Categoriearchief: (eigen)wijs

Ik-spinsels

Verhalen

Ik deed het niet voor minder…
David Ben Goerion kon wel wat hulp gebruiken daar in het vijandige midden-oosten.
De woningnood in Nederland diende opgelost.
Er was een opstand in Hongarije en ik hielp vluchtelingen…
Loemoemba en Kasavoeboe probeerden het Belgisch juk van Congo af te werpen en ik steunde ze in alles. (Om er dan veel later achter te komen dat Alex van Warmerdam dat ook als kind moet hebben gekend, gezien Noorderlingen).

Superman moest nog worden uitgevonden maar ik was hem al… En nog. Ik betrapte me laatst op een droom waarin ik Trumps armen verlamde zodat hij niet meer kon twitteren en ik zo de Amerikaanse geschiedenis aan een wending ten goede hielp….

Patronen

In een boek is het leven logisch. Als er al een onverwachte wending is, blijkt die achteraf ook logisch. Als er in een verhaal een wapen voorkomt wordt er uiteindelijk mee geschoten. Dat komt omdat een schrijver een logisch verhaal wil construeren. Een onlogisch, chaotisch verhaal verkoopt niet. En bovendien in een constructie van een paar honderd bladzijden is het niet handig om allerlei irrelevants op te nemen, alhoewel, James Joyce….
Als kind speelde ik logische werelden. Dan was jij cowboy en ik was Indiaan. Als kind vertelde ik mezelf verhalen waarin helden schitterden en ik was held.
Als kind maakte ik de wereld logisch. Waren mijn heldendaden de oorzaak van gevolgen waardoor miljoenen mensenlevens werden gered of veraangenaamd.

Die patronen kunnen triviaal zijn. laatst bedacht ik me als je Sudoku met de eerste 9 letters van het alfabet zou spelen, welke woorden ontstaan er dan? Nou bijvoorbeeld chef en dief. Een combi die het hart van een bekommerde socialist goed doet. Of bied en fiche, nog zoiets waaraan een betekenis dreigt te worden gegeven. Je weet dat het in andere talen niet opgaat, het toeval is, maar we zoeken ze….

Oorzaak en schuld

“Ophouden jongens”.
”Ja maar hij begon”
”Nietes, want jij deed…”

Dingen moeten een oorzaak hebben en/of een veroorzaker. Die je de schuld kunt geven of tot held kunt verheffen. Zo gaat het in boeken en verhalen.

Everybody is looking for someone to blame.

Chaina, Chaina, Chaina roept Trump
Marokkanen roept Wilders
de Jood Soros, roept Altright
Onnadenkende witte geprivilegieerden.
Linkse mainstreammedia (MSM).
Steile gereformeerden.

En als dat niet helpt hebben we nog altijd de van God gegeven orde waar je niet tegenin gaat. Zo’n God die het huwelijk uitvindt en verklaart dat dat alleen tussen man en vrouw mag. In plaats van een handige wereldlijk leider die bij de overgang naar de agrarische setteling en het ontstaan van steden en eigendom en handelsrelaties met langer lopende verplichtingen, het wel praktisch vond om continuïteit in relaties te verankeren.
Zo’n God die je opzadelt met onopgeloste ellende uit eerdere levens die je moet oplossen om dichter bij het oneindige geluk te komen.

En die je straft voor je zonden, individueel en collectief.

Als kind vond ik het dan ook volstrekt logisch dat rampen een straf van God waren voor ons wangedrag.
Als kind vond ik het dan ook volstrekt logisch dat ziekten een eenduidige oorzaak hadden, zoals je wordt verkouden van op de tocht staan. En ook dat er eenduidige altijd werkende remedies waren. En het mocht dan ook dat je blind werd omdat je teveel naar verkeerde dingen had gekeken. Of doof omdat je toch niet wou luisteren.

Een mens is een patroonherkenner…. En zo leer je dat als kind. En je bent als mens ook en vooral een patroonbedenker. Je bedenkt ze zeker als ze er niet zijn. Want je hebt ze nodig om je veilig te voelen in een geordende wereld.

Het spinsel van de identiteit

En zo maak je ook een beeld van wie je bent… een logisch patroon, eventueel aangepast aan een onverwachte wending, maar immer coherent. Met een missie, een soort heldendom die klopt met de verhalen die je als kind verzon om jezelf in slaap te vertellen… Maar waar komen die verhalen dan vandaan? Maken de verhalen de verteller of andersom?

Maar in het echte leven wordt er met dat wapen bijna nooit geschoten. Krijg je geen baarmoederhalskanker omdat je te vaak bent vreemdgegaan of mannen hebt onderdrukt. Ga je gewoon naar IJsland op vakantie en niet om een verdrag te helpen bewerkstelligen waarmee het aantal kernwapens wordt beperkt en kom je daar ook niet in een situatie die je kijk op het leven verandert. Het leven is geen verhaal. Het leven is geen preek. Wie zijn Bucketlist afwerkt wordt geen completer mens.

Zou het zo zijn dat wij als schrijver van ons eigen verhaal, als bedenker van onze identiteit, in het geheugen alle irrelevants weglaten omdat anders het verhaal te lang wordt? Dat we toevallige betekenissen als de combi dief/chef opblazen als het ons uitkomt?
En als we dan later door een gebeurtenis of ontmoeting herinneringen boven krijgen die niet met het verhaal kloppen, die schuren… dat we dan de patronen wat aanpassen? Kunnen we het aan dat er verschillende versies van ons ik tegelijkertijd bestaan, in verschillende stukken geheugen… dat we ons over hetzelfde het ene moment schuldig en het andere toch trots kunnen voelen?

Zijn wij dan ook geen logisch kloppende wezens?
Zijn onze fouten en sterke kanten dan niet gewoon verklaarbaar uit de structuren in onze jeugd?
Worden we verliefd op het evenbeeld of juist tegendeel van onze moeder of vader? Onvermijdelijk?
Zijn we te helpen in onze tekortkomingen met de juiste pillen en psychotherapie?
Is het spinsel van het ego niet een soort harnas waar we ons in beknellen en belemmeren, waarin we onze geestelijke groei beknotten? Moeten we niet leren om te leven zonder de idee van bescherming door dat harnas? Dat harnas van een consistent ik in een geordende wereld met kenbare patronen?

en ….
Als we de spinsels van het “wij” willen oplossen, ook zo’n harnas…. van wij goed en zij kwaad, van zij begonnen, van zij ziJn uit op onze onderdrukking, de vernietiging van onze cultuur en identiteit…. moeten we dan ook niet onze collectieve verhalen herschrijven….? En liefst niet via Twitter? Maar wie dan wel en waar?

Of zijn we net zo toevallig en inconsistent als het leven zelf? En wie is het dan die mij verzint, mij vertelt? “Ons” heeft verzonnen en verteld?


Het boek van de herinnering

“Als de vader sterft, schrijft hij, wordt de zoon zijn eigen vader. Hij kijkt naar zijn eigen zoon en ziet zichzelf in het gezicht van de jongen. Hij stelt zich voor wat die jongen ziet als die hem aankijkt, en ziet zichzelf zijn eigen vader worden. Hij kan het niet goed uitleggen, maar dat raakt hem. Het is niet zozeer het zien van de jongen dat hem raakt, of zelfs de gedachte dat hij ‘in zijn vader staat’, maar wat hij in het gezicht van de jongen ziet van zijn eigen verdwenen verleden, het is nostalgie naar zijn eigen verleden dat hij voelt, misschien, bij een herinnering van hem als jongen met zijn vader.
En, ook niet goed uit te leggen, hij trilt in dat moment van zowel vreugde als verdriet, als dat tenminste mogelijk is, alsof hij tegelijkertijd zowel vooruit als achteruit gaat, naar de toekomst en het verleden. En er zijn momenten, ze zijn er zelfs vaak, dat dit gevoel zo sterk is dat het lijkt of zijn leven zich niet meer in het heden afspeelt”.
En
“Geheugen: de ruimte waarin dingen voor de tweede keer gebeuren”.

Deze twee citaten komen uit “The Invention Of Solitude” (In de Nederlandse vertaling heet het het spinsel van de eenzaamheid, maar ik lees het in het Engels en deze snelle vertaling is van mij) van Paul Auster. Hij schreef dit vlak na het overlijden van zijn vader. Twee deeltjes, in deel 1 gaat hij op zoek naar zijn vader, wie en hoe was hij, in deel 2, The book of Memory -en uit dit deel stammen de citaten- naar zichzelf als zoon en vader. Ik lees het boek nu voor de tweede keer. De eerste keer rond 1988 of zo, mijn vader leefde toen nog, al wel erg ziek. En nu de tweede keer herinner ik me dat ik deze zinnen las. En ze intrigerend vond. Ook met het beeld voor ogen dat de oude Hero (dat ben ik nu, ook mijn zoon heet Hero, drie Hero’s na elkaar) niet lang meer zou leven. En eraan moest denken toen mijn vader overleed. En zocht naar houvast, parallellen of wat er anders voelde en waarom. En de verschillen begonnen bij het tweede citaatje: Herinneringen: de ruimte waar dingen voor de tweede keer gebeuren. En de overeenkomsten nu: door de kwadratuur van het twee keer lezen, een keer voor en een keer na mijn vaders dood, door het tegelijkertijd plaatsvinden van verleden en toekomst in het heden, ontstaat een “nu” dat zover wordt opgerekt dat het de normale betekenis van “nu” niet meer dekt.

Ik ben al zo vaak door mijn geheugen voor de gek gehouden, dat ik vermoed dat herinneringen reconstructies zijn van gebeurtenissen of belevingen daarvan, die zo selectief worden opgeslagen dat ze passen in het bestaande denkraam, of, als ze te afwijkend zijn, in een vorm waarmee je ermee uit de voeten kunt, daarbij eerdere herinneringen enigszins herschrijvend zodat het weer een passend geheel wordt. Een ding gebeurt dus geen tweede keer in het geheugen. Dat denk je maar Paul. Maar verder…

Ik meen me een gevoel te herinneren dat kan worden betiteld als “plotseling de oudste generatie van de familie zijn, een vorm van dakloosheid, geen thuis meer vinden, maar geven, thuis ‘zijn’ voor je kinderen”. En wat ik er spannend aan vond was, meen ik nu, een vreemd besef van verantwoordelijkheid, zonder terug te kunnen vallen op dat oude thuis, dat vervluchtigde, geen basis meer was en ook geen excuus. en dat begon inderdaad al bij het moment dat de kanker werd opgespoord waaraan hij uiteindelijk zou overlijden, ook al leefde mijn moeder toen nog in haar weerloosheid. En toch was het ‘besef’ ervan plotseling veel sterker toen hij er niet meer was.

Dat vader/zoon-beeld is natuurlijk ook een frame, een gekleurde bril waardoor je naar Je leven kijkt en aanneemt dat de wereld de kleur heeft die jij ziet. Het verraderlijke aan dat beeld is dat een kind normaal gesproken één vader heeft, dat is dus ‘terug’ maar één referentiepunt. Maar ik heb drie kinderen. En ja, de trits van drie Hero’s op een rij maakt het verleidelijk om de projecties die Auster beschrijft over te nemen, mijn eigen gezicht gespiegeld te zien in alleen die naamgenoot, maar het klopt niet. De band die ik heb met mijn kinderen is per kind sterk verschillend. Ik zie in die drie gezichten ook verschillende stukken verloren gegaan eigen verleden, ik heb in die drie kinderen ook niet dezelfde toekomstbeelden uit mijn eigen ambitieuze verleden geprojecteerd. En toch…. dat ‘drie-generatie-denkraam’…. het borrelde op in mijn bewustzijn toen ik vader werd en mijn ouders zag stoethaspelen met hun emoties, en toen ik 21 jaar geleden voor het eerst opa werd en mijn emoties niet begreep, ook omdat ze veel sterker waren dan ik verwachtte… En mijn ouders in mijn herinnering weer zag stoethaspelen. En zelf ongetwijfeld ook… En langzaam leerde dat liefde in zo’n drie-generatie-context veel verschillende gezichten kent, waaronder de sterkste verschillen, dat de liefde van een kind voor zijn/haar ouders heel anders is, dan die van een ouder voor zijn/haar kind en weer anders is dan voor een kleinkind. En dat dit alles ook weer sterk veranderlijk is door de tijd, maar toch, de verschillen zijn generatiegewijs essentieel.

Tijdsbesef….Wat is “nu”….. ik zie mezelf nog tijdens een training, een keer in een groepskennismaking uitleggen dat met het krijgen van een kleinkind, mijn leven zo’n twee eeuwen beslaat. Mijn opa, geboren in 1889, heeft me veel geleerd, ik sta als het ware op zijn schouders, en hij liet me via mijn moeder wat geld na, dat ik met respect voor hem en hoe hij vocht voor een goed bestaan beheer…. en mijn kleinkinderen zullen, mits klimaat en menselijke agressie het hen toestaan, wellicht het jaar 2100 levend halen. Ik moet mij zo gedragen dat ik bijdraag aan de mogelijkheid daartoe. En voor weer hun kinderen… Twee eeuwen, meer, in het/mijn ervaren hier en nu. Ik leef wel in het heden, Paul, maar het voelt tegelijk nietig en verantwoordelijk. Niet drie, maar vijf generaties ineens, me in the middle..

Maar toch, het beeld dat Paul Auster tekent… Gaat het niet vooral om besef van je eigen sterfelijkheid? Misschien ook geprojecteerd in de ogen van je kinderen? De kanker bracht de oude Hero terug van een vent van bijna 80 kilo naar een kwijnende 39 kilo. Hoe vaak zag ik mezelf niet in dat steeds meer invallende gezicht? Hoe vaak zag ik mijn eigen invallende gezicht niet in die herinnering toen ik dezelfde kanker bleek te hebben? Hoe vaak zag ik toen in mijn fantasie niet mijn kinderen met dezelfde meelevende en angstige ogen als ik toen naar mijn toekomst kijken? Dat drie-generatie-frame werkt… In ieder geval emotioneel.

maar of al die herinneringen ook kloppen….

Vieillir

Wie ouder wordt heeft veel vrienden die ook ouder worden. Daar begint het gelazer al. En wie nog verder veroudert heeft op een gegeven moment nauwelijks nog vrienden die ouder worden…. En zolang je ze nog hebt, die vrienden, wordt er met enige regelmaat gesproken over wat dat is, ouder worden. Hoe dat voelt…. Ik ben wel stevig, merkbaar en zichtbaar, aan het ouder worden, maar ik hoor nog niet tot de ‘volhouders’, ik heb de vrienden nog.

….Lotgenoten…

Het Winterlogboek van Paul Auster begint als volgt: “Je denkt dat het jou nooit zal gebeuren, dat het jou niet kàn gebeuren, dat jij de enige op de wereld bent die geen van deze dingen ooit zal gebeuren, en dan beginnen ze je, een voor een, allemaal te gebeuren, net zoals ze ieder ander gebeuren”. (Ik zou het in ‘overkomen’ hebben vertaald, niet in ‘gebeuren’). Dat logboek gaat dus over ouder worden, en vooral door te focussen op het lichaam…

Ik kreeg laatst voor Vaderdag een legpuzzel. Ik begon eraan en mijn dochter zei: “hé ik zie dat je begint met het makkelijke en het leuke: de rand en de meest in het oog springende voorstelling. Dan is het laatste deel zo saai en moeilijk met al die identieke stukjes. Als je dat nou eens andersom had gedaan….” En ik dacht: “C’est la vie”, zo leven we ook. Het leven begint als een ontdekkingsreis, als een avontuur, je leert stap voor stap, van eenvoudig naar complex, okee school was vaak saai en vervelend ook, maar in the end… wordt veel arbitrair… de hoofdzaak ligt er al…. je voegt steeds minder (of meer van hetzelfde, de zelfde kleur) toe… Maar is de voldoening van het vinden van dat ene uit de 50 witte stukjes dat past niet minstens zo groot als…?

In een gesprek met een aantal van die ouder wordende vrienden ontstond een palet als “met het wegvallen van al die corvee-achtige dingen in mijn agenda ontstaat ruimte… misschien moet het mooiste nog komen”. Via “telkens als ik terugkijk valt me op dat ik het leven mooier vind dan een paar jaar geleden. Of dat zo blijft…” tot, “onzin, er is ook veel slijtage, verlies van energie en lust, van kansen en mogelijkheden…”
Ik vroeg me af, we hebben een mechanisme in ons lijf dat onze temperatuur constant houdt op tegen de 37 graden… zolang we gezond zijn…. zou het ook zo gaan met onze gemoedstoestand bij het ouder worden? Dat er ondanks het verlies aan zicht, gehoor, tanden, conditie, libido toch een soort constante is in het tevreden zijn? Zolang we gezond zijn? In balans?

Het begint er al mee, dat als je korter bent dan, zeg, een meter, je de wereld anders ziet dan als 75jarige van 1,85 meter, als ik zo lang nog ben… je ziet details die nu of niet meer zichtbaar zijn zonder leesbril of loupe of er niet meer toe doen. Je zag toen mieren, nu een mierenhoop. Bomen en nog geen bos. Maar het zijn niet alleen details, de wereld bestaat uit een giga-hoeveelheid dingen waar je als klein mens nog niet zozeer bij kunt, maar je weet, later, als je groot bent wel. En, het meeste wat je dan meemaakt is nieuw. Dat zijn drie dingen… details, het groeiperspectief en verwondering over het nieuwe… drie dingen die sterk bepalend zijn voor het zelfbeeld… een ouder lijf verliest ze niet zomaar alle drie, een oudere geest kan de verwondering behouden…
Ik schreef een tijdje geleden “ouder worden is een bijna voortdurend jezelf opnieuw uitvinden”. Een van de bepalende dingen daarvoor is dat zelfbeeld van groei, van sterker en wijzer en beter worden. Dat zelfbeeld gaat op de schop.

….Omkering van perspectief….

Als kind zijn de kwaaltjes van je ouders en grootouders bijvoorbeeld, details met als voornaamste betekenis, dat ze horen bij oudere mensen (en ze passen niet in dat groei-zelfbeeld). Op het hoogtepunt van je carrière, of in een spannende fase ervan, ben je zo druk, zo bezig met groeien en sterker worden, dat de plasproblemen van je vader of een tia van je moeder wel net iets meer zijn dan details, maar nog altijd behoorlijk in de marge. Het zijn van die dingen die jou nog lang niet of liever nooit gaan overkomen… wat jou dagelijks overkomt is dat bazen, collega’s, klanten, de logistiek, je agenda bepalen, je bezigheden dicteren. Spanning scheppen, vaak leuke spanning, maar ook van die bloeddruk-spanning. Kans om te falen… Vrijwel alle aanleidingen voor je dagelijkse activiteiten, succes-belevinkjes en zorgen komen van buiten. Totdat… na je pensioen je secretaresse je agenda niet meer vult, er geen extern gegenereerde verplichtingen meer zijn. Dan moet de aanleiding om bezig te zijn van binnenuit komen. Uit een binnenwereld, die merkt dat het plassen minder gaat, die soms niet zomaar weet welke dag het is, die alsmaar niet op de naam van die zanger kan komen… een binnenwereld die opgelucht denkt dat hij eindelijk tijd heeft voor alles dat bleef liggen… filosofie, pianospelen, vreemde taal leren…. en dan ontdekt dat ageren (het uit jezelf genereren van de energie daarvoor) lastiger is dan reageren op wat werk en kinderen ooit van je vroegen.
en wat er gebeurt, door het wegvallen van al die dagelijkse externe impulsen, is dat je wereld kleiner wordt, minder mensen bevat, minder noodzaak je ergens in te verdiepen… Je maakt je ook nog wel voortdurend over van alles druk, maar dat worden steeds vaker dingen die je vroeger onbelangrijk vond, dingen die dichter bij je lijf liggen.
En… op die manier: Wat vroeger in de marge zat, wordt naar het centrum getrokken. en andersom…

… Paradox van angst… het ui…

je denkt er eigenlijk nooit aan, maar er zijn ouderen in je leven en dus denk je er af en toe aan, en dan denk je dat het jou niet overkomt, maar stel… je moet er niet aan denken. Als…. is het leven dan nog wel de moeite waard…. dan wil ik waarschijnlijk niet verder leven? Als…. als kanker bijvoorbeeld. Mijn vader kreeg het en soms snapte ik niet dat hij verder wou. Toen me werd verteld dat ik het had, een snelgroeiende en uitzaaiende vorm van prostaatkanker, kreeg ik zo snel te horen dat we er op tijd bij waren, dat ik toen de geruststelling kwam nog in het eerste Kuebler-Ross-stadium zat, dat het nog nauwelijks was doorgedrongen en gedeeltelijk ontkend. De latere stadia van verzet en berusting bijvoorbeeld kwamen pas bij het wennen aan de gevolgen, incontinentie en impotentie. Er was ‘mijn stoet van dwergen’, een serie snel wisselende stemmingen met beelden van het sterfbed van mijn vader (zelfde kanker), mijn eigen hoofd op dat sterfbed, mijn troosten aan mijn omgeving die harder schrok dan ik, het beeld van gezond na de operatie verder, de wil om er doorheen te komen… Die stoet stelde me gerust dat de dieptepunten snel zouden worden opgevolgd door ups… Het schrikbeeld ‘kanker’ is nooit groot geworden… de paradox, als het ver weg is, in de marge, lijkt het groter en angstwekkender dan van dichtbij?
Er zijn inmiddels zeker 10 mensen in mijn omgeving overleden aan kanker, de meesten met een euthanasieverklaring. Net als mijn vader stelden ze het steeds uit of zelfs af. Telkens werd de grens van ‘het niet meer menswaardig bestaan‘ iets verder opgeschoven. Menswaardig oud worden is als een ui waarvan steeds laagjes afkunnen waarbij het ui, ui blijft? Ik weet het nog niet.

… De dragelijkheid van klein leed ….

Toen ik een jaar of tien was viel ik, over een smal muurtje van ruim een meter hoog lopend, met mijn knie op de rand van dat muurtje. Niets te zien. Geen wond, geen zwelling, maar teruglopen naar huis, een kilometer of 4, was een pijnlijke hel. Die linkerknie bleef een van mijn zwakke punten. Rond mijn 40ste, hardlopend en squashend proberend jong te blijven, brak die knie me op en moest er een inmiddels verbrijzeld kraakbeenschijfje uit. Ik ging na een tijdje weer hardlopen, maar een jaar of 10 geleden gingen al mijn gewrichten piepen, knieën, enkels en heupen… Er liepen inmiddels zeker vijf rollaterhelden rond in mijn buurt met niet helemaal geslaagde operaties en revalidaties. Ik werd bang dat doorrennen dat tot gevolg zou hebben. Ik ben gestopt. Dan maar iets milders als wandelen en fitness. Ik mis het soms nog, net als het roken waarmee ik, vanuit een steeds minder geloofwaardig zelfbeeld van onverwoestbaarheid zo’n 45/50 jaar bezig ben geweest, en waarmee ik ook rond die tijd ben gestopt.
En zo waren er de staaroperaties, waarvoor ik een aantal jaren daarvoor doodsbang was. Zo zijn er de inlegkruisjes voor mannen, nodig na de prostaatverwijdering. Ik herinnerde me uit mijn jeugd de geur van oude mannen als ik naar opa in het bejaardenhuis ging… het gaf ze iets dat tegelijk weerzin en vertedering wekte… nu zelf… het went nooit helemaal, al valt het mee. En de lijst is nog een stuk langer. Toch geef ik mijn leven nog steeds een 8.

…. Liefde en schoonheid…

Als er nou iets is dat mee verandert door de jaren heen…. Schoonheid had ooit als maatstaf de filmster. Een glad gelaat dat wel expressie heeft maar geen sporen van leven vertoont. Idem lijf. En het is me opgevallen hoe sterk mijn smaak veranderde naar gezichten waar een karakter van te lezen is, een leven. Als ik wakker word naast mijn slapende echtgenote, zie ik een totaal ander gezicht dan 50 jaar geleden, maar minstens zo mooi, doorleefd mooi. Komt natuurlijk omdat ik kijk met de bril van de liefde.
En liefde, ooit gedragen door lust en als het om de kinderen ging door instinctieve drang tot bescherming. Die liefde laat steeds meer sluiers vallen, wordt steeds naakter, meer puur, minder belemmerd door trots, zorgen of eigenbelang. Er is een heel andere zachtere intensiteit ontstaan in het genieten ervan. Zoals het genieten van kleinkinderen, het soort liefde… een wonder

….. en spiritualiteit?…..

Eerst was er één mier, toen waren er mieren, toen een mierenhoop, en toen een soort alles, dat één is. Één, van telwoord tot heel.
ik, dat is die ene mier…. ik… moest naar de hemel…. geloofde niet meer in een hemel voor ikken. In een leven na dit leven voor een ik. Spiritualiteit, religie… werd verzet tegen wat me werd verteld wat religie was en waarom.
Er is nu rust, er is minder ik. Minder hoop dat er een ik is dat is uitverkoren, minder bang dat er een ik is dat gezondigd heeft en naar de hel… Er is een soort zekerheid dat we NU meemaken dat we deel zijn van het alles dat sommigen God noemen, een soort zijn dat veel gelovigen na de dood situeren.
of dat zo blijft…. ook als de pijn en de eenzaamheid komt en de dood dichterbij… ?

…. en blijft het ook mooier worden….?

Midden 70 en vitaal. Je hebt makkelijk kletsen man, met je kleine leed…. in de laatste 15 jaar heb ik een beetje mantelzorg verleend, boodschappen, af en toe wat gezelschap, dingen regelen… eerst voor de buurman, later voor de overbuurvrouw… die eenzaam werden, alleen nog geprikkeld door de tv “er is ook tegenwoordig niks meer op die rotbuis. Ik snap niet dat ik nog kijk”. Maar ze keken meer dan 6 uur per dag. Bekende Nederlanders werden huisgenoten, vaak irritante huisgenoten in een huis waar ze niet meer uitkwamen. Er kwam pijn. Veel pijn, dan hier, dan daar… behandelingen die niet meer helpen en steeds meer pillen… en incontinentie. Er kwam ergernis aan hulpen en verplegers, “die hard en infantiel praatten alsof je hersentje het ook al had opgegeven, Ik ben niet doof en niet seniel verdomme”. Er was bij Udo en is nog bij Marietje de intense ervaring niets meer bij te dragen, niets te betekenen, alleen maar tot last te zijn. En verplicht te zijn dankbaarheid te tonen terwijl vloeken dichter bij de stemming ligt. Vloeken ook, omdat je al een leven lang er een hekel aan hebt om gunsten en hulp te vragen…. vloeken om je onmacht om zelf te doen wat nodig is. Onmacht en betekenisloosheid, afhankelijkheid…. Immobiel zijn, angstig om te vallen… stukken leven uit je geheugen kwijt…. kinderen ver weg en druk.
Ik heb er nu zo’n jonge-mensen-beeld bij, dat ik dan niet meer zou willen leven. Maar ook dat zal vooruitgeschoven worden als ik naar de mensen kijk die qua leeftijd jaren op me voorliggen.
We blijven onszelf zo drastisch heruitvinden dat het moeilijk zal worden de vroegere gedaante nog uit onze eigen herinnering op te diepen. Wel het kind, maar wat daarna komt…..