Enschede Libre

Aan de rand van een vriendelijk en vredig, groen, plat land, dat door verschillende buren ‘Laagland’ werd genoemd lag een eveneens vredig en vriendelijk stadje dat ‘Een Hek’ heette. Het was een jong stadje. Het landschap aan de rand van Laagland was niet meer zo vlak. Het grootste deel van Laagland lag ongeveer op de hoogte van de zeespiegel. Een Hek lag al zo’n twintig/dertig meter hoger. De grond was er slecht (“slim” zoals dat in het plaatselijke dialect heette) en tot 150 jaar geleden leefden er eigenlijk alleen arme boeren. De mensen zeiden dat de zeespiegel zou gaan stijgen. De Laaglanders maakten zich daar zorgen over en de Hekkers dus niet en dat zou wel eens een probleem kunnen worden. Maar goed daarover later meer. Een jong stadje dus. Het stadje had een goede 70 jaar gebloeid, omdat een paar arme boeren lappen stof waren gaan weven van katoen. Ze hadden als eerste in Laagland ribfluweel gemaakt, ‘Mansjester’ noemden ze dat. Ze hadden allemaal fabrieken gebouwd om garen te maken en te verven en lappen van te weven. En op die fabrieken kwamen vanuit de wijde omtrek arme boerenzoons af om er te gaan werken. Het arme dorpje dat Een Hek vroeger was, groeide al snel uit tot een aardig stadje. En nu waren al die fabrieken weg. De lappen en de daarvan gemaakte mansjesterbroeken haalden de Laaglanders nu van nog veel verder weg dan van de rand van hun eigen land. En veel van de achterkleinkinderen van die boerenzoons van vroeger woonden er nog wel, arm en zonder werk, dat wel.

Misschien kwam het wel door die zeespiegel. Ga maar na, het leven in Een Hek viel natuurlijk al niet mee door al die weggetrokken fabrieken en de werkloze boerenachterkleinkinderen. Maar in de jaren van bloei waren er wel dingen ontstaan die het leven nog wel een beetje dragelijk maakten. Zoals een vliegveld, en een heus orkest en een heus operagezelschap. Er was een universiteit gekomen en een paar scholen voor kunstenaars. En het stadje was jarenlang door de regering van Laagland net zo behandeld als alle andere stadjes van Laagland. Maar de laatste jaren was dat veranderd. Het orkest en de opera waren er nog wel maar vraag niet hoe. Je kon er nog leren schilderen en je kon geen muzikant meer, maar nog wel muziekleraar worden, maar hoe lang nog. FC Een Hek kreeg voortdurend strafpunten van de Laaglandse Voetbalbond en werd met alle middelen, waaronder strafschoppen, uit de bekerfinale geweerd. De vliegvelden, orkesten, opera’s en kunstopleidingen en florerende voetbalclubs in Laagland zaten nu allemaal op plaatsen die bij een stijgende zeespiegel onder water zouden komen te staan. Alsof de “echte” Laaglanders wilden zeggen: jullie hebben al een toekomst met gegarandeerde droge voeten, niet zeuren”. Het moest haast wel jaloezie zijn. En intussen kreeg Een Hek van de regering van Laagland ook al steeds minder geld om de straten schoon te houden en om de arme werkloze boerenachterkleinkinderen nog een beetje een bestaan te kunnen geven. Een Hek dreigde te verpauperen.

Toen Een Hek nog een dorpje was en door de boeren onderling werd bestuurd, kozen de boeren uit hun midden altijd een dorpsoudste die de dorpsvergaderingen mocht voorzitten en knopen mocht doorhakken. Die man werd Den Oudsten genoemd. In hun eigen oude taal zal dat wel ’n Oaldsten zijn geweest vroeger. Maar toen het dorpje stadje werd, hielden ze wel de traditie in ere, maar gingen de ’n Oaldsten’s wat stadser praten en werd ’n Oaldsten Den Oudsten. De laatste Den Oudsten heette Peter. Peter was vertrokken naar een wat groter stadje waar hij weer gewoon zijn naam mocht gebruiken en weer Burgemeester mocht heten. En nu was er dus geen Den Oudsten meer in Een Hek. En dus gingen de Hekkers driftig op zoek naar een nieuwe Den Oudsten. Dat was niet zomaar een succes. Toen ze hoorden dat Peter weer gewoon Burgemeester heette dachten ze dat op te lossen door in grote advertenties en internetcampagnes te roepen dat ze ook een Burgemeester zochten, maar zoals je kon verwachten werd daardoor de verwarring alleen maar groter. Uiteindelijk bleek er één man te zijn, Hans, die wel wou. Wat hij wou? Den Oudsten worden? Burgemeester? Niemand die het wist.

Eigenlijk wisten de mensen uit Een Hek alleen dat Hans gewoon iets wou worden. Iets belangrijks. Hans was al een beetje oud. Eigenlijk te oud, hij had de leeftijd waarop anderen zouden willen stoppen met werken. En dus nam iedereen aan in Een Hek dat Hans niet had gesolliciteerd om te komen werken, maar om te komen worden. En bovendien vroegen de Hekkers zich af, als het toch op werken zou uitdraaien voor Hans wat hij dan wél kon. Hij was één van de arme boerenachterkleinkinderen uit de oude tijd, die een tijdje had geprobeerd om de armoe achter zich te laten door te ondernemen, wat dat ook heeft mogen zijn. Maar de meeste Hekkers kenden hem uit de kroegen van Een Hek, van een voetbalclub en van folkloristische uitspraken in de bestuursvergaderingen van het stadje. Hij was al eens gekroond geweest tot Nachtburgemeester van Een Hek, een uit het Laagland geïmporteerde folklore die in Een Hek eigenlijk nooit echt is aangeslagen.

Eigenlijk was het een teken aan de wand dat er geen Laaglanders waren die er belangstelling voor hadden om de volgende Den Oudsten te worden. De Laaglanders leken de inwoners van Een Hek in hun sop te willen laten gaarkoken. Zonder vliegveld. Zonder Orkest en zonder bedrijven met Bonussen die wat voorstelden. Eigenlijk zat er niets anders op dan nadenken hoe Een Hek die Laaglanders kon terugpakken. Daar waren eigenlijk wel genoeg grensverleggende mogelijkheden voor. Een Hek zou bijvoorbeeld letterlijk de grens kunnen verleggen en aan de rand van dat andere land kunnen gaan liggen. Een tweede zou bijvoorbeeld zijn om af te kondigen dat bij het stijgen van het water de Laaglandse vluchtelingen in de eigen regio zouden moeten worden opgevangen. Da’s veel goedkoper en zou ook tot minder onrust en ontwrichting leiden in het toch al arme Een Hek dat zich met al die arrogante Laaglanders geen raad zou weten. Maar wij vermoeden dat Hans den Oudsten straks gewoon de onafhankelijkheid van Een Hek zal uitroepen, het nationale vliegveld Hekhol weer zal openen, het Casino zal naasten en tot flonkerend brandpunt van de Hekse Gok-Strip zal uitroepen. Dat hij ervoor zal zorgen dat het voor Europa en Moskou vluchtend kapitaal in de Hekse Volksbank een belastingparadijs zal treffen. Hij zal de wereld willen en misschien ook kunnen duidelijk maken dat vrijhandel op wereldniveau onzin is in het Linkse Europa en alleen in Een Hek nog toekomst heeft.

En zo gloorde er een nieuwe toekomst voor Een Hek. Met letterlijk een hek erom en daarbinnen… met vreemd kapitaal en bonussen…. nemen we het leven, met droge voeten en toch een vliegveld, dan wat minder zwaar

En toen… waar in de ochtendeditie van 8 april van TCTubantia nog stond dat Hans de enige was, bleek ’s middags de provincie bekend te maken dat er meer dan twintig waren. We moeten dus twee dingen opmerken. In de eerste plaats verkeert dus naast de kunst, de gemeentebegroting, het voetbal enzovoorts ook de journalistiek in Een Hek in een mal soort crisis. Maar, treurt niet, waar immers niet? In de tweede plaats zijn er dus Laaglanders die meevallen of zo arrogant zijn dat ze denken dat Een Hek problemen heeft omdat hun talent tot nu toe ontbrak. Laten we er op rekenen dat de wijzen die de nieuwe Den Oudsten selecteren de domoren en arroganten eruit filteren. De vraag is dan zouden we die nieuwe Den Oudsten of ie nou Hans heet of Grietje nog steeds in dringende overweging geven om te doen wat we hierboven al in overweging gaven? Of dan toch maar de raad geven -een minder dure wellicht- om te blijven doormodderen, in de tegenwind en tegenstroom, met steeds kleinere knoopjes de steeds meer gerafelde eindjes aan elkaar knopend, wachtend op betere tijden of een hogere zeespiegel die Een Hek populairder zal maken dan ooit? Zou het roer niet toch een pietsie om kunnen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *