Categorie archief: (eigen)wijs

Subtiele beheersing van het volk

Misschien zijn de twee boeken die me het meest hebben ‘bepaald’ (zoals bijvoorbeeld mijn beroepskeuze) wel 1984 en Brave New World. Later kwam daar Marcuse’s One Dimensional Man bij. Boeken die voor mij gingen over twee thema’s namelijk de beheersing van het gedrag van de massa door de elite en het tweede, misschien zelfs een laag dieper, de verhouding tussen ethiek en eigenbelang van de beheersende elite.

Als het gaat over beheersing en beïnvloeding, gaat het eerst over beheersbaarheid en beïnvloedbaarheid. Waar zitten de knoppen, de haakjes. Er zijn twee soorten knoppen. Naar dingen die we willen en naar dingen die we niet willen. Bij de knoppen naar de gewenste toestanden kom je al snel in de buurt van de zeven hoofdzonden en dergelijke. Bij hebberigheid, geilheid, ijdelheid, gemakzucht, vergetelheid willen, geen verantwoordelijkheid willen, erkenning zoeken.
De tweede soort zijn de toestanden die we niet willen. Onze angsten voor sociale isolatie en afkeuring, maar ook voor pijn, straf. Voor afpakken van privileges en bezit.
De trucs die erin werden gebruikt waren de trucs die te maken hebben met het onder de oppervlakte levend houden van de bekende angsten en tegelijkertijd leveren van gemakkelijke beloningen, voorspelbaarheid en zekerheid en een gevoel je beschermd te weten. En met de social media zijn de beïnvloedingsmogelijkheden accelererend snel vergroot

Voor mij tekenden die boeken iets wat mij op twee niveaus raakte. Namelijk een soort weerstand, nee, woede zelfs misschien, tegen manipulatie op persoonlijk niveau en maatschappelijk niveau. Logisch, gezien de indringendheid van die boeken, een soort alertheid, wantrouwen tegen dat wat mij drijft tot al dan niet gehoorzamen en consumeren enerzijds en anderzijds, de helden in dat soort boeken zijn eenzaam, hebben een zware verantwoordelijkheid. Wat trek je naar je toe, roep je over je af, als je jezelf probeert minder beheersbaar te maken dan de anderen? Ontstaat er dan ook verantwoordelijkheid voor anderen in je directe omgeving? Maar, het tweede niveau, heeft die behoefte aan zelfstandigheid en onbeïnvloedbaarheid ook iets moreels? Moet eigenlijk niet iedereen meer ruimte hebben om zichzelf te zijn? Vecht je voor jezelf tegen het systeem of omdat het systeem gewoon voor iedereen slecht is? En wie zegt dat je daarin recht van spreken hebt? De schrijvers van die boeken vonden dat in ieder geval wel. En ik eigenlijk altijd ook. Iedereen heeft het recht om te zijn wie hij is.

En daar begint die ethische dimensie. Zo’n 100/150 jaar geleden begon de grote ontkerkelijking, langzaam, maar zeker. Marx en Darwin tekenden een niet-bijbelse wereld. Nietzsche verklaarde God dood. Atoomfysici vonden krachten die we niet kenden. Astronomen ontdekten de oerknal als tegenpool van de schepping en de relatieve onbenulligheid van het planeetje aarde en daarmee van het leven daarop. Bio-chemici ontdekten harde relaties tussen onze emoties en chemische stofjes. Freud ontdekte een onbewust leven waarin driften een hoofdrol speelden. Maar met die daaruit voortvloeiende twijfel aan de bijbel en de simplismen in het oude geloof onttakelde ook langzaam een bouwwerk waarin de elite niet alleen via kerk en geloof die subtiele beheersing vormgaf, maar ook het ethisch raamwerk dat aan het gedrag van die elite remmen oplegde. Niet dat die elite zich aan die ethiek altijd even netjes hield, maar er was een breed erkende stroom in onze westerse wereld, waarin we rentmeesters over de aarde waren en onze broeders hoeder.

Bas Heijne maakt zich al jaren druk over wat er in de verlichting aan moreel kader in de plaats kwam van die oude ethische kaders, Bijvoorbeeld Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Dat zijn kaders die zowel de gewone man als de elite omsluiten. Maar wat als de huidige elites mondiaal een andere, meer voor hen prettige en meer rationele balans zoeken tussen eigenbelang en maatschappelijke ethiek? Wat nu, als de elites zo weten te manipuleren dat ze buiten de machtsvingers van de (lokale) democratie kunnen blijven door mondialisering? Wat nu als ze zorgen voor meer vrede en veiligheid, meer gezondheid aan de ene kant, maar aan de andere kant alle groei aan vermogen, inkomen en machtsmogelijkheden bij zichzelf laten cumuleren? De gewone man gaat er in het westen sinds 1980 qua inkomen nauwelijks op vooruit. De verzorgingsstaat die na de tweede wereldoorlog ontstond erodeert, terwijl de rijken rijker worden en steeds meer ongrijpbaar dreigen te worden. En zoals Rutger Bregman mooi duidelijk maakte, geen belasting betalen maar hun imago met zorgvuldig publiek gemaakte schenkingen aan goede doelen overeind houden? Wat gebeurt er dan? Heeft de beheerste massa dat niet langzamerhand allemaal door? En  welke kanalen worden er dan gevonden voor de daarmee samenhangende onvrede? Er zijn gele hesjes. Er zijn opwellingen van fascistoïde ontsporingen van oud gedachtengoed. Marginaal, ongestructureerd, niet verenigd door een held en waarschijnlijk ook niet verenigbaar. De tijd dat ik nog puberaal droomde van een heldenrol is al even voorbij. Maar, Trump cs als onbenullige belichaming van de gevolgen van een ontspoorde elite en afgebladderde morele tegenkracht als de sociaaldemocratie kloppen aan de poort. Wacht ons een nieuwe maatschappelijke ontwrichting als die in Italië en Duitsland in de vorige eeuw?

Het leidt nu tot een wat dubbel gevoel. Enerzijds. plat gezegd, lekker puh, maar goed ook, dit kan niet zo doorgaan en de elites hebben het aan zichzelf en aan hun gebrek aan beteugeling van hun eigenbelang te danken. Anderzijds, ergens een stille hoop, dat het opknappen van een deel van die oude calvinistische moraal en van de sociaaldemocratische betrokkenheid bij de armen en machtelozen, bij de zwakken en het zwakke, zoals het klimaat en de biodiversiteit nog kan. Zonder bloedvergieten en ontwrichting. Maar in een wereld waarin de techreuzen er vlekkeloos in slagen om ons in onze eigen bubbels gevangen te zetten…. Nee, die bijna natuurlijke maatschappelijke solidariteit, nee… de kans is klein

Wie is het die mij verzint?

“Haar geheugen is overwolkt door duisternis en onwaarheid, en beweegt zich louter via verzinsels naar samenhang”.
Mooie zin. Hij komt uit “Het enige verhaal” van Julian Barnes. Ik kreeg het van goede vriend Ronald alsof hij wist dat ik van Barnes hield maar dit nog niet gelezen had. Nee, wist ie niet. Het boek beschrijft, vanuit de jonge man, het verhaal van een relatie tussen een 19 jarige jongen en een 48 jarige vrouw, die jaren duurt en waarin de vrouw langzaam (onontkoombaar?) aan alcohol ten onder gaat.
Maar de vraag is, is de enige onontkoombare waarheid in die zin (…beweegt zich louter via verzinsels naar samenhang) niet wat universeler dan alleen voor Korsakow-patiënten?

In “uit het leven van een hond” tekent Kollaard een Henk, IC-verpleger, die in discussie is over, zich afvraagt of, we meer zijn dan “spul”, spieren botten, zintuigen, organen en zenuwen. Is het hart alleen een pompende spier of het huis van emoties en verbinding? Wat houdt een mens bij elkaar? Ja de huid. Maar als je sterft lukt dat de huid ook niet meer. Wat ons bij elkaar houdt is “Leven”.
Maar wat is dan “leven”?
Volgens biologen, inmiddels, als ik het nog goed heb tenminste, leeft iets wanneer:
+ er een voortdurende uitwisseling is tussen het “lichaam” en de omgeving van materie en energie. En het “lichaam” zich op deze wijze in stand houdt. Dat is bij de aarde ook het geval, maar leeft Gaya dan?
+ er een potentie en een periodieke wil is tot vermenigvuldiging, voortplanting. Dat is bij de aarde dan weer wat complexer
+ er reflexen zijn die te maken hebben met “overleven” of verzet tegen het einde van dat “leven”.
We glijden bij deze criteria geleidelijk van “pomp” naar het hart als bergplaats voor de ongrijpbare wil tot leven…. naar???

Maar de mens is niet alleen fysiek een zak (huid) spul (spieren, botten, etc.). Ook psychisch zijn we een mooie verzameling van reacties en denkbeelden. We spelen dagelijks meerdere rollen en gedragen ons daarin meestal niet erg consequent. Een scheidsrechter is op het veld strakker met regels dan thuis bijvoorbeeld. Maar je gedraagt je ook erg verschillend tegenover verschillende mensen. Toen mijn schoonvader overleed heb ik met verwondering gekeken hoe mijn schoonmoeder achtereenvolgens reageerde op de dominee, de begrafenisondernemer, de collega’s van mijn schoonvader, haar kinderen, de dokter…. het was een kaleidoscoop aan gedrag van sturend tot passief, van sterk tot zwak.
Ik weet dat de Bommelkreet “Altijd dezelfde” voor mij niet opgaat. Ik ben een ander mens dan toen ik puberde, dan toen ik aan mijn carrière begon, dan voor de prostaatkanker. Wat is het, niet de huid, niet het “technisch definieerbare leven” dat die zak aan emoties, denkbeelden, geheugenflarden, visies op schoonheid en waarde, bij elkaar houdt?
Toch verhalen, verzinsels? Toch dat stukje hersens waarin je een zelfbeeld opbouwt en een daarmee samenhangend beeld van je omgeving? Toch dat geheugen dat veelal bestaat uit al dan niet juiste bevestigingen van dat beeld?

Ik denk wel eens dat ik niet besta. Dat er iets is, een soort “ijl mezelf” dat mij verzonnen heeft, mijn leven, mijn vrouw, vrienden, kleinkinderen en grootouders, kinderen en ouders. Dat de aarde verzonnen heeft, de mensheid, de natuur, het universum, wiskunde, Einstein, politiek en televisie. Er is iets, iets dat ik bij gebrek aan beter maar ergens in mijn lichaam plaats, dat pendelt tussen hersentje en hartje, dat me probeert wijs te maken dat “ik” belangrijk ben en mijn liefde voor mensen en natuur. Ik kan er eigenlijk niks tegen inbrengen, behalve dat het net zo lullig voelt, maar dan aan de andere kant van het continuüm, als het hart puur als pomp. Knijpen helpt niet. Die pijn kan ik ook in mijn ijle staat verzonnen hebben.

Als ik terugkijk op mijn leventje, gravend in geheugen en foto’s als anachronistisch geheugensteuntje (een papiertje in het hier en nu dat moet helpen om oude werkelijkheden terug te halen? Vergeet het), wat is dan (nog) “waar”?

Wat zijn we meer dan…. hebben we meer dan…. ons verhaal?

“…. en beweegt zich louter via verzinsels naar samenhang”. Wie is het die mij verzint?

Levenscrisissen

Elk een beetje normaal leven, en dan bedoel ik een leven dat niet geteisterd wordt door rampen als ongeneeslijke ziekten, verlies van partners of kinderen, etc. kent een aantal moeilijke fasen, momenten waarop alles los lijkt te zitten: de puberteit, de overgang/midlifecrisis en de ouderdomscrisis.
Die crises worden in ieder geval getypeerd door een afwezigheid van voorspelbaarheid en vanzelfsprekendheid. En als je over van alles tegelijk plotseling diep moet gaan nadenken en je daar niet zomaar de vermogens, de begrippen en de ervaringskaders voor hebt wordt dat lijden.
En die crises hangen ook samen met wat er gebeurt in een aantal domeinen. Domeinen die ik soms als concentrische cirkels teken, soms als taartpunten, daar ben ik nog niet uit.
Het eerste domein is ego, zelf, lijf. In de puberteit verandert daar veel. Geslachtrijpheid, genderkeuze, verliefdheid waarin je jezelf kunt verliezen, bewustzijn van schoonheid, kritiek op of ontevredenheid met dat veranderende lijf, etc. Er ontstaat veel meer bewustzijn van en dus daarmee ook onzekerheid over identiteit.
Het tweede domein is je thuis. Je relatie met je ouders verandert fundamenteel, je maakt je los. Je wilt nooit zo worden zoals zij. En wie zijn zij eigenlijk dat ze denken dat ze voor je kunnen denken. Je thuis wordt van een veilige plek iets dat in ieder geval veel ambiguïteit oproept.
Het derde domein is het domein van het serieuze leven. De school in je puberteit, je werk later. School is stom. Leraren zijn stom, je vrienden en medeleerlingen hebben oordelen over je, waar wil je bij horen? Lukt het je om op de voor jou ideale school te komen? Kan je eigenlijk wel kiezen tussen die stomme vakkenpakketten? Hoe kleed je je dan?
Het vierde domein is het niet serieuze sociale leven. Heb je wel vrienden, zien de mensen die jij bewondert jou wel staan? Hoe gaat het eigenlijk met jou op sport, of pianoles?
Het vijfde domein heeft te maken met de grote wereld, de klimaatcrisis, de vluchtelingen, Rutte of Trump of Jesse, zijn er wel banen, is het wel eerlijk verdeeld?
Het zesde domein heeft te maken met zin of spiritualiteit. In mijn puberteit was dat een groot issue, me losmaken uit de benauwing van het gereformeerde leven en die malle onlogische dogma’s over het leven. Wat zijn de moderne vormen daarvan?
Het spannende van zo’n levenscrisis is dat in de periode die ermee gemoeid is (al gauw anderhalf jaar, soms langer) al die terreinen aan bod komen, vaak een aantal tegelijk, soms alle tegelijk.

De tweede crisis, de midlifecrisis (van de overgang blijf ik als man maar af), kent een vergelijkbare dijkbreuk waarbij alle domeinen onder water komen te staan. De leeftijdsfase van voor in de twintig tot rond de 45 is een periode die te maken heeft met “het maken”. You are in a way on top of things. Je maakt carrière, je sticht je gezin, misschien koop je een huis, een auto, je maakt die vakantie naar China, Cuba of de Grand Canyon. Je hebt ideeën die ze overnemen op je werk, je hebt de vrienden waarmee je naar het voetballen gaat, je kunt tegen drank en dus ga je als er een feest is nog gewoon uit je dak. Je weet op welke partij je moet stemmen of je bent er zelfs lid van. Je weet hoe het leven gaat en dan ineens… worden je ouders ziek en komen de kinderen in zo’n soort puberteit met spijbelen en blowen en verkeerde vriendjes, krijgt die ene klootzak op je werk de baan die jij wou. En dan blijkt dat je niet on top of things bent. Je dacht dat je het onder controle had, “maar controle blijkt een illusie” . De midlifecrisis is een crisis die te maken heeft met het besef dat je niks onder controle hebt, dat je zelfbeeld, je beeld over thuis en werk en vrienden niet kloppen. Je partij wil dingen die niet deugen. Jouw beeld van je zelf van een mens die zijn eigen ontwikkeling, zijn eigen leven onder controle heeft, de opvoeding van zijn kinderen op een rijtje heeft, klopt niet. Misschien ben je wel net zo’n lul als je vader geworden, die vader die nu trouwens aftakelt, voor je ogen van een eigenwijze lul verandert in een afhankelijke oude man… waarvan je houdt, maar heb je daar wel tijd voor, de vanzelfsprekendheid is weg, en jij als middelpunt van dat heelal dat die vanzelfsprekendheid onder controle had…. Jij moet in iets veranderen dat je nog niet kent en je angst inboezemt. En intussen zie je de minachtende blikken van je kinderen en dat collega’s je voorbij lopen… Je wordt te zwaar. Van twintig meter rennen al buiten adem….

De meeste mensen komen uit die crisis met een besef dat de wereld niet om hen draait, maar hoogstens om wat zij voor anderen kunnen betekenen. “Van ego naar alter” luidt het adagium. De ander is in control over haar eigen leven, niet jij als vader, echtgenoot of baas. Wat kan jij doen om dat leven beter … veel mensen leren dat succesvol en zijn daar midden vijftig op hun best in. En dan nadert het moment dat het leven in het tweede domein naar het einde loopt.
Over de senioritycrisis moet ik eigenlijk niet schrijven want het meeste zal nog wel moeten komen. Ja voor sommigen begint het als ze op hun werk merken dat ze al niet meer serieus worden genomen, als te traag worden gezien, als te behoudend, inflexibel en tegen veranderingen, niet meer mee kunnen in de digitale revolutie. Als ze het gevoel krijgen te worden gedoogd en dat anderen de dingen overnemen die tempo of kracht vragen.
Voor weer anderen begint het als het verval van het lijf hard aan de oppervlakte komt en er blijvende kwalen ontstaan. Of met het empty nest thuis. Als de kinderen uitvliegen naar het buitenland of andere steden en je je kleinkinderen nooit ziet.
Of het komt als je die droom over “reizen met zijn tweeën” niet kunt betalen of aankunt door de gezondheid. Of terugkijkt en je afvraagt waar je het allemaal voor hebt gedaan… als je ziet dat je niet meer begrijpt waar de politieke dynamiek toe leidt of als je je zorgen maakt over de wereld waarin je kleinkinderen moeten opgroeien. Maar ik vermoed…
… dat de grootste klap die mensen naar de senioriteitscrisis leidt het begrip “afhankelijkheid” zal zijn. Dat je niets meer bij te dragen hebt en jezelf niet meer redden kunt. “Overal” hulp voor nodig hebt. Dan stort het zelfbeeld in. Het tweede en vierde domein stroomt leeg, je vrienden overlijden. Werk, het derde domein, heb je niet meer, vrijwilligerswerk is niet meer mogelijk. Wat is dan nog “zin”? En O ja, er is nog een kleinigheid, het einde, de dood. Toen ik twintig was riep ik al: “Ik weet maar een ding zeker, en dat is dat ik dood zal gaan. De dood is de enige zekerheid in het leven”. Makkelijk, als die dood nog statistisch en qua ervaren aanwezigheid ver weg is. Geen realiteit is, behalve voor oude anderen. En dat ben je dan nu zelf. Geeft de dood het leven dan nog steeds zin en zekerheid? Het wordt steeds meer van een “intellectuele paradox” een soort “omvattende en daardoor ongrijpbare paradox”. Dingen zijn slecht te zien als ze te dichtbij komen.

De eerste twee crisissen ken ik uit ervaring. Ik zie het deels ook bij de jongere generatie om me heen. Het begin van de derde ook. Ik ben nog lang niet bij het dieptepunt. Maar ik heb genoeg oudere mensen om me heen om hem te kunnen ruiken. Mensen die hun partner verloren, die hun kinderen nauwelijks nog zien. Te weinig het huis uit komen, vereenzamen. Op de dood wachten. al dan niet verzoend.
Kortom, van de ontdekking van je “identiteit”, via de ontdekking van de illusie van “controle” naar de ontdekking van de “afhankelijkheid” en de onbegrijpelijkheid van het einde. Ik ben nu al bang van die afhankelijkheid. Dat wordt wat…
Klopt dat en is that what life is about?