Categorie archief: Column

Wie verzint mijn boosheid?

Hoe vaak heb ik mezelf nu al niet betrapt op boos worden?
In dit voorjaar schreef ik de blog ”Wie is het die mij verzint?” Combineer die twee en ik ben het niet die boos wordt, maar het verzonnen personage dat mijn naam draagt….
De vraag is dan, wat triggert die boosheid en in welk verhaal past dat? Of, is dat ook een zinvol en productief verhaal? Wie schiet er wat mee op? Ik niet, vermoed ik.
In ieder geval vraagt het stellen van die vragen dat ik afstand neem van hoe ik mij gedraag, van mezelf, mijn personage in mijn verhaal. Het verhaal dat ik dan kennelijk heb geadopteerd als mijn verhaal. Het personage dat ik heb geadopteerd als “being me”.

Lastig, maar, concreet …. .ik ben twee keer als (niet overdrijven, een beetje maar) mantelzorger aangelopen tegen een bedrijf dat zich niet lijkt te realiseren hoe het leven van een weerloos oud mens dat zichzelf niet helpen kan en afhankelijk is van een buurmannetje eruit ziet. De eerste was Ziggo die het zich permitteerde om iemand die met een alarm om de pols loopt omdat ze vaak valt gewoon twee weken zonder telefoon te laten zitten, zodat het alarm niet werkt. Je krijgt dan een helpdeskmedewerker met beperkte bevoegdheden die de oplossing niet kan versnellen. Procedures meneer. De tweede was ABNAMRO die geen overschrijvingsformulieren wou toesturen omdat ik het telefonisch vroeg en niet de klant zelf (die dat niet meer kon, niet met internet en computers overweg kan en ook geen formulier meer had) met een formulier. Weer een helpdeskmedewerker die niets mocht. Moet die lieve mevrouw dan maar haar maaltijdservice niet meer betalen en uiteindelijk niet meer te eten hebben? “Nee meneer, maar ik kan u niet helpen”. Er is een muur, bewust gebouwd, tussen de niet zelfredzame klant en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van het bedrijf. En het wordt nog laffer wanneer die muur wordt geoutsourced naar een zelfstandig callcenter. Dan staat er ook nog eens een muur tussen de beleidsmakers en de mensen aan het front.  Ik word dan woest. Ik weet wat ik moet doen. Op Twitter een hashtag #ziggo of #abnamro met daarachter #fail en men komt in beweging. Het is in mijn beeld volstrekt idioot dat je niet gewoon wordt geholpen, maar pas als je het bedrijf op social media belachelijk maakt. Maar vooral, ik kan er niet tegen als dit soort platte bedrijfsbelangen zo gemakkelijk ten koste mogen gaan van weerlozen en hun helpers…. en misschien wel nog meer van de redeloze geschooldheid van de helpdeskmedewerker die professioneel kalm blijft (want het gesprek kan worden opgenomen voor trainingsdoeleinden) en blijft verwijzen naar de regels en de procedures. Dat je je hart niet uit je lijf schaamt mormel voor de manier waarop je reageert denk ik dan. Zijn regels belangrijker dan concrete mensen? Ja, volgens je instructies wel, maar waar is de menselijkheid die in opstand hoort te komen tegen dit soort ongein? Denk je zelf na?

Maar er is ook de leider in de politiek die me mezelf laat opvreten, zoals leugenaars en fascistoïde narcisten als Trump en Johnson. Maar, ook hier, ik merk dat ik nog wanhopiger boos word op volgelingen die beter zouden kunnen weten en dus ook beter zouden kunnen handelen, maar dat niet doen omwille van the leadership. Trump bijvoorbeeld ligt onder vuur, maar de afgevaardigden van de Grand Old Party, de Republikeinen, doen er alles aan om feitenbrengers ongeloofwaardig te maken. En waarom? Om die Grand Old Party die gesloopt wordt door dezelfde Trump, te behoeden voor een verkiezingsnederlaag als ze Trump zouden laten vallen. Weer is er het niet zelf nadenken en verantwoordelijkheid nemen voor…. ja waarvoor? De helpdeskmedewerker doet het voor het bedrijf en Congreslid Nunes voor de partij. Kennelijk is er iets in mij dat erop wil wijzen dat er altijd iets is dat belangrijker is dan bedrijf, partij, organisatie, overheid, land…. is het “de medemens”? Zoiets moet het wel zijn.

Is dat soort volgelingengedrag mij vreemd dan, dat ik me er zo over opwind? Nee, natuurlijk niet. Ik ken de werking van het krachtenveld. Je gaat ergens werken, je wordt ergens actief lid van, en dan is het er. De druk om het verhaal van de organisatie of de partij te adopteren. Om te doen wat de leiders van je vragen, om inventief te worden om de doelen dichterbij te brengen, het verhaal waar te maken. En daar openlijk kritisch over blijven kan gevolgen hebben voor van alles. Rationele en materiële gevolgen, je hypotheek moet betaald, je kinderen gekleed. Je wilt hogerop komen. Dan moet je je schikken. Maar er zijn irrationele gevolgen ook. Die te maken hebben met de vraag of je er wel bijhoort en nog geaccepteerd wordt. Mensen hebben behoefte aan een omgeving waarin ze er mogen zijn en zich geborgen weten, maar afwijken van de norm, kritisch zijn op het verhaal werkt vereenzamend. Het psychologisch proces van conformeren en schikken werkt grotendeels onbewust. Maar volgens mij is er in elk mens ook een bron, een stroom van medemenselijkheid, die je wekt als het verhaal niet meer klopt en slachtoffers maakt. En kennelijk word ik boos als ik merk dat mensen die bron, die stroom het zwijgen opleggen.

Hannah Ahrend schreef over het proces rond Eichmann en merkte op dat er meerdere krachten werkten rond de holocaust. Ja natuurlijk Hitler en zijn kringetje als leiders, die in wilde toespraken en dan in wetten en beleid de Duitse burgers ophitsten tegen Joden en Zigeuners etc. Maar vervolgens was er de stille bureaucraat die achter zijn bureau een systeem ontwerpt en de uitvoering organiseert. En ook de organisatie bouwt met sociale druk tot op de bodem die voor het krachtenveld zorgt waarin een ieder zijn moorddadig werk blijft doen. Om zijn hachje, zijn carrière, om…. het is niet alleen de leider die een ontmenselijkend verhaal maakt. Het is de voor fractiediscipline buigende volksvertegenwoordiger die het mogelijk blijft maken dat D66 tegen maatregelen stemt die het onderwijs ten goede komen en voor het verminderen van het aantal natura2000-gebieden. Het is de bureaucraat bij de belastingdienst die een club bouwt die tegen de regels van de rechtsstaat in jacht gaat maken op potentiële fraude bij toeslagen en uit de bocht vliegt om zijn targets te halen,

Ik heb ooit een doorbraak gehad in het leren zwemmen, toen mijn zwembandjes losschoten in het diepe en ik plotseling wel moest. Ik zou dat als een model kunnen maken voor grotere veranderingsprocessen. Het verhaal luidt dan, “als je wilt dat mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun leven, moet je vangnetten verwijderen” Het zijn telkens dit soort “verhalen” die dit soort beleidsprocessen op gang brengen. Zo’n verhaal is bijvoorbeeld dat de wereld beter zou worden als mensen zich minder afhankelijk maken van de overheid en collectieve voorzieningen. Staatssecretaris Tamara van Ark heeft het bij mensen zonder baan dan over “achteroverleunen” bijvoorbeeld. Alsof ze dat met groot plezier en vrijwillig doen. VVD en CDA spreken over de zelfredzame mens en de zorgzame samenleving. Ze weten dat dit niet opgaat voor de samenleving op dit moment, maar brengen het verhaal dat het beter is als het die kant opgaat. En hoe doe je dat dan? Door in ieder geval te bezuinigen op de vangnetten, verplichtingen op te leggen en te dreigen met sancties. Zo hebben we de sociale werkvoorziening in Nederland gedecimeerd, gemeenten de opdracht gegeven om mensen die niet geschikt zijn voor de arbeidsmarkt toch naar normaal werk te leiden (en te korten op hun uitkering als ze onvoldoende actief meewerken) en worden werkgevers met wat subsidie gestimuleerd om dan toch maar wat zorgzamer te worden voor mensen die ze eigenlijk niet goed kunnen gebruiken. En vinden we het vreemd dat dit beleid volledig mislukt? Nee. Maar verbaast het me als Tamara van Ark een week later weer gewoon werklozen beticht van vrijwillig achteroverleunen? Nee want die “verhalen” zijn erg hardnekkig. Maar, ook ja. Want het doorgaan met zo’n verhaal ook als het bewezen niet klopt is een veel gevaarlijker vorm van geestelijke luiheid en achteroverleunen omdat het anderen schaadt, dan de moedeloze inertie van een oudere werkloze. Mijn gevoel voor medemenselijkheid kan niet uit de voeten met beleidsmakers en sancties opleggende bureaucraten, wel met de alleenstaande ouder met een gehandicapt kind.

wie verzint mijn boosheid? Dat stukje van mij dat nog verbonden is met andere mensen en de natuur en niet met verhalen en organisaties en hun verhalen? Of is die Hero ook verzonnen? Is dit ook zo’n verhaal? Ik vertrouw nog maar even wel op dit menselijk kompas…..

Onder de huid van Skrjabin

Tekst van lezing op 12 oktober in de serie Luisterrijk van de Muziekbank

1. START EN OVERZICHT

Draaien opus 1 Wals in f mineur (You-tube) Xiayin Wang, piano

Dit schreef hij op zijn 13e na twee jaar piano- en compositieles

Om met Dik Trom te spreken: het was een bijzonder kind en dat is ie
ik ga vier kanten ervan behandelen:
-Geniaal/gek? Of allebei? Of kind van zijn verwarrende tijd?
-uitzonderlijke soorten begaafdheid: muzikaal, synesthesie, mysticus
-muziekvernieuwer
-rust er een vloek op wat zijn laatste werk moest worden?

2. JEUGD EN WERK

Tonen dia 2 en 3: Kerst 1871 (onze jaartelling jan 1872) tot april 1915

•Moeder (pianiste) overlijdt in 1872. Vader is militair attaché, hij wordt opgevoed door tante en oma’s
•Voelt te weinig “erbij horen”, eenzaamheid, zoekt troost bij piano waar hij veel op speelt zonder les
•Op soireetjes spelen kennissen Chopin waar hij helemaal idolaat van wordt. Hij gaat hem op het gehoor en uit het hoofd naspelen
•Op zijn 11e besluit men dat hij op piano- en compositieles mag
•Na ruim 2 jaar ontstaat zijn opus 1 in 1885
•Hij wordt dan langzaam de ster van de muziekavondjes (Ja tante Julia)

Werk:

•Opus 1 in 1885 opus 74 in 1914 schetsen voor Mysterium 1914/-15
•Ruwweg 14 werken/fragmenten voor orkest
•60 voor pianosolo waaronder verzamelingen etudes en preludes

Ruwweg drie perioden

1.1885–1903 begint als chopin/romantiek steeds hoekiger
2.1903-1907 reis door Europa, overgangsperiode naar mystiek en atonaal
3.1907-1914 mystiek, experimenten, atonaal, depressies, angsten

Ik leerde hem kennen door Buurman Udo die met zijn rechterhand op de rug piano zat te spelen en even later de tiende sonate draaide (komen beide zo). En ik vond niet direct alles mooi, maar werd wel gebiologeerd door deze man. Er zijn weinig componisten die in de loop van hun (korte) leven zo van toon en kleur zijn veranderd. Ik wil vandaag proberen een beetje onder zijn huid, de huid van het bijzondere kind, te kruipen en zo verduidelijken wat zijn ontwikkeling is geweest

Wie is Skrjabin: Volgens recensie van Ilja Nieuwland
Muziek schrijven is niet iedereen gegeven, en de geschiedenis heeft uitgewezen dat het ook niet bijster gezond is. Veel componisten stierven een vroege dood, gekweld door onbegrip, honger en syfilis. Anderen moesten de kwellingen van het beroep bekopen met hun geestelijke gezondheid. Voorbeelden te over: van Hans Rott, die dacht dat Brahms een bom in zijn trein had gelegd, tot Bedrich Smetana, die meende dat de wereld ondersteboven was gezet en daarom zijn laatste dagen in handstand doorbracht.
Maar zelfs de muziekgeschiedenis heeft weinig mafkezen gekend van het gehalte van Alexander Scriabin. En het begon allemaal zo mooi. Scriabin (in Nederland meestal gespeld als ‘Skrjabin’) was een muzikaal wonderkind dat voor mevrouwen in salons al op jonge leeftijd virtuoos de avond volpingelde. Dat met die mevrouwen bleef ook toen hij als later als virtuoos Europa rondreisde, meestal met eigen werken in een soort Chopin-achtige stijl. En minder scrupuleus kennelijk dan Boudewijn de Groot

Andere Recencies
Skrjabin schiep daarmee (met zijn latere “atonale” werk) een eigen wereld, maar wie zich in zijn muziek zelf serieus verdiept, ontdekt al snel dat het bepaald niet de wereld van een gek was.
Nee, gek was Skrjabin beslist niet. Anders kun je zo niet componeren, want ieder werk van zijn hand getuigt niet alleen van ver reikende creatieve vergezichten, maar ook van een volmaakte vormgeving, zowel in detail als binnen het geheel. Zijn werk getuigt van grote precisie.

Hij componeerde door een thema uit te schrijven (12 maten bijv.) dan een bepaald keer 12 maten blanco dan een nieuw thema en dan weer blanco maten. Hij mat als een landmeter de contouren uit voor zijn bouwwerken en nummerde en telde de maten als een boekhouder. Een werk moest “rond” zijn, een geheel, in balans, Als hij die contour af had, begon de invulling pas van de lege maten
Op de vraag naar zijn mafheid komen we aan het einde terug. Voor mensen die niets met mystiek, met spiritualiteit hebben werd hij gek ja. Voor veel anderen niet

3. PLAATS EN TIJD

Tonen dia 4 en 5: De Europese en Russische verwarring rond de eeuwwisseling

•Industriële revolutie
•Schoorvoetend ontstaan van democratieën met beperkt stemrecht
•Vakbonden
•Grote vernieuwingen in de beeldende kunst (abstract)
•Groei naar atonaliteit in de muziek
•Darwin, Marx, Nietzsche: God is dood; de schepping is een verzinsel: de aarde is meer dan 100.000 keer zo oud als de bijbel zegt; de revolutie naakt…
•Relativiteitstheorie en Kwantum-mechanica: wetenschap ont-kerstent
•Opkomst spirituele zoekenden (oosterse godsdiensten, theosofie, astrologie)
•Onder tsaren ontstonden moderne bedrijven en dito elite
•Universiteiten kenden groepen revolutionairen (veelal kinderen van niet-adelijke nieuwe elite)
•In politieke zin deden de Tsaren wel wat mee met het westen, zo werden ook in Rusland slavernij en het lijfeigenen kunnen hebben ongeveer gelijk met  Nederland afgeschaft
•Er zijn verschillende “kleine” mislukte revoluties geweest. In 1905 de grootste voorloper van 1917, toen Rusland de oorlog met Japan verloor en de Doema werd ingesteld met beperkt kiesrecht

Ontwikkeling in Beeldende kunst: bijvoorbeeld Malevich en Kandisky liepen 10 jaar voor op Mondriaan in een zeer vergelijkbare ontwikkeling

Malevich: 1909 en 1915:

     

Kandinsky: 1903 en 1913:

 

Piet Mondriaan: 1911 en 1925:

 

Deze schilders (Mondriaan, Malevich en Kandisky hebben alle drie gemeen dat op zoek waren naar de essentie van vorm en kleur in de natuur. Mondriaan en Kandinsky daarbij ook geïnspireerd door de theosofie, net als Skrjabin.

Skrjabin werd geboren ( jan 1872 volgens onze jaartelling) in hetzelfde jaar als mijn opa van vaderskant. Met mijn andere opa heb ik veel gepraat over die tijd rond de vorige eeuwwisseling. “Het was een verwarrende tijd jongen: alles waar mijn ouders en onderwijzers in geloofden of dachten te weten ging op de kop. Het draaide allemaal niet meer om de aarde en de mens. De bijbel bleek niet “waar”. De kleine man kreeg ineens een stem….”
Skrjabin in zijn Russische context van de vorige eeuwwisseling. Motto: niets komt plotseling, zelfs atonale muziek niet. Alles heeft voorboden, aankondigingen, pioniers en niets komt alleen. Bijvoorbeeld de gebroedersKaramasov uit 1880. Worsteling met geloof, waar haalt de mens moreel besef vandaan als het niet uit de bijbel is?  individualisme, socialisme, groter worden van de wereld voor mensen. Het is soms bijna modern.

4. DE JONGE SKRJABIN

Maar goed, terug naar de jonge Skrjabin

Spelen één stuk van 02 (linkerhand) opus 9 (piano Piers Lane)

Hij gaat naar het conservatorium voor piano en compositie. Klasgenoot van Rachmaninov. (Die eigenlijk zijn hele leven de muziekstijl is trouw gebleven die hij aan het eind van de 19e eeuw leerde). Competitie tussen die 2 over wie de beste pianist is. Door relatief laat les krijgen misschien en misschien iets leesblindachtigs: hij leest slecht bladmuziek. Moet zich alles moeizaam eigen maken, uit het hoofd leren. Als componist is hij zo eigenwijs dat hij in compositie geen examen mag doen. Hij studeert alleen op piano af, maar heeft zo fanatiek getraind dat hij geblesseerd raakt aan zijn rechterhand. In zijn vroege composities is dat te merken aan prominente rol van de linkerhand en zelfs een aantal stukken die alleen voor links zijn geschreven. Hij treedt ook voornamelijk op met eigen werk dus hij moest wel voor zover hij de kost moest verdienen.

Eventueel de Pasternakjes. Buurjongen Boris die gebiologeerd luistert naar het spel, ook naar conservatorium gaat voor piano en compositie, maar uiteindelijk bijna zijn hele leven verder wijdt aan een doktersromannetje waar ie dan wel de nobelprijs voor de litt voor kreeg (34-RAR)

5. DE OVERGANGSTIJD

Als hij 31 is begint een rondreis van een paar jaar door Europa en voornamelijk Frankrijk, Duitsland, Italië en Zwitserland. Hij ontdekt Nietzsche (Zarathustra, de Übermensch), ontdekt de Theosofie (madame Blavatsky), hoort hij Fransen en zelfs Wagner wat wegdrijven van de tonaliteit en raakt bevangen van een mystieke koorts. Nietzsche meende dat de mens op weg was naar een hogere vorm van bestaan, zonder elkaar en de wereld uit te buiten. Die hogere vorm noemde hij de Übermensch en dat is dus wat anders dan de Nazi-edelgermaan waarmee we dat woord zijn gaan associëren. Theosofie beweert dat er “onder alle religies” een soort basisprincipes liggen (“De wijsheid van God”) waaruit al die verschillende religies voortkomen. Als we als mensheid die fundamentelere Wijsheid van God leren herkennen raken we op een beter pad naar een betere wereld. Kombineer die twee en je komt in de buurt van zijn mystieke koorts. In deze periode praat en leest hij veel en ontwikkelt langzaam zijn eigen filosofie. Metafoor: we hebben met Nietzsche en de Theosofie een beeld van wat hij zocht: een kamer en een deur… een idee van wat zich achter die deur bevindt. Nu de sleutel nog….

Hij is dan als componist weinig productief. Geeft veel concerten en ontmoet (oude en nieuwe) vrienden.

Draaien nr 03, opus 45 stuk uit overgangstijd Album Leaf (Horowitz)

5A: Synesthesie

Synesthesie: Gekoppelde zintuiglijke waarnemingen. Hier toonsoort en kleur.

De eerste aantekeningen over Synesthesie dateren ook uit die overgangstijd In Parijs

Samen met Rimski Korsakov palaverend over de kleur van de toonsoort D (Goudkleurig K of cadmiumgeel S). Rachmaninov zat erbij en geloofde het niet, omdat de discussie ontstond over een van zijn composities en hij niets met die kleuren had.

Het gaat later zo ver (rond zijn poeme du Feu (komt straks) dat hij een “kleurenorgel ontwerpt en laat maken dat zijn kleurenbeelden moet tonen aan het publiek terwijl de muziek wordt gespeeld. Het staat nu in zijn oude huis in Moskou dat nu Skrjabin-museum is.

6. DE LAATSTE 7 JAAR

Zoals veel beeldende kunstenaars rond deze eeuwwisseling “hun eigen weg” vonden uit het “keurslijf” van figuratief naar abstract, van lijkend detail naar essentie, zochten veel musici in deze tijd de weg van tonaliteit naar atonaal, van “mooi en vertrouwd”, naar “spannend en verrassend”. Maar hier ligt ook het eerste spoor naar de sleutel: kijken naar een schilderij, laat in je hersenen twee soorten activiteit ontstaan: a. Van twee naar drie dimensies en B: herkenning en duiding. Dat is tot op zekere hoogte ook scheppen. Maar toen schilders dingen begonnen te suggereren nam het aandeel van de kijker in het scheppingsproces toe. Neem de boom van Mondriaan. Er ontstaan twee verwerkingen van de suggestie, namelijk je maakt een boom en tegelijkertijd misschien je zoekt naar de essentie van jouw “beeld van een boom”. Bij abstracte kunst neemt het aandeel van de kijker in het scheppingsproces nog meer toe. je zou kunnen zeggen dat in die tijd het besef ontstaat, dat “kunst in de toeschouwer/luisteraar scheppende kracht laat ontstaan”. Ieder zijn eigen….

datzelfde geldt waarschijnlijk ook voor muziek die niet automatisch refereert aan oude verwachtingen en patronen …..

Wat is dat keurslijf dan in de muziek?

Tonale muziek voor dummies door een dummy:
– Vaste toonladder, vaste maatsoort
– Laatste noot melodie is in de grondtoon. Laatste akkoord het akkoord van de grondtoon (oplossen)
– Het tertsenakkoord
– Tonica subdominant en dominant als akkoordenreeks, waarbij het dominantseptiemakkoord het oplossen naar de grondtoon aankondigde

Componisten willen dingen maken die nog nooit zijn gehoord. Ze willen verrassen, of zoeken naar spanning, …. niet alleen naar melodielijnen en thema’s die nieuw zijn en verrassen, maar zoeken steeds vaker in de afspraken die daaronder liggen. In structuren en gewoonten. Hoe bouw je spanning op, maak je nieuwsgierig, hoe los je die spanning weer op? Moet je die wel oplossen?
FF paar dingen op de piano

Dat is een keurslijf waar veel componisten aan morrelen
– De toonladder (uiteindelijk Schōnberg) maar ook wisselen met grote en kleine terts
– Meerdere maatsoorten en toonsoorten in een stuk (beethoven en mozart)
– Meerdere melodielijnen, meerdere thema’s in een stuk
– Uitstellen van het uitstellen van het oplossen (Beethoven tot opper eindbreier Wagner)
– Complexere accoordenreeksen
– Fusion (Ravel en andere Fransen door import uit andere culturen) Vogelgeluiden Messiaen

Spelen stuk 06 Sonate nr 10 tot na de eerste trillers (Horowitz)

Skrjabin heeft o.a. gekozen voor
– andere soorten akkoorden (deden Liszt en Debussy ook) : Niet op tertsen gebouwd maar op kwarten (mystiek akkoord C-Fis-Bes-E-A-D) Poeme du Feu. Een erg open akkoord dat alle kanten op kan bij het oplossen van de dissonanten
– vervagen onderscheid melodie en begeleiding
– trillers op vreemde plekken en andere toonsoorten zie laatste sonata opus 70)

En hij gaat steeds meer “groot” schrijven. Niet meer alleen pianosolo, maar voor orkest, koor, orgel en piano om meer kleurenrijkdom te kunnen organiseren.
Poeme du Feu gaat over de mythe van Prometheus, de halfgod die eerst de mens schiep als rechtop lopend dier (vgl paradijs) het vuur van de Olympus haalde en naar de mens bracht, de mens die zo ontdekte wat scheppen was, de extase van scheppen ontdekte en zo een grote stap voorwaarts in zijn ontwikkeling zette (vgl boom der kennis) en vervolgens kreeg Promotheus straf (vgl niet de slang maar de mens uit het paradijs verjaagd). Dit combinerende met het spoor van de Ubermensch en de theosofie werd de spanning steeds groter. De piano in het stuk speelt de rol van de scheppende mens, het individu in de orkaan van koor, orkest en orgel. Bij de premiere speelde hij zelf de pianopartij: Hebben we hier de sleutel? Skrjabin als de tweede brenger van het vuur?

is dit dan wel de sleutel? De vuurbrenger die het volk leert scheppen en zo laat door-evolueren?
Spelen stuk poeme du Feu (04)  (Chicago Symphony Orchestre olv Pierre Boulez)

7. “MEGALOMANIE (?)” NOOIT GESCHREVEN EN NOOIT GEHOORD

Citaten van de mysticus

Citaat uit dagboek en Groene

‘IK MAAK MIJN geschiedenis, de geschiedenis van de wereld, de geschiedenis van het universum. Ik ben, en buiten mij bestaat niets. Ik ben niets, ik ben alles, ik ben de enige en in mij verenigt zich de verscheidenheid’, noteerde de Russische pianist/componist Alexander Skrjabin in zijn dagboek. ‘Ik wil leven. Ik ben het vibrerende leven, ik ben het verlangen, ik ben de droom. Totdat ik mijzelf verlies, totdat ik verga. Ik ben vuur, ik ben chaos.’dit is niet de zin van een gek, maar van iemand die een eenheidservaring heeft. Vgl de uitspraak “ik ben de weg van een boeddhistische monnik na een meditatie
… hij is de geschiedenis ingegaan als een excentriekeling. Terecht. Heen en weer geslingerd tussen een alles verterend minderwaardigheidsgevoel en de opperste grootheidswaanzin, klampte hij zich vast aan zelfgefabriceerde levensfilosofieen die een mengelmoesje van samengeharkte denkbeelden vormden.

Ander citaat uit groene en dagboek

Het centrale thema in Skrjabins eigen denken was zijn visioen van eenheid, een Goddelijke Eenheid Dit idee bouwde hij uit tot een grootse theorie over het heelal en de geschiedenis, waarin voor hemzelf een belangrijke taak was weggelegd. Een vreemde mengeling van nihilisme en idealisme deed hem geloven in een allesvernietigende apocalyps, waarna de wereld op een hoger niveau de draad weer zou oppakken. Dit moment van vernietiging zou de uiteindelijke extase betekenen, waar alle handelen op gericht moet zijn. ‘De aard van het leven is het streven naar iets anders, iets nieuws. Werkzaamheid betekent opbloei van het leven. Bloei gaat op zijn hoogtepunt over in extase. Het absolute zijn is extase.’ Aldus de componist in zijn toelichting op zijn orkestwerk Poeme de l’extase. (idem Boulez en CSO + Ugorski piano)

Hij krijgt angsten en wanen: Waarschijnlijk was hij bang dat hij wat hij als zijn opdracht voelde, namelijk bijdragen aan het naar een hoger plan brengen van de mensheid, niet aankon. Zijn stuk Vers La Flamme voor piano schreef hij, terugkomend uit een psychose. Vers La Flamme, de reis naar het licht, van de mist naar het licht. Prometheus weer, de lichtbrenger, maar ook een spiegel van zijn eigen leven, uit de mist na de angsten terug naar het licht….

Draaien stuk van 05 vers la Flamme (Horowitz)

Het is de vraag of je die opdracht grootheidswaan moet noemen. Het ging hem niet om zijn ego, maar om de mensheid. Bij Wagner (de Ring) misschien ook Stockhausen, Mahler met zijn symfonie voor 1.000 heb ik dat eerder. Hier is een man die in de verwarring van zijn tijd een mysticus werd die uit verschillende stromingen plukte en waarschijnlijk pittige visioenen kreeg die hem ook angstig maakten. Gek is hij niet echt denk ik, Ook bepaald niet “gewoon”, wel gedreven, of bezeten(?) door iets dat erg weinig mensen echt begrepen, en bang om te falen.

Maar hij wil nu echt de mensheid helpen opwaarderen in de richting van Nietzsche’s Ubermensch
Daartoe wil hij een stuk maken:
– dat 7 dagen duurt en de vorming van het universum behandelt, de komst van de mens en de transcendentie van de mens aan het einde naar een hogere scheppende extatische vorm
– alle zintuigen moet bespelen, kleuren, dansers, zelfs aan een geurorgel werd gedacht
– in een speciale daartoe te bouwen (tempel-)zaal aan de voet van de Himalaya zodat de luisteraar ook de kilte van de ochtendmist uit de bergen kan ondergaan, maar ook beinvloed wordt door de gewijde plaats
– en dat zo indrukwekkend moet zijn dat het chaos schept in de geesten, waaruit de nieuwe mens kan worden geboren

Hij schrijft in vage schetsen wat op over wat hij wil (vooral veel teksten die tijdens de muziek moeten worden gesproken) en overlijdt dan aan die bloedvergiftiging na een puist op zijn lip.
Boris Nemtin heeft de schetsen gevonden is ze gaan uitwerken. Daar heeft hij 30/40 jaar over gedaan, voor één avond van 2,5 uur, “De inleiding” gebaseerd op thema’s en klankkleuren uit Skrjabins latere werk. Vladimir Ashkenazy, die als pianist alles van S heeft gespeeld ging dat dirigeren in de VS en nodigde Nemtin uit voor de première, maar die overleed twee weken voor de tijd en heeft nooit gehoord wat hij ervan maakte

Draaien 07 en 08 Mysterium (olv Ashkenazy)

Veranderlijk, onzeker, complex en dubbelzinnig, tja en wat kunnen we ermee?

Dat zou de wereld zijn op dit moment. Op de een of andere manier blunder ik de laatste tijd steeds vaker op tegen mensen die hiermee bezig zijn. VUCA heet dat: Volatile, Uncertain, Complex, Ambiguous. Sommigen maken van de C van complex zelfs Chaotisch.

Dit wordt een langere blog dan gebruikelijk, iets dat VUCA is, complex, kan ik niet in een of anderhalve bladzij afdoen.

En het is ook niet niks: klimaatcrisis, crisis in de internationale samenwerking, het Midden-Oosten en Afrika leveren vluchtelingenstromen naar Europa, Midden-Amerika naar de VS en we weten niet goed hoe daarmee om te gaan. De signalen voor een succesvol doorzetten van ons economisch model knipperen allemaal: arbeidsmarkt, woningmarkt, zorg, pensioenen…. Er is een geloofwaardigheidscrisis in de politiek, er is fakenews en er zijn bots en trollen, verkiezingen worden via onze social media beïnvloed door leugens… we worden uit elkaar gespeeld door het bewust toedienen van strijdige informatie, er zijn bedrijven die veel meer van ons weten dan onze beste vrienden die we wel vertrouwen. We hebben er geen grip op, geen controle en wat er aan controle is verstikt ons in maatregelen gebaseerd op angst en wantrouwen, zie de regel- en bureaucratie- crisis in de zorg en het onderwijs. Hoe moet je je daartoe verhouden? Als individu kan je er niet veel mee. En ik vraag me af wat de individuen, die neem ik aan gemiddeld van goede wil zijn, die leiding geven aan onze overheid, onze bedrijven en instellingen… wat die er mee kunnen.

Voor mensen die de overload aan informatie ervaren die bijna allemaal bol staat van ramp-achtige waarschuwingen rond klimaat, leefmilieu en economische vooruitzichten is het krachtenveld te groot, het is immens, enorm en overschrijdt zover de eigen mogelijkheden, dat er een scala aan reacties mogelijk is dat bijna volledig improductief is. OK, we kunnen ons afval beter scheiden, minder rijden en vliegen, of zonnepanelen enzo, maar we voelen dat als druppels op een gloeiende plaat. Ik word of boos of escapistisch (zet goeie muziek op en een koptelefoon, goed boek), anderen raken depressief of zelfs verstrikt in vijandbeelden en worden een prooi van foute politici die roepen dat het allemaal niet waar is. Of opgelost als we de islam verjagen of onze grenzen sluiten, of de samenwerking in Europa stopzetten. De spanning tussen de individualisering die we de laatste jaren hebben gezien en de mondialisering van informatie en economie maakt dat de veilige haven van de eigen groep, het eigen dorp, de eigen natie geen houvast meer biedt. Dostojewski schreef in 1880 al dat als godsdienst wegvalt, als de plaatsen en rituelen wegvallen waarin een samenleving zijn centrale sociale waarden deelt, dat mensen dan op zichzelf worden teruggeworpen en slechts hebzucht dan overblijft als weg. En inderdaad is in het moderne aandeelhouderskapitalisme het adagium “Greed is Good” lang ingeburgerd geweest. Maar wat als je niet in een positie verkeert waarin je de ruimte hebt om van de vruchten van die hebzucht te genieten? En je de Dagobert Duckjes van de wereld alsmaar rijker ziet worden, de Polen en Syriërs ziet komen die op jouw baan azen en je de zorg voor je hulpbehoeftige ouders ziet verschralen?

Maar wat gebeurt er met beslissers, met de mensen die touwtjes hebben gevonden waaraan ze kunnen trekken?
Het probleem dat daar optreedt is dat het krachtenveld waarin je beweegt niet meer alleen  immens en anoniem is, maar dagelijks voelbaar, namen heeft, en dilemma’s oproept. Laat ik het klein maken. Je wilt als gedeputeerde van de Provincie Overijssel maatregelen nemen tegen stikstof en CO2 om het klimaat, maar geen opstand. je wilt draagvlak. Natuurlijk wil je dat voor burgers die moeilijk kunnen rondkomen en die je niet te zwaar met energieheffingen moet aanpakken en moet verplichten om 20.000 euro in hun huis te investeren. Maar er is ook de dagelijkse druk van aannemers, boeren, energiebedrijven, de directies van bedrijven die hun geld verdienen met reizen en mobiliteit. Je kent ze bij naam, je hebt ze vaak nodig. Je loopt als beslissers een krachtenveld binnen dat bol staat van tegenstrijdige druk. Maar er is ook, en dat is misschien wel belangrijker nog, een stapel dilemma’s. Wie vooroploopt in de sfeer van verboden, remt de economie. wie stopt met de ene vorm van energie maakt zich afhankelijk van de leveranciers van de andere… enzovoort. En wat misschien nog belangrijker is: als de werkelijkheid onvoorspelbaar is en de reacties en de informatie erover ambigu, als de werkelijkheid veel ingewikkelder is dan we in onze versimpelde beleidsmodellen denken en er morgen iets nieuws kan opduiken dat … moet ik dan niet even wachten met reageren? Moet ik nu al dijken gaan verhogen met een meter? De maximumsnelheid terugbrengen naar 100, de plannen voor Lelystad in de ijskast, de reserves gaan steken in de sanering van boerenbedrijven en daarmee onze exportpositie in gevaar brengen?
Kortom: we hebben last van
-een sterk krachtenveld,
-van hele lastige dilemma’s en
-van een grote mate van onzekerheid.
-En je wilt als verantwoordelijk CEO niet je bedrijf in gevaar brengen (en daarmee je eigen positie) en als politicus die onverantwoordelijke populistische en opportunistische oppositie niet in de kaart spelen. De kans dat deze vier krachten leiden tot een gebrek aan adequate reactie bij beslissers is groot. Zeker als we in wankele coalities regeren…

Is er hoop? Vast wel.

het begint met de erkenning dat het inderdaad een bijzondere tijd is. Ja er is altijd complexiteit geweest, er was altijd al aanleiding voor onzekerheid, maar wat we nu zien is nieuw, laten we de vier eens langslopen:

1. Veranderlijkheid: alles gaat sneller. De levenscyclus van bedrijven en producten wordt steeds korter. De “time-to-market” ook. Maar ook het klimaat en onze leefomgeving verandert sneller, ijskappen en gletsjers smelten sneller, het bestand aan insecten en bijen loopt steeds sneller terug, de biodiversiteit neemt sneller af… zelfs in de politiek kan het snel gaan, niet alleen schommelen de uitslagen van verkiezingen sterker dan ooit, komen er nieuwe partijen en gaan ze ook weer snel, ik heb nog nooit een partij zo snel van koers zien veranderen als de VVD tijdens Rutte 3

2. Onzekerheid: voor een flink deel wordt de onzekerheid voor beslissers gevoed door die veranderlijkheid. Als consumentenvoorkeuren snel veranderen, als je concurrentiepositie  met start-ups en pop-ups in je omgeving snel verandert, duidelijk. Prognoses moeten daardoor steeds grotere onzekerheidsmarges inbouwen. We zien ook dat prognoses over het klimaat onzekerder worden, niet of de zeespiegel zal stijgen en niet of we de verwachting jammer genoeg naar boven moeten bijstellen, maar met hoeveel…. wordt het 84 cm in plaats van 40cm of een meter of twee meter? Maar niet minder dan 40cm.  Bedrijven “volgen de vraag” niet alleen, ze creëren hem ook, zie Apple bijvoorbeeld. Maar hoeveel investering vraagt dat niet? Steeds meer? En in de politiek, hoeveel onvoorspelbare ongeleide projectielen bevinden zich onder onze wereldleiders? Hoeveel invloed heeft dat op de houdbaarheid van beleid?

3. Ingewikkeld: complex betekent meestal dat we ons wel enigszins bewust zijn van de samenhang van trends en gebeurtenissen, maar die onvoldoende kunnen doorzien en overzien. Wanneer werken factoren versnellend op elkaar in en wanneer vertragend? In de klimaat en biodiversiteit blijken steeds meer verbanden te bestaan die versterkend op elkaar inwerken en sneeuwbaleffecten kunnen bewerkstelligen die we niet hebben zien aankomen. Besluitvorming wordt in de politiek steeds complexer door de grote aantallen stakeholders die in het openbaar meewerken en meedenken. We zien dat Rutte1 en 2 allerlei beleid hebben vastgesteld dat we nu moeten bijsturen omdat de werkelijkheid ingewikkelder was dan men vooraf wenste toe te geven. De Brexit bleek een factor 1.000 complexer dan Cameron dacht toen hij zijn referendum uitvaardigde. Je kunt je afvragen trouwens of een referendum geen afschuwelijk fake-middel is in een wereld waarin de vertegenwoordigende democratie de complexiteit van het leven nauwelijks aan kan. Bestaan ja/nee vragen in deze arena eigenlijk wel?

4. Ambigu: ja er zijn nooit groter leugens geweest dan statistiek, waar, we beginnen te leren dat koopkrachtplaatjes altijd niet alleen tekortschieten maar dubbelzinnig kunnen zijn. Is het nou gunstig of ongunstig dat er meer ZZPers zijn dan vroeger? Rekenmodellen leiden tot negatieve rente van de ECB, maar zijn economen het eens over de effectiviteit van dit soort pakketten? En wat betekent dreigende taal van Trump tegen Irak? En wat is zijn steun aan Israël waard? De man blijkt altijd iets anders te bedoelen dan hij twittert…  en hoe erg fake is fakenews als het breed wordt geloofd en een self-fullfilling prophecy wordt? En ja veel van wat wij over ons en de wereld roepen, zoals economische groei moet, religie speelt een steeds kleinere rol in de wereld, de techniek schrijdt steeds sneller voort en kan veel oplossen, het zijn verhalen, ideologieën, die als ze al waar zijn een qua tijd en plaats zeer beperkte geldigheid hebben. Als we ons bewust worden van de dubbelzinnigheid van onze zogenaamde zekerheden, kunnen we er ook omheen denken….

En waar vinden we die hoop dan? ik vermoed in:
a. Ja erkenning dat die VUCA-beelden meer waarheid bevatten dan ons lief is
b. Transparant worden naar onze omgeving, onze werknemers, aandeelhouders… onze netwerken over de gevolgen ervan, over dat we minder weten en begrijpen dan ons lief is.
c. Opener worden over de dilemma’s die dat oproept bij de beslisser en minder stoer opereren
d. “Onconventioneel denken”, buiten de vertrouwde paradigma’s. Nieuwe wegen zoeken
e. Veranderingsprocessen starten die over de grens van de eigen organisatie heengaan.
Laten we eens wat verkennen.

a, b en c hebben een identieke grondtoon, erkenning, transparantie en openheid. Dat is een medaille met twee kanten, namelijk een persoonlijke, stoppen met ontkennen en er langs heen proberen te leven, je niet langer verliezen in de korte termijn-waan van de dag. En een strategische en dat is dat al het werk en geld dat je steekt in het imago van bedrijf en de leider ervan, dat dat neerkomt op het scheppen van een illusie waarvan iedereen weet dat het een illusie is. We zijn erg verknocht geraakt aan een soort ‘public relations’ die meer fake is dan vertrouwenwekkend. Ik vraag me heel vaak af of het gezamenlijk werken aan de oplossing van problemen niet heel erg wordt belemmerd door dit soort blazoenpoetserij. En zeker als dat poetsen gepaard gaat met het afgeven op de anderen. Ik kan me niet voorstellen dat ik uniek ben als ik mezelf beken dat ik liever energie steek in en met mensen optrek die zeggen “ik kan dit niet alleen” dan met lieden die vragen of ik hen maar wil volgen omdat ze het ‘weten’. En tegelijkertijd is daar ook enige ambiguïteit: het moet ook niet te lang duren, we moeten ook durven doorpakken. Maar misschien is dat ook wel iets dat je beter samen besluit dan als despoot oplegt, toch?

Zo zijn dilemma’s vaak een soort gevangenis als je er in je eentje probeert doorheen te denken. En als je erover gaat onderhandelen kom je vaak in een soort waterig midden uit waarover niemand tevreden is. Ja 130km per uur op snelwegen, we hebben het als VVD net bevochten en dus wil je niet inleveren en Ja 130 km per uur is slecht voor klimaat en natuurgebieden en dus moet het verboden worden. Het waterige compromis is alleen 130 als er geen Natura2000 gebied in de buurt is, maar we blijven het milieu wel belasten met CO2 en fijnstof in de rest van het land. Kunnen we het probleem oplossen door er omheen te denken? Of moeten we ergens ontdekken dat het probleem van de verschralende biodiversiteit en de opwarming van de aarde zo groot is dat het dit dilemma tot kleuterproporties terugdringt? En hebben we daar elkaar niet voor nodig? Moeten we het “botsen, waarbij we elk onze eigen kant opkijken” niet vervangen door “dansen waarbij we allemaal alle kanten van de zaak te zien krijgen”? We krijgen een verandering in onze voedselproductie niet voor elkaar als we niet ook luisteren naar de boeren en kijken wat er in hun wereld gebeurt (in de hoop dat de boeren ook mee willen blijven kijken en luisteren naar de andere kant natuurlijk). Het aanpakken van een dilemma vraagt dat we oude denksporen loslaten en nieuwe ontdekken. En daarvoor heb je je omgeving nodig. “Help, ik kan dit niet alleen”.

Ons beleid staat bol van dat soort oude denksporen. We zoeken kansen voor ons bedrijfsleven, we hopen op redding door technologie,  we geloven in de markt en in de zegen van stijgende arbeidsproductiviteit. We hebben jaren geroepen dat staatsschuld een hypotheek was die we niet bij onze kinderen mochten neerleggen en om die staatsschuld te verminderen hebben we tal van oude op solidariteit berustende systemen aangepakt, naar de markt gebracht en daarmee voor onze kinderen moeilijker bereikbaar gemaakt. En oh ja, nieuwe technologie zal zeker een deel van de problematiek oplossen. Nieuwe energievormen, energiezuinige oplossingen, zeker. Maar we ontdekken ook met stijgende regelmaat de achterkant van eerdere technologische vernieuwingen, zoals van kunstmest, en kunststof (plastic eilanden in de stille oceaan en microplastic in ons voedsel) . Van bestrijdingsmiddelen en schaalvergroting in de veeteelt en visserij. Veel technologische vernieuwing is geboren uit een te beperkte manier van kijken en meten binnen vertrouwde denksporen als, ‘kunnen we iets natuurlijks vervangen door iets mensgemaakts’? We hebben ook nieuwe aanvullende inzichten nodig, waarbij bijvoorbeeld biodiversiteit een deel van de oplossing wordt in plaats van nu ongewenst want verminderd gevolg. We zouden moeten zoeken naar stuurmodellen, waarin niet economie en koopkracht leidende criteria leveren, maar welzijn en duurzaamheid. Bhutan en Nieuw Zeeland zijn daarmee gestart. Kunnen we als leidende westerse economieën niet een flink deel van onze economische kracht in dit soort ‘denkvernieuwing’ investeren? Ook innovatie als beleidstheorie wordt misschien wel bekneld door oude paradigma’s over wat dat is en waar dat toe moet leiden… we hebben kunstenaars, kluizenaars en filosofen nodig wellicht? Vandaag kopt de NRC dat Nederland ingrijpend moet veranderen om de zeespiegelstijging op te vangen. Nou, waar zullen we eens beginnen? Drijven?

Als we iets nederiger, meer samen, de beddingen van onze rivieren van denken moeten verleggen, dan hebben we veranderingsprocessen nodig die ook breder zijn dan de bedding van onze eigen organisatie. Organisaties zijn dingen die we hebben uitgevonden om het gedrag van mensen te sturen en te controleren. Maar wat is er dan als die sturing, die beheersing en controle blijken te rusten op een falend paradigma… ik zag deze week de CEO van een groot farmaceutisch bedrijf roepen dat zijn financiers meer invloed hadden op zijn beleid dan de nood van de patiënten die wat aan zijn producten moesten hebben. En ook nog dat dit goed was. Dat is een Bastille waar nodig een nieuwe revolutie moet beginnen. Laten we een vreedzame doen.

Ik zie een paar modellen voor veranderingsprocessen in dit soort complexe situaties, die je ook nog eens gefaseerd of parallel kunt inzetten:

1. We maken creatieve vrijplaatsen, met wetenschappers, kunstenaars, vluchtelingen, verhalenvertellers, ethici, verzin het. Het gaat dan om “verkennen”. Wat is het en wat is mogelijk. Maar ook om “vertellen”. Zodat er iets meer doordringt tot de hoofden van mensen die er onvoldoende over dachten en naar handelden. In de overheid werkt men soms met door loting samengestelde burgerraden die een vastzittend probleem aanpakten. De nieuwe Ierse abortuswet is misschien wel het meest spectaculaire voorbeeld van zo’n verkenning met ondersteuning van wetenschap e.d. uit deze sfeer.

2. We organiseren een gezamenlijke zoektocht van meer invloedrijke stakeholders, naar hoe zij het veld waarin ze opereren zien en wat zij als hun belangrijkste bijdrage aan de oplossingen zien. Het gaat daar om “scheppen van beweging door nieuwe impulsen aan het krachtenveld”. Gedrag is als water, het kiest de weg van de minste weerstand. Wie wat wil veranderen moet zorgen dat die weg verandert, andere krachten organiseren. Scharmer heeft met zijn TheoryU daarvoor modellen en hulpmiddelen ontwikkeld. Er zijn daarmee vernieuwingen ontstaan in de chaos die in de Amerikaanse gezondheidszorg heerste die de moeite waard zijn.

3. We hebben inmiddels ervaring met onze klimaattafels. In een proces als dit worden belanghebbenden bijelkaar gezet om te onderhandelen en tot wederzijds verplichtende deals te komen. Daaraan gaat iets vooraf, een fase waarin het probleem wordt verkend en belanghebbenden worden geïdentificeerd. Opdat niet gebeurt dat bijvoorbeeld de luchtvaart buiten schot blijft. Ook dient duidelijk te zijn dat zwakke partijen moeten worden beschermd, opdat niet de individuele burger die niet aan tafel zat het haasje wordt.

4. Dit is in mijn geweten de lastigste. We zijn met het ter ziele gaan van de klassieke politieke ideologieën “het bindende en activerende verhaal” kwijtgeraakt. Onder 1 haalde ik de verhalenverteller al aan. Ik ken op dit moment voornamelijk foute sprookjesvertellers als Johnson en Farage rond de Brexit. Foute sprookjes rond belastingen en hebzucht aan de top die nu kennelijk ook door de VVD worden doorgeprikt. We hebben verhalen nodig die inspireren en binden. Geen verhalen met fictieve gezamenlijke vijanden, bijvoorbeeld waarin de Islam het heeft gedaan. Maar kunnen we verhalen maken die niet ook manipuleren? Die breder zijn dan geloof in nieuwe ingenieurs, kunstmatige intelligentie? Kunnen we bijvoorbeeld met verhalen en beelden mensen leren op een nieuwe manier te leren? Minder reductionistisch, want dat leidt tot kortzichtigheid en meer inclusief? Ik wou dat ik het wist….