van leven op een lullig planeetje behorend bij een minuscuul sterretje in een derderangs sterrenstelseltje in een uithoek van het universum? Een levensvorm die zichzelf zo belangrijk vindt dat hij een God/Schepper heeft uitgevonden die op hem lijkt. Hij is in zijn eigen ogen het grootste en hoogste wat die God heeft geschapen, God’s Magnum Opus, Hij schiep een God die hem op voorhand al zijn onvolkomenheden vergeeft en daarbij vergeet hij dat hij daarmee diezelfde God als bron heeft neergezet van al die onvolkomenheden. Kortom een wezentje in het licht van de tijd en het universum zonder enig belang is en van alle begrip van wat er eigenlijk “is” gespeend lijkt. Voor wie en wat hij werkelijk is heeft hij in een laat stadium van zijn evolutie een woord uitgevonden dat hij niet op zichzelf betrekt maar op anderen: een narcist… dus”. Eigenlijk heb ik met dit besef van nietigheid in tijd, ruimte en betekenis (als dat ‘betekenis’ al iets is dat bestaat en niet door ons is uitgevonden om nietigheid te kunnen verdragen) meer dan met waardigheid. Ik kan beter leven met de nietige in mij dan met de narcist, met ‘de geslaagde waardige’. Alleen, datzelfde besef van nietigheid gaat gepaard met een grote verwondering voor het vermogen dat ik, als mens, en dus zal ik de enige niet zijn, heb om die grootsheid waar tegenover mijn zijn niets dan nietigheid wordt, te bevatten. In mijn ogen gaat waardigheid in essentie hierom, het gelijktijdige besef van nietigheid en ervaren van grootsheid. De rest is flauwekul. Liefde en rechtvaardigheid, compassie, broederschap, niet of minder of ook?

Als ik de ‘waardigheid’ moet zien van Trump en Kim, van Jan Roos en Thierry Baudet, van neofascisten en klimaatontkenners…. dan kan ik dat eigenlijk alleen goed als ik ze strip (zoals ik vind dat ik mezelf moet strippen om mijn waarde en waardigheid te vinden van allerlei ego-onzin) van de waardigheid die ze zichzelf toekennen als wereldleiders, als intellectuelen nieuwe stijl, als heruitvinders van democratie en beschermers van hun volk tegen vreemde smetten. Zoals ik mezelf probeer te strippen van de verhalen die tot zelfverheerlijking en schade voor anderen leiden, moet ik, om hun waardigheid te zien ze van hun verhalen strippen. Verhalen waarvan ze waarschijnlijk zelf vinden dat ze juist hun waarde uitmaken. De ander in ‘zijn waarde laten’, kan dat dan? Kan dat, als die waarde een egocentrische luchtballon vertegenwoordigt? Uiteindelijk in essentie flauwekul is? Of zelfs, zoals in de tweede wereldoorlog bleek, zo slecht en gevaarlijk dat het de moeite waard is om je leven te geven in de strijd ertegen?
Kortom, ik eindig weer, zoals zo vaak, in een treurige contradictie. Hineni en een bedremmeld zwijgen past niet alleen mij, maar een ieder…., nee laat ik het maar bij mezelf houden. Hineni….