Maandelijks archief: juli 2020

Vieillir

Wie ouder wordt heeft veel vrienden die ook ouder worden. Daar begint het gelazer al. En wie nog verder veroudert heeft op een gegeven moment nauwelijks nog vrienden die ouder worden…. En zolang je ze nog hebt, die vrienden, wordt er met enige regelmaat gesproken over wat dat is, ouder worden. Hoe dat voelt…. Ik ben wel stevig, merkbaar en zichtbaar, aan het ouder worden, maar ik hoor nog niet tot de ‘volhouders’, ik heb de vrienden nog.

….Lotgenoten…

Het Winterlogboek van Paul Auster begint als volgt: “Je denkt dat het jou nooit zal gebeuren, dat het jou niet kàn gebeuren, dat jij de enige op de wereld bent die geen van deze dingen ooit zal gebeuren, en dan beginnen ze je, een voor een, allemaal te gebeuren, net zoals ze ieder ander gebeuren”. (Ik zou het in ‘overkomen’ hebben vertaald, niet in ‘gebeuren’). Dat logboek gaat dus over ouder worden, en vooral door te focussen op het lichaam…

Ik kreeg laatst voor Vaderdag een legpuzzel. Ik begon eraan en mijn dochter zei: “hé ik zie dat je begint met het makkelijke en het leuke: de rand en de meest in het oog springende voorstelling. Dan is het laatste deel zo saai en moeilijk met al die identieke stukjes. Als je dat nou eens andersom had gedaan….” En ik dacht: “C’est la vie”, zo leven we ook. Het leven begint als een ontdekkingsreis, als een avontuur, je leert stap voor stap, van eenvoudig naar complex, okee school was vaak saai en vervelend ook, maar in the end… wordt veel arbitrair… de hoofdzaak ligt er al…. je voegt steeds minder (of meer van hetzelfde, de zelfde kleur) toe… Maar is de voldoening van het vinden van dat ene uit de 50 witte stukjes dat past niet minstens zo groot als…?

In een gesprek met een aantal van die ouder wordende vrienden ontstond een palet als “met het wegvallen van al die corvee-achtige dingen in mijn agenda ontstaat ruimte… misschien moet het mooiste nog komen”. Via “telkens als ik terugkijk valt me op dat ik het leven mooier vind dan een paar jaar geleden. Of dat zo blijft…” tot, “onzin, er is ook veel slijtage, verlies van energie en lust, van kansen en mogelijkheden…”
Ik vroeg me af, we hebben een mechanisme in ons lijf dat onze temperatuur constant houdt op tegen de 37 graden… zolang we gezond zijn…. zou het ook zo gaan met onze gemoedstoestand bij het ouder worden? Dat er ondanks het verlies aan zicht, gehoor, tanden, conditie, libido toch een soort constante is in het tevreden zijn? Zolang we gezond zijn? In balans?

Het begint er al mee, dat als je korter bent dan, zeg, een meter, je de wereld anders ziet dan als 75jarige van 1,85 meter, als ik zo lang nog ben… je ziet details die nu of niet meer zichtbaar zijn zonder leesbril of loupe of er niet meer toe doen. Je zag toen mieren, nu een mierenhoop. Bomen en nog geen bos. Maar het zijn niet alleen details, de wereld bestaat uit een giga-hoeveelheid dingen waar je als klein mens nog niet zozeer bij kunt, maar je weet, later, als je groot bent wel. En, het meeste wat je dan meemaakt is nieuw. Dat zijn drie dingen… details, het groeiperspectief en verwondering over het nieuwe… drie dingen die sterk bepalend zijn voor het zelfbeeld… een ouder lijf verliest ze niet zomaar alle drie, een oudere geest kan de verwondering behouden…
Ik schreef een tijdje geleden “ouder worden is een bijna voortdurend jezelf opnieuw uitvinden”. Een van de bepalende dingen daarvoor is dat zelfbeeld van groei, van sterker en wijzer en beter worden. Dat zelfbeeld gaat op de schop.

….Omkering van perspectief….

Als kind zijn de kwaaltjes van je ouders en grootouders bijvoorbeeld, details met als voornaamste betekenis, dat ze horen bij oudere mensen (en ze passen niet in dat groei-zelfbeeld). Op het hoogtepunt van je carrière, of in een spannende fase ervan, ben je zo druk, zo bezig met groeien en sterker worden, dat de plasproblemen van je vader of een tia van je moeder wel net iets meer zijn dan details, maar nog altijd behoorlijk in de marge. Het zijn van die dingen die jou nog lang niet of liever nooit gaan overkomen… wat jou dagelijks overkomt is dat bazen, collega’s, klanten, de logistiek, je agenda bepalen, je bezigheden dicteren. Spanning scheppen, vaak leuke spanning, maar ook van die bloeddruk-spanning. Kans om te falen… Vrijwel alle aanleidingen voor je dagelijkse activiteiten, succes-belevinkjes en zorgen komen van buiten. Totdat… na je pensioen je secretaresse je agenda niet meer vult, er geen extern gegenereerde verplichtingen meer zijn. Dan moet de aanleiding om bezig te zijn van binnenuit komen. Uit een binnenwereld, die merkt dat het plassen minder gaat, die soms niet zomaar weet welke dag het is, die alsmaar niet op de naam van die zanger kan komen… een binnenwereld die opgelucht denkt dat hij eindelijk tijd heeft voor alles dat bleef liggen… filosofie, pianospelen, vreemde taal leren…. en dan ontdekt dat ageren (het uit jezelf genereren van de energie daarvoor) lastiger is dan reageren op wat werk en kinderen ooit van je vroegen.
en wat er gebeurt, door het wegvallen van al die dagelijkse externe impulsen, is dat je wereld kleiner wordt, minder mensen bevat, minder noodzaak je ergens in te verdiepen… Je maakt je ook nog wel voortdurend over van alles druk, maar dat worden steeds vaker dingen die je vroeger onbelangrijk vond, dingen die dichter bij je lijf liggen.
En… op die manier: Wat vroeger in de marge zat, wordt naar het centrum getrokken. en andersom…

… Paradox van angst… het ui…

je denkt er eigenlijk nooit aan, maar er zijn ouderen in je leven en dus denk je er af en toe aan, en dan denk je dat het jou niet overkomt, maar stel… je moet er niet aan denken. Als…. is het leven dan nog wel de moeite waard…. dan wil ik waarschijnlijk niet verder leven? Als…. als kanker bijvoorbeeld. Mijn vader kreeg het en soms snapte ik niet dat hij verder wou. Toen me werd verteld dat ik het had, een snelgroeiende en uitzaaiende vorm van prostaatkanker, kreeg ik zo snel te horen dat we er op tijd bij waren, dat ik toen de geruststelling kwam nog in het eerste Kuebler-Ross-stadium zat, dat het nog nauwelijks was doorgedrongen en gedeeltelijk ontkend. De latere stadia van verzet en berusting bijvoorbeeld kwamen pas bij het wennen aan de gevolgen, incontinentie en impotentie. Er was ‘mijn stoet van dwergen’, een serie snel wisselende stemmingen met beelden van het sterfbed van mijn vader (zelfde kanker), mijn eigen hoofd op dat sterfbed, mijn troosten aan mijn omgeving die harder schrok dan ik, het beeld van gezond na de operatie verder, de wil om er doorheen te komen… Die stoet stelde me gerust dat de dieptepunten snel zouden worden opgevolgd door ups… Het schrikbeeld ‘kanker’ is nooit groot geworden… de paradox, als het ver weg is, in de marge, lijkt het groter en angstwekkender dan van dichtbij?
Er zijn inmiddels zeker 10 mensen in mijn omgeving overleden aan kanker, de meesten met een euthanasieverklaring. Net als mijn vader stelden ze het steeds uit of zelfs af. Telkens werd de grens van ‘het niet meer menswaardig bestaan‘ iets verder opgeschoven. Menswaardig oud worden is als een ui waarvan steeds laagjes afkunnen waarbij het ui, ui blijft? Ik weet het nog niet.

… De dragelijkheid van klein leed ….

Toen ik een jaar of tien was viel ik, over een smal muurtje van ruim een meter hoog lopend, met mijn knie op de rand van dat muurtje. Niets te zien. Geen wond, geen zwelling, maar teruglopen naar huis, een kilometer of 4, was een pijnlijke hel. Die linkerknie bleef een van mijn zwakke punten. Rond mijn 40ste, hardlopend en squashend proberend jong te blijven, brak die knie me op en moest er een inmiddels verbrijzeld kraakbeenschijfje uit. Ik ging na een tijdje weer hardlopen, maar een jaar of 10 geleden gingen al mijn gewrichten piepen, knieën, enkels en heupen… Er liepen inmiddels zeker vijf rollaterhelden rond in mijn buurt met niet helemaal geslaagde operaties en revalidaties. Ik werd bang dat doorrennen dat tot gevolg zou hebben. Ik ben gestopt. Dan maar iets milders als wandelen en fitness. Ik mis het soms nog, net als het roken waarmee ik, vanuit een steeds minder geloofwaardig zelfbeeld van onverwoestbaarheid zo’n 45/50 jaar bezig ben geweest, en waarmee ik ook rond die tijd ben gestopt.
En zo waren er de staaroperaties, waarvoor ik een aantal jaren daarvoor doodsbang was. Zo zijn er de inlegkruisjes voor mannen, nodig na de prostaatverwijdering. Ik herinnerde me uit mijn jeugd de geur van oude mannen als ik naar opa in het bejaardenhuis ging… het gaf ze iets dat tegelijk weerzin en vertedering wekte… nu zelf… het went nooit helemaal, al valt het mee. En de lijst is nog een stuk langer. Toch geef ik mijn leven nog steeds een 8.

…. Liefde en schoonheid…

Als er nou iets is dat mee verandert door de jaren heen…. Schoonheid had ooit als maatstaf de filmster. Een glad gelaat dat wel expressie heeft maar geen sporen van leven vertoont. Idem lijf. En het is me opgevallen hoe sterk mijn smaak veranderde naar gezichten waar een karakter van te lezen is, een leven. Als ik wakker word naast mijn slapende echtgenote, zie ik een totaal ander gezicht dan 50 jaar geleden, maar minstens zo mooi, doorleefd mooi. Komt natuurlijk omdat ik kijk met de bril van de liefde.
En liefde, ooit gedragen door lust en als het om de kinderen ging door instinctieve drang tot bescherming. Die liefde laat steeds meer sluiers vallen, wordt steeds naakter, meer puur, minder belemmerd door trots, zorgen of eigenbelang. Er is een heel andere zachtere intensiteit ontstaan in het genieten ervan. Zoals het genieten van kleinkinderen, het soort liefde… een wonder

….. en spiritualiteit?…..

Eerst was er één mier, toen waren er mieren, toen een mierenhoop, en toen een soort alles, dat één is. Één, van telwoord tot heel.
ik, dat is die ene mier…. ik… moest naar de hemel…. geloofde niet meer in een hemel voor ikken. In een leven na dit leven voor een ik. Spiritualiteit, religie… werd verzet tegen wat me werd verteld wat religie was en waarom.
Er is nu rust, er is minder ik. Minder hoop dat er een ik is dat is uitverkoren, minder bang dat er een ik is dat gezondigd heeft en naar de hel… Er is een soort zekerheid dat we NU meemaken dat we deel zijn van het alles dat sommigen God noemen, een soort zijn dat veel gelovigen na de dood situeren.
of dat zo blijft…. ook als de pijn en de eenzaamheid komt en de dood dichterbij… ?

…. en blijft het ook mooier worden….?

Midden 70 en vitaal. Je hebt makkelijk kletsen man, met je kleine leed…. in de laatste 15 jaar heb ik een beetje mantelzorg verleend, boodschappen, af en toe wat gezelschap, dingen regelen… eerst voor de buurman, later voor de overbuurvrouw… die eenzaam werden, alleen nog geprikkeld door de tv “er is ook tegenwoordig niks meer op die rotbuis. Ik snap niet dat ik nog kijk”. Maar ze keken meer dan 6 uur per dag. Bekende Nederlanders werden huisgenoten, vaak irritante huisgenoten in een huis waar ze niet meer uitkwamen. Er kwam pijn. Veel pijn, dan hier, dan daar… behandelingen die niet meer helpen en steeds meer pillen… en incontinentie. Er kwam ergernis aan hulpen en verplegers, “die hard en infantiel praatten alsof je hersentje het ook al had opgegeven, Ik ben niet doof en niet seniel verdomme”. Er was bij Udo en is nog bij Marietje de intense ervaring niets meer bij te dragen, niets te betekenen, alleen maar tot last te zijn. En verplicht te zijn dankbaarheid te tonen terwijl vloeken dichter bij de stemming ligt. Vloeken ook, omdat je al een leven lang er een hekel aan hebt om gunsten en hulp te vragen…. vloeken om je onmacht om zelf te doen wat nodig is. Onmacht en betekenisloosheid, afhankelijkheid…. Immobiel zijn, angstig om te vallen… stukken leven uit je geheugen kwijt…. kinderen ver weg en druk.
Ik heb er nu zo’n jonge-mensen-beeld bij, dat ik dan niet meer zou willen leven. Maar ook dat zal vooruitgeschoven worden als ik naar de mensen kijk die qua leeftijd jaren op me voorliggen.
We blijven onszelf zo drastisch heruitvinden dat het moeilijk zal worden de vroegere gedaante nog uit onze eigen herinnering op te diepen. Wel het kind, maar wat daarna komt…..

De Waanzin van de Redelijkheid

Ik zag eergisteren zappend iets voorbij komen met, naar ik meen, deze titel…

Ik heb al mijn hele leven meer vragen dan antwoorden. Ik heb de ‘redelijkheid’ al een leven lang hoog maar heb dan ook tegelijk veel vragen en twijfels
Chamberlain wou wel dealen met Hitler, was redelijk…. Churchill niet. We vinden Chamberlain nu laf en Churchill een held, is heldendom onredelijk en redelijkheid als het om redelijkheid tegenover de waanzin gaat uh.. niet?

Wanneer wordt redelijkheid waanzin?

Wie met Baudet samen wil heeft een gaatje in zijn hoofd. Maar Forumleden in Brabant en Limburg zijn Baudet niet en dus is het ‘redelijk’ om op die mensen af te gaan om te zien of je kunt gaan besturen en niet op Baudet. Ik stem PvdA maar wens niet met Asscher vereenzelvigd te worden… of moet je gek zijn om lid te worden van een partij die ondemocratisch wordt geleid door iemand die flirt met holocaust-ontkenners, flirt met neo-fascisten, taal en symboliek gebruikt die in zwang was bij de nazi’s…
Lijd je aan waanzin als je een waanzinnige volgt?

Hoe redelijk is het niet om de voorkeur te geven aan opvang voor vluchtelingen in de regio… En is het dan ook redelijk (of au fond waanzin) om je over te leveren aan een narcistisch despoot als Erdogan ? … en dus ook geen wezen van Lesbos te halen, of is het gezien de onmenselijke omstandigheden waarin die kinderen verkeren waanzin, eigenlijk strafbare waanzin, om daaraan vast te houden?

Is het niet volkomen redelijk om als financieel gedisciplineerd land als Nederland een vergelijkbare discipline te eisen van Zuid Europa of van onze kolonieēn, de ABC-eilanden, of is het waanzin om met dis soort principes de solidariteit in Europa en binnen het koninkrijk in de waagschaal te stellen?

Hoe vaak neig ik er niet toe om het gevoel te hebben dat de grens tussen redelijkheid en waanzin heel dun is? Hoe vaak vraagt redelijkheid niet om een duidelijk en waarschuwend weerwoord? Nooit, of toch wel vaak?

En wat markeert die grens? Het vermogen om de ander als mens te zien?
Wanneer en waarom kan de ander een onmens worden en wordt de term waanzin van toepassing?

Trump, Johnson, Bolsonaro… mannen die graag een grote broek aantrekken, gezien willen worden als sterke leiders… als Corona een wedstrijd inhield over de vraag “wie krijgt het meeste doden achter zijn naam door stoer te doen over de dodelijkheid van Corona”, stonden deze drie in de top 5. Hun beroep op de ernst van de economische consequenties is niet zonder redelijkheid, de gevolgen ervan tonen de waanzin van hun stoerheid aan. Waar ligt de grens?
Wanneer rechtvaardigt dit soort waanzin grote ingrepen? Churchill wou wel.