Categorie archief: (eigen)wijs

Markt, macht en wijs beleid

Op de middelbare school heb ik geen economie gehad. Tijdens mijn studie leerde ik van Bas de Gaay Fortman dat we een soort mengvorm hadden van de vrije-markt-economie en de geleide als de Sovjets. Ik herinner me het als een vraag van mij, hardop gesteld tijdens het college. Beetje uit ongerustheid: “mengen betekent dat de verhoudingen nogal kunnen wisselen, 10:90 is gemengd, 80:20 ook. Kunt u iets meer toelichten wat optimaal is, en waarom?”. Ik wist dat ik geen econoom zou worden. Uit andere overwegingen, sociologische, sociale, kwam de vraag voort, Ik herinner me niet of er een zinnig antwoord kwam. Het ging erom dat overheden wel konden corrigeren en bijsturen, maar ze mochten niet de sturing van de markt weghalen… En eigenlijk heeft deze metavraag naar hoe we ons organiseren mij mijn hele verdere leven geboeid.

Op dit moment is er een serie artikelen in de NRC over de stand van het kapitalisme, met het neoliberalisme dat daar als filosofie onderligt en waarin men wil dat de onzichtbare hand van de markt zoveel mogelijk zijn gang kan gaan. En er blijken nu ook nogal wat economen zich bewust van de scheurende gevolgen van de mondiale vrije markt. Kapitaalvlucht en belastingvlucht, stagnatie in de inkomens van de middenklasse, absurde verschillen tussen arm en rijk, een zich bij voortduring sterk zelf-verrijkende laag van topmanagers en groot-aandeelhouders, verlies aan invloed van de factor arbeid, consumentisme en egocentrisme bij de consument en burger, afkalvende overheden. Het blijkt dat er nu dus ook economen zijn die hun vak opnieuw willen doordenken, die pleiten voor meer invloed van overheden op de markt, scherper spel rond belastingen van rijken en internationale bedrijven…. Het kapitalisme wordt niet ten grave gedragen -als het dat al niet zelf doet door zich op te blazen in greed of the top- maar wel bijgestuurd, aan banden, een beetje… Het leidt er zelfs toe dat er weer economen zijn die afwillen van het kwantitatieve model-denken, terug willen naar Keynes, etc. Maar daar gaat dus om de vraag hoe de economie draait, om een economisch optimum, en hoe nadelen te verzachten, niet primair om de vraag wat maatschappelijk optimaal is

Op het moment dat in Engeland, Amerika en Nederland “de derde weg” begon op te komen, een poging om het marktdenken en de overheidslogica te integreren, Blair, Clinton en Kok, als relatief progressieve en linksige politici overheidsbedrijven en overheidstaken in de uitverkoop zetten, kreeg ik argwaan. Ik had uit mijn gesprekje met Bas dGF ergens een hoop op balans tussen markt en staatssturing overgehouden en die balans verdween. Er begonnen in mijn omgeving mensen te signaleren dat ik steeds linkser werd. In tegendeel. Maar als links zo’n ruk naar rechts maakt, kom ik vanzelf een beetje aan de buitenkant….

In mijn wereldbeeld was het zo, dat ik vond dat de overheid en vooral de politiek er was om een paar maatschappelijke taken te doen, naast openbare orde en de verdediging van de landsgrenzen:
pacificatie: zorgen dat we elkaar niet de hersens inslaan als we hetzelfde willen hebben of het met elkaar oneens zijn. Dat kan door een verbale manier van elkaar afmaken: win/loose, of het debat, het kan ook door samen naar oplossingen te zoeken en het conflict met dialoog te overstijgen. Sinds de zuilen weg zijn gaat pacificatie gepaard met verbaal geweld en massa-beïnvloedingsmechanismen met als absurdistisch toppunt discussies over wat fakenews is…
zorgen voor collectieve voorzieningen: wat dat is? er was een tijd dat het maken van wapens een overheids-monopolie was. Nu zijn allerlei nutsvoorzieningen naar de markt gebracht en mag er winst gemaakt worden op zorg, volkshuisvesting en onderwijs, hebben speculanten de markt voor goedkope woningen in handen…
de boel bij elkaar houden, dat wil zeggen dat de zwakken en achterblijvers erbij blijven horen, mee kunnen als ze ook al dan niet tijdelijk niet voor zich zelf kunnen zorgen. We willen geen ghetto’s en slums, we willen dat mensen kunnen lezen en niet doodgaan van de honger, mee kunnen doen. En tegelijkertijd ervoor zorgen dat de voorhoede ook voorhoede kan blijven, gestimuleerd wordt tot innovatie, zodat die voorhoede niet vertrekt en de achterhoede volledig in de steek laat.
– in de laatste plaats noem ik hier, dient de overheid ervoor te zorgen dat we in de maatschappij in de wet verankerde instituties hebben, mechanismen en waarborgen, die ervoor zorgen dat het maatschappelijk verkeer rechtvaardig verloopt. Daarom hebben we “het huwelijk”, de eigendomsregels, de notaris, de SER, de Voedsel en waren Autoriteit, de onafhankelijke rechter en waarborgt de staat ook de toegang tot die instituties. Als die instituties uitgehold raken, geloofwaardigheid verliezen, gaat het ons slecht. Kamerleden horen zich niet te bemoeien met gerechtelijke uitspraken (behalve Wilders?), de notaris en de accountant moeten streng waken over de eigen integriteit. Als dat gaat schuiven….

En het schuift…. Accountants, notarissen en advocaten op de Zuid-as, maar daar niet alleen, verdienen zich suf aan belasting vermijden. Als ze niet die maatschappelijke functie hadden, waardoor hun geloofwaardigheid smetteloos moet blijven, kon je nog van persoonlijke ethiek of persoonlijk falen spreken, hier breekt men de geloofwaardigheid van een institutie af en richt men daarmee maatschappelijke schade aan. Maar de zuigkracht van rijkdom en macht, van de heren die gediend worden, trekt dit soort traditionele eerzame beroepen geleidelijk van hun wortels. Er is een minister president die zover boven de partijen staat dat als Polman van Unilever belt hij zijn koers over belasting op dividend aanpast. Zorgcowboys profiteren van de ruimte die de markt biedt, Zorgverzekeraars controleren de professionals kapot. Er gaan ziekenhuizen failliet waardoor grote gebieden verstoken kunnen raken van noodzorg. De rechterlijke macht wordt moeilijker bereikbaar gemaakt voor mensen met weinig geld, En als die overheid in de markt afspraken maakt, zie het stikstofbesluit… dan verzinnen ze uitstelgrappen om de gevolgen van eigen beleid te omzeilen. We maken nu zelfs mee dat een ministerie gemeenten aanbeveelt om met een boekhoudtruc de tekorten op de jeugdzorg te maskeren… Waar is onze geloofwaardigheid?

Het gaat dus niet alleen maar om de vraag of de overheid wat meer invloed kan krijgen op de harde kanten van wat er niet goed gaat in het neokapitalisme, Het gaat om de overheid zelf en de mate waarin men nog in staat is die rollen, die taken, die verantwoordelijkheden, geloofwaardig te vervullen. Het gaat niet alleen om internationale belastingafspraken en slimmigheden om op nationaal niveau de mondiaal opererende rijken en multinationals te slim af te worden (zoals de 3% winstbelasting die Macron wil opleggen aan techbedrijven over hun omzet in Frankrijk), het gaat vooral over de vraag, “hoe zorgen we dat wat des overheids is ook bij de overheid goed onder dak is, en hoe zorgen we ervoor dat de achterblijvers mee kunnen blijven komen, invloed houden op hun stukje kwaliteit van leven”. Dat betekent dat we macht moeten scheppen in een eigen domein van de overheid om ook in te grijpen als het milieu kapot gaat. Dan moeten we daar deskundigen over in dienst hebben. Dan moeten we kunnen ingrijpen als farmaceuten medicijnen te duur maken en moeten we ook de deskundigen in dienst hebben om te weten wat er speelt en kan. Dan moeten we weer volkshuisvesters en planologen in dienst hebben die weten hoe we een deel van de woningmarkt kunnen vrijwaren van speculatie en kwaliteitsverlies.

Het wordt dus meer dan ooit een machtsvraagstuk. Meer dan ooit omdat de overheid die macht eerst grotendeels uit handen heeft gegeven. Bij wet instrumenten heeft kaltgestellt. Bedrijven de macht heeft gegeven om de kosten van de zorg in de hand te houden. Hele disciplines die men vroeger in eigen dienst had zijn naar de markt vertrokken of bestaan niet meer. Dat draai je niet zo maar met een nieuw stukje wetgeving terug. Dat betekent dat er beleid moet worden gemaakt, waarin de overheid een nieuwe rol schept, in een ontsporende markt nieuwe paaltjes neerzet, nieuwe grenzen stelt, nieuwe taken oppakt die oude misstanden bijsturen. Dat beleid moet dan dat duurzame welzijn ondersteunen. Duurzaam. omdat de uitputting van de aarde moet worden afgebogen, de opwarming van het klimaat worden beteugeld. Welzijn, omdat we als samenleving onszelf bij elkaar moeten houden, opdat iedereen mee kan en de voorhoede kontakt heeft met de achterhoede en geloofwaardig is.

Hier ging het over, toen ik meldde dat ik met een trans-disciplinaire groep onderzoekers in dialoog was over “wijs beleid”. En niet alleen “wijs” per maatregel (zoals deugt de beleidstheorie wel onder het leenstelsel voor studenten, of klopt alleen de bezuinigingsaanpak?), nee, vooral “wijs” in zijn samenhang, wijs in zijn institutionele inbedding. Wijs op mondiale schaal en lange termijn misschien zelfs.

Of is het wijs om “klein” te beginnen pilots te maken, maar wel met steun en legitimatie van een betrokken toplaag in bestuurlijk Nederland?
We waren er nog lang niet uit… maar wel op een hele goede weg

Glaudemans en Nescio: bestaat vooruitgang?

Wat een contrast. Nescio en Glaudemans. Glaudemans een spirituele theoriebouwer, Wilber-fan. meevertaler aan de cursus in wonderen, gelooft in opklimmende spiralen, in kwantumsprongen waarmee heelal, mensheid, kennis , alles, vooruitgang boekt, de schepping complexer wordt en meer met liefde doordrenkt raakt. Nescio die jongens (“waren we”) beschrijft die de jeugd bezaten maar tussen de vingers voelden doorglippen, de onmacht beschrijft van de schilder om de schoonheid die God hem te zien geeft vast te leggen, beschrijft hoe dichters stoppen met dichten en op kantoor gaan werken en zelfs uitvreter Japie het burgerleven wordt ingezogen totdat hij eruit stapt, en van de brug stapt de rivier in.

Ik las Glaudemans de laatste dagen, met overigens groeiende tegenzin tegen zijn vooruitgang, tegen zijn gehussel met Ken Wilber, de cursus in wonderen en de kwantummechanica, met de onverklaarbaarheid binnen zijn theorie van het kwaad (O dat stoute ego) terwijl hij daar wel voortdurend genezend over schrijft. Ik probeerde te denken aan mijn eigen ontwikkeling. Kwantumsprongen? O ja wel wat crisisjes, maar of ik nou na die crisis een ander mens was met nieuwe eigenschappen? Heb ik niet altijd lopen zoeken? En is mildheid een teken van “hoger”, spiritueler en “meer complex” of van ouder worden en de energie kwijtraken voor idealisme en vechtlust?
Een van de dingen die bovenkwam was mijn literatuurlijst voor de HBS. Ik mocht drie jaar doen over de laatste twee jaar dus gelezen had ik genoeg. Wat las ik toen ik 14/15 was? Vestdijk met de Kelner en de levenden, de koperen tuin, Ina Damman (laatst allemaal nog weer eens gelezen) en nog veel meer. Elschot, altijd een van mijn favorieten geweest, de kleine Johannes van van Eeden vond ik erg mooi (moet nog een keer, ben ik vergeten eigenlijk) en Nescio, ja Nescio, Uitvreter en Titaantjes. Nog even afgezien of de jeugd van nu nog wel voldoende wordt uitgedaagd om dingen te lezen die hem als “diep mens” vormen (ik geloof niet dat een van mijn kleinkinderen ooit dit soort dingen gelezen heeft om meer redenen dan het kunnen beantwoorden van examenvraag 13a, hoe heette de uitvreter), mij vormde dat, de Titaantjes vooral. Want op de een of andere manier was de schrijver (in zijn personage Koekenbakker) erin geslaagd door wat afstand te nemen, om de dromen tastbaar te houden in de realiteit, of realiteitsbesef. Vandaag de Uitvreter en de Titaantjes weer gelezen. Ik vind ze nog steeds mooi. 1910 en 1914. Mind You.
Nog een check, een van de eerste stukken klassieke muziek die ik als 14/15-jarige mooi vond was de Per Gynt van Grieg en dan met name het laatste stuk, het lied van Solveig. Intussen luister ik naar hele andere muziek. Ik vertelde dat ooit aan mijn overleden muzikale buurman, die Grieg vervolgens typeerde als een briljante melodietjes-schrijver waar i (Nescio schreef zo “hij”) geen muziek van had en nooit naar luisterde. Ik heb het vanavond geprobeerd, de Per Gynt en lyrische stukjes. Ik ben het ontgroeid en ja mijn muzieksmaak is wel complexer geworden, maar beter?

Blijft de vraag of we als mens en mensheid echt vooruitgaan, of we Trump en Brexiteers, Orban en Putin, als kortdurende crisis- en chaosverschijnselen moeten zien, of de wereldwijde ontaarding van het kapitalisme leidt tot iets veel mooiers, waarin we echt “weten” dat Alle Menschen Brüder sind, oorlog en uitbuiting van vrouwen en kinderen verdwijnt….(terwijl de jeugd niet meer leest….)…. Of dat we ermee rekening moeten houden dat onze dromen ons tussen de vingers doorglippen en alleen houdbaar zijn met afstand nemen.
Ja ik weet het, het is het lot en de rol van een heer om bij het haardvuur zich te dompelen in diepe verheven gedachten en vervolgens een lichtgevend voorbeeld te zijn voor de minder fijnbesnaarden…

Wat schraagt de politiek?

Soms vraag ik het me af, of ik lang genoeg had nagedacht toen, of gewoon alleen te optimistisch was, toen er dankzij van Mierlo een eind kwam aan 80 jaar regeren door de christelijke politiek. Nagedacht had ik zeker. Ik wist van alles over de verzuiling. Ik wist ook dat een samenleving stabiel blijft o.a. via de recruteringsmechanismen voor de leidinggevenden, de verantwoordelijken. En de verzuilde politieke partijen waren hèt recruteringsmechanisme. Waarom stond ik dan te juichen langs de zijlijn bij de ingrijpende veranderingen die in de jaren na den Uijl waren begonnen met de verstatelijking van het kerkelijke maatschappelijke middenveld en eindigden midden jaren 90 met het kabinet Kok, met paars? Ja, ok, er was iets van “bevrijding”. De maatschappij bleef in stand, echter toen voor mij liggend onder een patriarchale, betuttelende deken, met heel veel normatief gedoe over gedrag en remmende ethiek. Maar wat werd er daarna met het badwater weggegooid?

Later, was er nog een soort symposium, georganiseerd door mijn collega van Spijker met o.a. ook de Tilburgse bestuurskundige Pieter Tops over politici zonder Partij. Dat was voordat Pim Fortuijn in het kielzog van splijtzwam Jan Nagel opdook. Een van de recruteringsmechanismen zou wel eens te maken kunnen hebben met de media, constateerden we toen. Er werd bijna ter plekke een voorwaarde aan het profiel van de succesvolle politicus toegevoegd: men dient uitzonderlijk mediageniek te zijn en doorgetraind in het hanteren ervan. Het was alsof ik Pim, Trump en Baudet voelde aankomen. Al mijn haren overeind. Dit is de weg via het BNer worden naar de politiek. Van clowns als Jan Roos. Van Joling als lijstduwer naar Joling als… bah

in mijn blogje over de toekomst van de gemeente schreef ik dat het bestaan van levendige lokale politieke netwerken belangrijk is voor de samenleving. Ik zit nu al een tijdje op die zin te kauwen. Wat zijn dat? Waar vind ik die? Hoe ontstaan ze, wat voedt ze? Als het niet meer de “zuilen” zijn, en dus ook steeds minder de overblijfselen daarvan in de signatuur van politieke partijen, wat dan wel?

Politiek is in de eerste plaats “pacificatie”, zorgen dat we elkaar niet de hersens inslaan over dat wat we willen hebben, houden en krijgen. In de tweede plaats is het het mechanisme waarmee we met zijn allen bepalen waar het met ons, ons dorp, ons land, ons Europa naartoe moet, de olifant die Rutte niet in de kamer wil. Dat ontwikkelen van die visie vraagt dat je in contact bent met de samenleving en ziet wat leeft, speelt en belangrijk is. In de derde plaats gaat het om het aanpakken van problemen, dingen die op ons afkomen, wat we niet zelf hadden bedacht. Besturen dus (en dan kan een olifant soms wel even wat in de weg staan). En ten vierde, het gaat om het voorkomen dat de macht de machteloze schaadt, dus ook voorkomen dat de staat of de politiek de burger schaadt. We noemen dat de rechtsstaat. Wil je in de politiek succesvol opereren dan moet je dus zowel goed zijn in het pacificeren en compromissen sluiten, als vanuit visie kunnen opereren, als problemen kunnen aanpakken en de grenzen begrijpen van je eigen regelzucht. Dat kan niet iedereen zomaar, dat vraagt opleiding, ervaring, begeleiding. Daarvoor is organisatie nodig, binding, openstaan. Als politiek langs deze weg wordt “geleerd” krijgt een stad, een land, goede bestuurders. Sloop je dat gebouw, houd dan uw hart vast burgers….

Zo heeft politiek een voorkant en een achterkant. Een achterkant van degelijkheid, inhoudelijk spitwerk, sappelen, leren hoe de regels zijn, bestuderen van voorstellen en wetsontwerpen, erover praten met achterbannen en belangengroepen, maar ook leren verliezen of ontevreden zijn met compromissen. Gewetensnood, geduld. En een voorkant, waarin je leert met glimlach, getimede knikjes met het hoofd om je tekst te accentueren, de oneliners uit te spreken die de spindocters en woordvoerders hebben bedacht. Een voorkant die gaat over de media, om het voorkomen van gezichtsverlies, om teksten die kunnen verhullen dat je de pest in hebt. Dat is allemaal niet zo erg als het die achterkant is waar het om draait. Als het allemaal degelijk is, rechtsstatelijk, inhoudelijk doordacht. We zijn gewend geraakt aan etalages. Maar is dat nog wel zo als dat huis, die organisatie is verkruimeld? Wordt het dan langzamerhand niet steeds vaker, en mij veel te vaak, zo dat de voorkant bepalend wordt? Dat de slogan waarmee een ballonnetje wordt opgelaten later door de “achterkant” noodgedwongen als beleidstheorie richtinggevend wordt gemaakt  aan wetgeving en maatregelen? Dat een woordvoerders-zin, bedacht om een bezuiniging goed te praten de doorwrochte en maatschappelijk gedragen visie vervangt?

ja wat is een politiek netwerk, hoe werkt het? Wat voedt het en houdt het in stand? We leven nu in een tijd waarin jongeren nog nauwelijks kranten lezen en tv kijken, social media hebben met influencers en in bubbels leven. Voor hen leven partijen nauwelijks. Issues wel, maar hoe lang leeft een issue en wat levert dat aan continuïteit in politieke netwerken en organisaties op? Dat maakt me schichtig als het gaat over functie 1 van de politiek: de pacificatie. We verketteren elkaar door de bubbels heen. Het maakt me nog schichtiger als het gaat om de rechtsstaat. Moslimhaat,  Jodenhaat, minder Marokkanen, de uitholling, van de rechterlijke macht door moderne bedrijfsvoeringsideeën (een vonnis als produkt zien met een prijs). Waar vindt nog echte ideevorming plaats over hoe de rechtsstaat zich moet mee ontwikkelen met de mondiale veranderingen? Ik hou mijn hart vast als gladpraters zonder maatschappelijke ervaring en bedding bestuurders moeten worden.

Ik heb in de laatste twintig jaar van mijn werkzame bestaan in het openbaar bestuur die “voorkant”  steeds dominanter zien worden. Tegenspel van ambtenaren bijvoorbeeld tegen een slecht idee van een bestuurder werd steeds vaker slecht ontvangen. Ik heb bestuurders onder een verkeerd begrepen idee dat “het primaat van de politiek” heet steeds arroganter en dominanter zien worden. Het primaat van de politiek gaat niet over de vraag of men de vierde macht wel voldoende in bedwang heeft, maar over het primaat van de Kamer in het toedelen en vaststellen van waarden, wetten en begrotingen. Voorbeeld: de VVD moest image van veiligheid, crimefighting en er bovenop zitten propageren. Men baarde twee monsters olv Rutte1 en Opstelten: een superministerie V&J dat te groot werd om nog bestuurd en gemanaged te kunnen worden en men centraliseerde daarbinnen ook nog eens de politie. We kennen de gevolgen, gevallen ministers en staatssecretarissen, een verkrampte en liegende top van het departement, uit de hand gelopen OR-feestjes, falende ICT-systemen all over the place, veel te veel geseponeerde zaken, een vastlopende justitiële keten, etc. Er is toen het allemaal werd opgezet flink tegen gewaarschuwd. Macht en tegenmacht verdwijnt als je alles onder een pet brengt. Maar ook de decentralisatie-operaties van een paar jaar geleden beginnen de gemeenten nu lelijk op te breken. Allemaal operaties waarbij de voorkant, en vooral ook de haast en de vluchtigheid van de voorkant, het won van de degelijkheid en rechtsstatelijkheid van de achterkant.

ik vraag me nog steeds af wie, wat moet organiseren en bedenken om weer maatschappelijke structuren te bouwen met voldoende robuustheid en weerbaarheid tegen de waan van de bubbel en de dag…. want, waarop dient redelijke, visionaire, daadkrachtige en rechtsstatelijke politiek anders te rusten? We hebben lang geloofd in de markt en de stuurbaarheid ervan. In media en transparantie. In de veerkracht van een beter opgeleide nieuwe generatie. In controle, preventie in datagestuurd profileren van burgers (met gemiddelden per categorie en protocollen), in mantra’s als de zelfredzame mens en de zorgzame samenleving. Ik zie dat allemaal vervluchtigen, klopt dat?

Of raken we verstrikt in de vertrumping?