Categorie archief: Column

Dwaaloog Dolleman en Ina Damman in een geel hesje

Ok, duidelijk. Een staaroperatie stelt geen klap voor. Geen pijn of irritatie. Beetje voorzichtig zijn na afloop en wat druppelen. Niks aan de hand. Dat wil zeggen tot het tweede oog ook is gebeurd. Ik zit er nu tussenin, tussen de twee operaties en ik word moe en dwarrelig van het voortdurend over elkaar heen schuiven van twee beelden. Een kleine en een grote (het rechteroog achter een brillenglas vergroot) een helder en een wat gelig. ik krijg ze niet gecombineerd en dat leidt ertoe dat ik merk dat mijn hersentje de ogen laten dwalen en zoeken. Ik raak er suf van en wat naar binnen gekeerd. Slaap tien uur per nacht of soms meer (anders max 7) en raak soms ook sneller geïrriteerd. maar allee. Nog een paar dagen niet of nauwelijks in de auto of de fiets (eigenlijk is elke vorm van deelname aan het verkeer een waagstuk nu) en wat meer lezen met één oog dicht.

Dat lezen…. Na de koperen tuin van Vestdijk, begonnen aan het ultieme jeugdsentiment via Vestdijk: deel 1 van de Anton Wachter-reeks: Ina Damman. Ik was 14 toen ik ze las. En er waren veel parallellen. Anton was bangig en werd gepest. Ik had alle reden tot bang zijn, want ik was een jaar jonger dan de rest omdat ik op de lagere school een klas had overgeslagen. Ik werd niet gepest, maar hield me als underdog ook zeer gedeisd. Ik zat dan wel niet op de HBS in Lahringen (Vestdijks’ Harlingen) maar in Vlaringen (Schiedams voor Vlaardingen). En ik had een hekel aan die HBS met zijn grote ruwe jongens, het eind fietsen over de dijk elke dag, de soms ontzagwekkende leraren. Anton werd in de tweede klas verliefd, op Ina. Ik in de derde (ik was ook een jaar jonger) op Elly. Die ik jaren later wist te strikken, Els ben gaan noemen,  en waarmee ik nu bijna 50 jaar getrouwd ben. Ik weet nog dat ik die boeken verslond toen, die Vestdijk-sfeer. Die verstikkende burgerlijkheid. Een emotioneel sterk uitvergrote replica van het soort stormpjes die mijn gemoed toen teisterden, zoals het ongeloof dat zo’n onaards mooi meisje ooit iets van me zou willen weten, de verlamming van mijn tong als ik met haar zou mogen praten, de pogingen om me haar gezicht voor de geest te halen als ik haar niet zag, het onvermogen om me op mijn huiswerk te concentreren als ik aan haar dacht. En nu al lezend, merk ik dat het boek me niet boeit en dat de herinneringen diep zijn weg gestopt, onder lagen met nieuwe en anderssoortige onzekerheden. Het mijmeren is aardig….

Wat wel tot me doordringt is de sousah om de gele hesjes. Ik krijg de indruk dat er al veel exegeten zijn, Duiders, zie-je-wel-roepers. Sommigen hebben belangen, want ze proberen taal uit te slaan die de opstandige mensen moeten verleiden zich tot hun kamp te bekeren, Buma, Baudet en Wilders bijvoorbeeld. Ik voel me een zie-je-wel-roeper. Ik meen dat er al een tijd een lijn in mijn blogs zit, een lijn die te maken heeft met het doorzien “woordvoerders-spin” van one-liners, met boosheid om de afbraak van de verzorgingsstaat en toenemende inkomensverschillen.  Ik erger me er kapot aan dat de zorg met grote bezuiniging gepaard gaand wordt gedecentraliseerd “omdat de gemeente dichter op de burger zit” en de politie (die vaak te maken heeft met dezelfde gecompliceerde meervoudige problematiek bij dezelfde jongeren als de jeugdzorg) gecentraliseerd tot een landelijke politie. In beide gevallen worden alle checks and balances, alle correctie- en verbindingslijntjes verbroken en kapot gemaakt en wordt de aansturing in handen gelegd van mensen die het niet kunnen, ook omdat alle oude aansturingsmechanismen kapot zijn gemaakt. Het gebeurt door dezelfde regering. Om machtspolitieke en financiële redenen, niet om inhoudelijke, want dan zouden de redeneringen niet zo met elkaar in strijd zijn. De burger ziet het gebeuren….en gelooft haar leiders niet meer.  De troep is groot. “But it all makes perfect sense… Expressed in dollars and cents” (Roger Waters).  
Zo erger ik me al jaren eraan kapot dat de lonen in de zorg en bij de overheid, bij het onderwijs en de politie niet omhoog gaan met de markt mee. Het kabinet strijd voert met bonden om dat te bereiken en met dezelfde adem sprekend de bestuurders van onderwijsinstellingen een salarisstijging van meer dan 10% gunt. Zo erger ik me kapot dat mensen met een uitkering een inkomensstraf krijgen als ze een onbegrijpelijke brief verkeerd hebben gelezen, maar de ING-top niet wordt vervolgd wegens witwassen. Zo erger ik me al jaren kapot aan de belasting-ontwijking van multinationals en haar aandeelhouders en ziet het er nu naar uit dat ook deze weer relatief worden ontzien bij klimaatmaatregelen, terwijl ze meer dan 50% van de CO2-uitstoot leveren. Schiphol groeit. De gewone man die tickets koopt moet 7 euro vliegtaks betalen. Het is niks, druppels op een gloeiende plaat om de luchtvaartsector te ontzien terwijl de lasten van die druppels bij de vakantiegangers vallen.  “But it all makes perfect sense… Expressed in dollars and cents”. 

Als dit is wat de gele hesjes beweegt begrijp ik ze. Een politieke elite die de zwakken straft en de sterken ontziet, die de zwakken belast (omdat er nu eenmaal veel meer van zijn) en de sterken 4 miljard lastenverlichting bezorgt, die bestuurders de ruimte gunt van een loonsverhoging ter grootte van een heel salaris van hun medewerkers… dan moet je toch wel haast alle vertrouwen in die elite verliezen. Of ze nu in de politiek zitten of in de markt. In 2008 hadden we een gigantische economische crisis. Op papier zijn we er weer boven op. De veerkracht van het bedrijfsleven is zo groot dat we tegenslagen binnen tien jaar te boven zijn. We mochten willen dat het klimaat en de natuur een vergelijkbare veerkracht hadden. Maar onze elites zijn bezorgder om Shell en Unilever dan over mijn kleinkinderen. Is dat ook de kern van de protesten? 
Maar die gele hesjes… die keren zich tegen van alles, tegen klimaatmaatregelen, tegen buitenlanders en vluchtelingen, Het lijkt een berg ongericht ongenoegen waar ongetwijfeld ook weer van die Twitter- en Facebook-bots achter zitten. Er zijn teveel partijen die belang hebben bij wanorde en het vallen van regeringen (zoals in België).

Ik heb dwaalogen, zie wazig en vul met mijn hersentje in wat mijn ogen niet goed waarnemen. Zo lang dat gaat om de dagelijkse dingen als een glas op tafel zetten (in plaats van op het randje) lukt dat aardig. En het nu dagelijkse  “Rutte rot op” resoneert wel wat na 8 jaar sloopwerk aan de verzorgingsstaat. Alleen ik meen te zien dat het alternatief van ultrarechtse domme schreeuwers me nog veel minder aanstaat.  Toch maar weer een eigen partij oprichten? Zal wel zien als ik weer wat beter zie….

Racisme en Zwarte Piet

Racisme, ja.
Een paar dagen geleden zette ik iets op Facebook n.a.v. het gezeur en geschreeuw over Zwarte Piet. Ik was boos op Mark Rutte. En als ik boos word moet ik eerst maar eens even nadenken waar die boosheid vandaan komt. Iets met een eigen intern debat misschien?
Wat ik schreef was:
“Mark R deed een Trumpje de afgelopen dagen. De suggestie dat demonstreren op een kinderfeest fout was en daar de verantwoordelijkheid naar toeschuivend voor het racistisch geweld de laatste dagen. En vervolgens de racisten asociaal noemen in plaats van racistisch en er dan dus ook niet op wijzen dat zoiets bestraft dient te worden. Alsof de fout aan twee kanten ligt. Nee Mark. In onze rechtsstaat is demonstreren een recht en dreigen, intimideren en racistisch bejegenen een inbreuk op dat recht. En een demonstratie is niet fout wanneer deze strafbaar gedrag bij de tegenpartij uitlokt. De tegenpartij is dan fout.
Spreek je uit.
Spreek je uit over het begrijpen wat racisme is, over het begrijpen waar dit vandaan komt en blijf niet dom aan de oppervlakte van het gedrag en het symptoom Zwarte Piet hangen.
En over “gedrag” gesproken:
Dit is nog laffer dan roepen dat het “aan de samenleving is om een oplossing voor Zwarte Piet te vinden”. Dit gaat niet over Zwarte Piet maar over de rechtsstaat waarvan jij de hoeder bent. Meppen, “nikker” en “kuthoer” roepen, met stenen en eieren gooien, heeft niets te maken met roetvegen of niet. Dat is een bruuskering van onze rechtsstaat.
Ik heb geen behoefte aan een Minister President die met een omweg racisme en fascisme legitimeert door een neutrale positie te kiezen als het fout gaat. Mark, dit is jou onwaardig. Een `Trumpje’.”

Ik word dus boos over racisme. Logisch toch? Of bevecht ik dan iets in mezelf.
Racisme: is dat nou iets dat “in de genen zit”? Of is het opvoeding. Nature or Nurture? Half Nederland viel over Stef Blok heen, toen hij suggereerde dat multiculturele samenlevingen niet geslaagd kunnen raken omdat het wezen mens zo niet is gebouwd. Hij is gemaakt om in kleinere, homogene groepen te leven. Zeg maar tussen de 40 en max 150 mensen. Klopt. Zo is de mens begonnen. We mogen de nature-hypothese niet helemaal wegdoen. We hebben erna wel nog een flinke stapel eeuwen evolutie doorgemaakt, maar wie weet. Wie weet bestaat het gen nog. Misschien of liever zeer waarschijnlijk niet bij iedereen actief, zoals het gen voor rood haar (dat zou aan het uitsterven zijn). Zo kan je misschien die groepen iets te dikke getatoeëerde mannen begrijpen met baarden en motorfietsen. Die hebben dan misschien dat gen nog actief. Maar ja Stef. Sinds die in kleine groepen levende jager/verzamelaar zijn we gaan landbouwen. We hebben steden gebouwd achter dijken. De Friezen, Kelten, Kaninefaten en Sachsen zijn vermengd geraakt. Er zullen ook Noormannen tussen gezeten hebben en later Portugese Joden en Franse protestanten en.. we zijn eigenlijk altijd wel trots geweest op onze polder, multiraciaal en -culti als we altijd zijn geweest. Laten we de nature-hypothese niet wegdoen, maar als marginaal beschouwen. Net als Stef. Waarom zou je m wegdoen, nog…. ? Dat zei Rutte zelf ook….

Ik heb laatst nog eens uitgelegd waarom ik van westkust-whisky hou. Die whisky die rokerig is, teersmaak, zout, een vleug jodium soms. Zoals Lagavulin, Talisker en Laphroaig. Dat heeft te maken met de geuren uit mijn jeugd. De geuren in de Schiedamse haven en aan de waterweg. Fris, zoutig, terig… en naar alcohol ruikend in de buurt van de stokerijen. We stookten thuis kolen. In de winter rook het huis een beetje naar de brandende kolenkachel. Het is belachelijk misschien, maar zelfs dit soort vluchtigheid heeft nog steeds invloed op mijn primaire reacties en keuzen. Als er een andere reactie gewenst is moet ik daar zeg maar ‘mijn best voor doen’, discipline tonen, over nadenken of onder sociale druk staan. Zo is er ook veel gezegd, ook veel dat niet voor mijn oren bestemd was en ook niet leek binnen te komen, maar wel binnenkwam. Zo waren er gewoonten, die nooit werden uitgelegd, maar waarvan je de betekenis kon proeven, ruiken en opslaan. En er was veel expliciet ook. Bij al die impliciete en expliciete signalen zat in mijn jeugd veel “vanzelfsprekende blanke superioriteit”. Is dat hetzelfde als racisme? Laat ik het er maar even op houden.
De geschiedenislessen en aardrijkskundelessen op school bevatten veel oordelen over het gebrek aan intelligentie, ijver, ondernemingslust van mensen in Afrika en Indië. Die mensen leven in het nu, van de hand in de tand, bij de dag. Ze plannen niet, ze sparen niet, maken alles op wat ze verdienen, kunnen niet vooruitkijken. Maar dat niet alleen, ik kreeg op school en in de kerk voortdurend te horen dat het “een succes” was als er weer meer “zwartjes” waren bekeerd tot het superieure christendom en hun inferieure bijgeloof achter zich hadden gelaten. Wij blanke kolonialisten waren hun redding. En niet alleen op school en zo. Ook thuis. Met familie en kennissen die in Zuid Afrika voor apartheid waren, in West-Afrika plantages hadden geleid of in Indië iets als onderwijs, of bankzaken deden. De verhalen waren consistent. Wij blanken, wij waren superieur, wij brachten een superieure beschaving, wij brachten superieure kennis over gezondheid en politiek, hebben een superieur geloof en waren bezig de mensheid te redden. Dat we daaraan dan ook het nodige mochten verdienen kwam nauwelijks ter sprake, maar de Gouden Eeuw werd zo wel verklaard.
Als ik tot iets ben opgevoed in mijn ontvankelijke jaren, door familie, dominees en onderwijzers in een gezamenlijk afgestemd bombardement was het wel racisme. Alles wat niet op ons lijkt is inferieur, (genetisch?) onbetrouwbaar, mag worden geholpen aan een beetje beschaving, maar wij moeten wel het proces in de wereld blijven leiden en controleren. Het enige tegenspel daartegen kwam van mijn opa die soms in zo’n gesprek zei dat wat er nu werd gezegd toch wel opvallend veel leek op wat Hitler en de zijnen over de Joden en de Zigeuners zeiden. “Waar hebben we dan die wereldoorlog voor gevoerd?”. Die vraag viel dan als een steen in de kamer en het gesprek veranderde van onderwerp meestal. En ja, vraagje, hoe kan je nou racist zijn als je Nelson Mandela, Kofi Anan, Ghandi en Obama bewondert? Ja dat kan. door die onbewuste primair laag….

Ik vind imiteren leuk. Ik probeer accenten na te doen, Rotterdams, Haags, Twents. Maar er zit langzamerhand een gepolijst laagje overheen, Churandy Martina bijvoorbeeld. Het feit alleen al dat het een accent is dat mij vertedert. Ik probeer het niet meer. Turks-Nederlands, ik heb het een tijdje gedaan. Gestopt. Ik vrees dat het neerbuigend en kwetsend kan zijn. Ik moet nadenken over wat mijn “onschuldige grapjes” voor anderen betekenen, mijn best doen, discipline tonen. O ik kan me het gevoel voor humor voorstellen dat leidt tot grapjes tegen een zwarte collega op kantoor als “zo, moest jij niet mee terug op de boot naar Spanje ? of heb je asiel aangevraagd?” Je moet een ongelofelijke oetlul zijn om zo’n grap ook echt en public uit te spreken, zelfs als je er bewust geen kwaad mee bedoelt, maar die lul heb ik met de paplepel ingegoten gekregen. Ik moet nadenken, mijn best doen, discipline tonen. Het is een laag om een “bloody white-male-supremacist” heen. Je bent geen racist omdat je daarvoor kiest meestal. Sterker nog je kiest ervoor om er niet een te zijn en toch, zitten er in de geuren, in de niet voor jouw oren bedoelde zinnetjes, in de als feiten gebrachte koloniale vooroordelen uit je jeugd, in de plotselinge stiltes na een kritische opmerking, oh die volle pijnlijke stiltes…. allerlei onbewuste subtiele vilein racistische trekjes die je nooit helemaal kwijtraakt en zijn getoond voordat je het wist en wilde…

Sinterklaas is een traditie. Een kinderfeest. Zwarte Piet was in mijn jeugd een soort kinderlokker die snoep deelde maar je als je stout was in de zak meenam naar Spanje. Toon Hermans zou zeggen “Ik moest niks hebben van die Snieklaas met zijn knecht”. Wat hier misgaat is niet dat Piet is veranderd in een steeds minder zwarte kindervriend, maar dat een aantal mensen met Afrikaanse voorouders die we waarschijnlijk zelf uit geldelijk gewin van Afrika naar Suriname hebben gebracht protesteren tegen de vanzelfsprekendheid waarmee witte mensen nog steeds hangen aan het beeld van de domme knecht, die alleen op aarde is voor pret maken, leiding nodig heeft en niet kunnen hebben dat uitgerekend zij dat beeld van de witte superioriteit aan de kaak stellen. Onze zwarte vrienden doen dit nu al een jaar of 30 en omdat we niet luisteren gaan ze steeds harder roepen. En hoe harder ze roepen, hoe meer we ons aangevallen voelen. Wij, racistisch? Nee joh wij beschermen onze tradities. En als je dat niet bevalt rot je maar op naar je roots. Wij hebben het recht om te zijn wie we zijn. Maar is dat ook waar als we arrogante klootzakken zijn? Hufters die minachtend schreeuwen naar en over zwarte mensen?
Eigenrichting is een nog veel oudere traditie. En niet alleen in Nederland. Een traditie die we achter ons hebben gelaten. Gelukkig. Dat is een van die lagen beschaving die we om oud gedrag en wellicht (nature) ook om nog een paar oude genen hebben gebouwd, de rechtsstaat. En die moet worden gehandhaafd en beschermd. Waarom? Omdat we het niet allemaal, altijd in ons hebben om eerst na te denken, ons best te doen en discipline te tonen. Ik beweer niet dat de mededeling van Mark Rutte dat de samenleving het zwarte-piet-vraagstuk zelf moet oplossen en dat de regering daarvoor niet op aarde is een vrijbrief was voor eigenrichting. Het lijkt er echter wel langzamerhand een beetje op. Maar de regering heeft ons dan wel als collectief te helpen met dat denken, die discipline. De regering mag, nee moet, expliciet grenzen stellen als na 30/40 jaar escalatie zichtbaar is dat die grenzen nodig zijn. Ik vind dat de hoeder van die rechtsstaat (en dat is nu Rutte) het hufterige gedrag dat die rechtsstaat in gevaar brengt ook moet straffen en het gesprek moet helpen op gang komen tussen voorhoedes en het geweld de kop moet indrukken. En Mark zwijgt en bagatelliseert.
Als er in de 30er jaren -en hoed u voor te gemakkelijke vergelijkingen- niet zoveel was gezwegen, gebagatelliseerd, als er toen scherper was opgetreden tegen racisme en wit superioriteitsgevoel en -gedrag, wie weet was de zaak dan nooit tot de bekende destructieve proporties geëscaleerd. Zwijgen en bagatelliseren kan oorverdovend destructief worden.

Okee, de conclusie is dus, dat ik boos ben omdat
– we in twee kampen zitten,
– niemand durft te zeggen dat de discriminerende oetlul een niet te onderdrukken onderdeel uitmaakt van (ons aller?) primaire reactiepatronen op vreemdelingen,
– racisme een worsteling is, een vorm van disciplinering vraagt, die we allemaal kennen,
– we er niet tegen kunnen als we ons aangevallen voelen op de nog wat minder geslaagde onderdelen van die worsteling en
– liberaal Nederland zo erg vergeten is waar onze rechtsstaat vandaan komt en dat we de hulp van leiders in de publieke wereld nodig hebben om ons via de rechtsstaat te beschermen tegen onze eigen neigingen uitwassen te begaan.
– En ik bang ben dat de plegers van extreem gedrag uiteindelijk weer winnen

Genoeg zelfonderzoek nu.

Drijven of verdrijven

Veel muziek is voor mij als behang. Het is er en beïnvloedt het leven niet. En dan bedoel ik niet alleen de liftmuzak, of de supermarkt-rock. Ook gewone pop-muziek doet dat (of beter, doet dat niet dus). Maar voor mij ook veel klassieke muziek. Mozart heeft een paar dingen gemaakt die me wel “wat doen” of zelfs veel, maar het meeste vind ik, net als Haydn en nog een paar van zulke op het irritante af behangmuziek.

De laatste tijd heb ik wat meer naar muziek geluisterd waar ik dan bijvoorbeeld “drijven” achter schreef, of ”gedachtenverdiepers”. Daar is veel van. Voorbeelden zijn stukken als de Canto Ostinato, of veel werk van Reich en Glass, of die Ola Gjeilo uit Noorwegen. Wat die muziek bij mij te weeg brengt is dat er veel dat stoort of afleidt verdwijnt en een soort “staat” ontstaat waarin mijn gedachten de vrije loop hebben, totdat ze zelfs ophouden. Het beïnvloedt niet wat ik denk, niet de stromen die gedachten volgen. Het is muziek die voor mij een ambiance schept om meer bewust te denken wat ik denk en hoe. Het is aangenaam. Maar als je me vraagt of ik het “mooi” vind, of ik het muzikaal geweldig vind, of het me ontroert of vergelijkbare vragen… Nee. Het spijt me. Daarvoor mist er iets. Wat?

Er is ook muziek die me raakt, bij de lurven grijpt, door elkaar schudt. Dat is muziek die me niet (beter) laat denken wat ik denk, nee, maar die juist wat ik denk verjaagt, het is muziek die mijn denken stuurt, mijn gevoelens stuurt, die beelden brengt, verhalen vertelt. Het gaat niet over “drijven”, maar over “verdrijven” en “openen”. Ik heb ooit al eerder beschreven hoe Miles Davis met l’ascenseur á l’échaffaud me overrompelde en een deur openzette naar een voor mij nieuwe laag pre-puberale Weltschmerz. Een deur die nooit meer is dichtgegaan. Er waren stukken in de Mattheus (Buss und Reu, Erbarme dich en het slotkoor) waardoor mijn vader altijd voor een week gelovig uit de kerk kwam en ik kan ook nog steeds die muziek niet horen zonder dat er een luikje opengaat naar een spiritueel leven. Dat geldt ook voor sommige stukken van Mozarts Requiem of van zijn Vesperae Solemnes. Maar dat geldt ook, maar anders, voor Ry Cooder’s Paris Texas, die, waarschijnlijk geholpen door Wim Wenders’ film, met een muzikaal palet een emotionele woestijn van liefde en onmacht schildert. Ik zie daar meer woestijn en meer dorst en pijn dan in Reich’s Desert Music, de ene erkend als “pop”, de ander als “kunst”. Tom Waits, bezingt de rauwheid van het leven, daklozen, dronkaards. Roger Waters, een nog bekommerder socialist dan ik, die met What God wants goed en kwaad schetst, of in amused to death uitlegt hoe buitenaardse archeologen eeuwen na ons zullen ontdekken dat deze soort op deze planeet zich heeft dood geamuseerd en uitgestorven is. Randy Newman, met zijn soms hartverscheurende teksten over liefde, God en menselijke onvolmaaktheid. Populaire muziek met een vreemd “kloppende” combinatie van tekst en muziek, met een kracht die aan kunst wordt toegeschreven.

Het hoeft voor mij dus niet klassiek te zijn en soms ook niet “mooi”. Maar de piano van de late Beethoven, de cello van Kodaly, die piano van Rachmaninov en Skriabin of Debussy, de cello van Dvorák… Wat ze doen… zonder woorden, schoonheid, ja, maar ik hoor soms ook een schreeuw, een vuist op tafel, zwevend onuitspreekbaar geluk vermengd met heimwee. Vier letzte Lieder van Richard Strauss, ik versta nooit woorden, maar ik hoor iets dat bijna “af” is, maar er naar verlangt om “af” te worden. Alsof er niets mooier is dan de onmogelijkheid van het vervulde heimwee, of van de volmaakte liefde, of van het begrijpen van het leven.
En er is muziek die op de overgang is tussen drijven en verdrijven. Pärt doet dat soms. De cantates van Bach soms. Waar dan plotseling, in bijna op de tekentafel ontworpen muziek, een golf onverwerkte emotie doorkomt. Dat je schrikt en naar lucht hapt.

Dat soort muziek, “verdrijvend en openend”, wil ik horen. Vaak. Er is nog veel dat op me wacht.