Maandelijks archief: december 2014

Kersttijd

Wat heb ik hier eigenlijk mee, met deze donkere tijd. De tijd van kerstbomen, veel eten, gelukkig nieuwjaar wensen en -kaartjes, vuurwerk, kerst-hits en de top2000. Niks eigenlijk. Het is een oud feest. Door christenen genaast, misschien omdat de joden ook al zo’n midwinterfeest hadden. In ieder geval is er zo’n 15/16 eeuwen geleden een betekenis toegevoegd aan een tijd die donker was en waarin mensen verlangden naar en blij waren met het lengen van de dagen, blij met het weten van het cyclisch zijn van de seizoenen, in het koude noord-Europa. En zeker naar een white Christmas, want dan lijkt alles lichter, tenzij je het al veel te koud hebt. Maar nu met al die christelijke noties…

De winter is een tijd waarin je weinig te doen hebt als je jaagt en landbouwt, maar meer nog in de pre-elektrische tijd, gewoon teveel uren van de dag geen kloot kunt omdat t er te donker voor is. En dat betekent dat deze wende een soort natuurlijk moment wordt om in het donker bij een kaars of liever een houtvuur want dat geeft meer warmte, over het ‘raadsel van het leven’ na te denken. Maar wat hebben de christenen gedaan, met die tijd om over het raadsel na te denken. Ze hebben of het raadsel een beetje ontraadseld door het feest om te dopen tot de viering van de onbegrijpelijk gemaakte of verpakte oplossing, en dus ook het raadsel en haar oplossing -omdat ze ook niet zeker waren over de mate waarin hun oplossing het raadsel ook oploste- ingepakt in voor velerlei uitleg vatbare rituelen en sluiers. De kern is dus, jij en ik worden geacht bang te zijn van het feit dat het raadsel des levens gewoon een raadsel is, weliswaar de moeite waard om je over te bezinnen, maar alle hoop op iets tastbaars is ijdel, (kerkvaders moeten hun eigen angst op andere stervelingen hebben geprojecteerd) en er moet maar eens een eind komen aan die angst. De katholieken gaan daar het verst in. Ze pakken hun oplossing in in latijn, symboliek, rituelen en pracht. Er is zoveel luister dat dit alleen al de suggestie wekt van een alleen voor ingewijden toegankelijke waarheid die hier wordt gedeeld via aansprekelijkheden die ons boven de pet dienen te gaan, zoiets. De gereformeerden en hervormden die normaal die symboliek maar een omweg vinden, pakken voor hun doen in deze tijd extra uit. Het heeft er iets van dat beiden eigenlijk wel snappen dat als je er je vervelend in de kou en het donker wat langer over nadenkt, dat je het dan allemaal wel doorziet dat gedoe met zingen en rituelen en moeilijke drie-eenheids-constructies en dus als kerkleiders in deze kersttijd wat meer je best voor moet doen om mensen af te leiden van de kern, van het raadsel, van dat je weinig anders kunt dan leven met het feit dat het een raadsel is en blijft. hoe beangstigend dat ook voor sommigen mag zijn. En ondanks dat de katholieken de protestanten maar oneerbieding hard tot de kern doordringend vinden in hun kale kerken en rituelen, pakken dus ook de protestanten net als de katholieken hun boodschap in in sluiers alsof het de vleesgeworden Mata Hari is, wiens ongesluierde aanblik voor celibatairen en huwelijkstrouwe voorgangers teveel van het goede aardse zou zijn.

Ik kijk ook altijd met enige verwondering (of misschien heimelijke bewondering) naar mensen die helemaal kunnen opgaan in alle dimensies die het van oorsprong heidense bezinningsfeest, van het feest van (ook) het weten dat er weer een voorjaar en bloei en later oogst komt, in zijn uiterlijkheden heeft opgedaan. Die op dit feest één van de twee jaarlijkse kerkgangen maken (de andere met Pasen), en veel eten met gezin, kaartjes sturen een boom kopen, noem maar op. In deze tijd plotseling over vrede op aarde na willen denken en over het feit dat je je geliefden en kennissen moet laten weten dat je aan ze denkt. Voor mij is het meer een feest om over het raadsel te denken, stil te zijn, de momenten van rust op te zoeken die er tussen alle momenten van het rusteloos denkende brein ook zijn. Te weten dat er liefde in mijn hart is. Te weten dat het leven altijd door gaat, dat ik weliswaar mezelf buitensporig belangrijk kan vinden maar er eigenlijk niet toe doe en te weten dat ik er verder geen bal van snap en ook nooit zal snappen. Te weten dat ik zolang ik hier rondloop welkom ben op aarde en een deel van iets onmetelijk veel groters, waarin overvloed is en alles steeds beweegt en verandert en toch gewoon is. Kortom: “De tijd van het Raadsel”

Vieren jullie allemaal lekker door. Ik hou van jullie en wens de onbereikbare vrede in ieders hart, ook in de harten van de IS-ers. Veel meer snap ik niet

Tweede deel:

In deze malle dagen blijkt maar weer eens hoe weinig talent ik heb voor het feestbeestschap. Als ik al ergens voor in de wieg ben gelegd, niet hiervoor. Het is trouwens breder –als ik over deze, een van de vele zijnde, karakterzwaktes mag uitwijden- die mislukking strekt zich ook uit tot allerlei rituelen en andere geruststellende sociale activiteiten die het groepsgevoel moeten uitdrukken en versterken. Als kind had ik het al. Dat ik me zat af te vragen waarom op dit soort momenten iedereen zich ineens anders gedroeg. Dat vrijwel niemand zichzelf was. Misschien beeld ik het me met terugwerkende kracht in, maar ik had op dit soort momenten als kind veel meer met twee ooms, één aan de kant van mijn vader en één aan moederskant, die het vermogen misten om zich teveel anders voor te doen en dus veel meer zichzelf waren dan alle anderen. En dan ook zich de misprijzende blikken van mijn moeder en wat ongetrouwde tantes op de hals haalden. Ik zie het nu ook bij mijn kleinkinderen die dan plotseling gaan voor de op dit soort momenten wat non-conformistische ooms. Kinderen hebben daar een neus voor, waarschijnlijk ook de één meer dan de ander, en ik waarschijnlijk toen ook al meer.
Hetzelfde soort mistroostigheid van de onechtheid ervoer ik ook altijd bij formele zaken als diploma-uitreikingen of de kerst- en paas-kerkdienst. Ook daar hoorde ik uitspraken rollen waarvan ik zelf niet wist wat ze betekenden, maar, als ik later vroeg wat ze dan wel voor betekenis hadden, had ik gezien dat ze niet de impact op de gelovigen hadden die je van een dergelijke verstrekkende betekenis mocht verwachten. In mijn gevoel was dat een soort “ze uitzitten” voor iedereen, rituelen die hun betekenis al voor mijn tijd voor de meesten hadden verloren, en nooit voor mij zouden krijgen.
In mijn studententijd bleek mijn feesthandicap ook weer andere kanten op te leveren. Bij de feesten op de sociëteit, als de dienstdoende barfeut weer eens had staan meezuipen, belandde ik meestal tegen 12 uur achter de bar en hielp jongens die zich niet meer in de hand hadden naar buiten. Dat scheelde dan (want ik was ook barfeut) daarna een boel bardiensten. Twee van mijn jaargenoten hadden iets vergelijkbaars en die gingen dan voor de muziek zorgen oid. Meestal draaide het erop uit dat we met zn drieën de kas opmaakten en de kwetsbare boel opruimden en dan ergens gingen ontbijten. Nuchter maar vrolijk. Wij waren onszelf, de anderen zichzelf niet als ze nuchter waren en op een andere manier zichzelf niet als ze te ver heen waren. Er was een andere schoonmaakploeg voor de kots en het gemorste bier en die bestond weer voornamelijk uit de kotsers en morsers zelf, de middagploeg, die zijn eigen ritueel moet bedenken om hun smerige karweitje eervol te laten zijn….
Ik heb dat dus nu nog, dat ik grotere gezelschappen waarin iedereen voorspelbaar en niet zichzelf is mijd. Dat ik rituelen mijd. Je kan als volwassenen niet altijd dit soort kantjes eraf lopen en iedere keer dat ik weer de onvermijdelijke handen en kussen, wensen en glimlachjes heb uitgewisseld denk ik weer “nooit weer”. Nu, nu ik niet meer werk en nauwelijks meer hoef, ben ik bijvoorbeeld blij met een verkoudheid met oudjaar zodat ik een excuus heb om niet op straat de vuurwerk-afstekende buren (milieuvervuilers nondeju, via vuurwerk komen er elk jaar weer tonnen zware metalen in het grondwater) te hoeven kussen. Ik zie de mensen die ik mag graag in gezelschappen die niet veel groter zijn dan 4. Zodat je de diepte in kunt en de maskers vallen.
Misschien zou een ontmaskerfeest iets zijn, een soort contra-carnaval, wie weet… maar ja, eindig ik daar waarschijnlijk weer achter de bar, of om half twaalf gewoon met de auto naar huis en dan nog lekker een Westmalle

Zorgzorgen

Ik ben er nog steeds niet helemaal uit waar ik nou sta in de kerstcrisis. Er is eigenlijk maar heel weinig dat me daarin bevalt. De zorg zelf lijkt in een “systeemcrisis” te zitten die, niet onwaarschijnlijk, door de wetten van Schippers eerder wordt verergerd dan gerepareerd. De politiek zit in een systeemcrisis, die met dapper tegen worden op het laatste moment niet wordt verholpen (ondanks dat mijn huisfilosoof Bas Heyne dat suggereert). Ja zeggen tegen iets waar je tegen bent, is iets dat noch de politieke, noch de zorgsysteemcrisis verhelpt. En het lijkt er op dat wat er nu gebeurt om eruit te komen, uit die kerstcrisis, alle crisissen alleen verergert en bovendien dat dit alles alleen kon gebeuren omdat het er de schijn van heeft dat de drie PvdA-tegenstemmers hun huiswerk onvoldoende hadden gedaan. Soepzooitje dus.

Wat speelt er? Laten we eerst eens kijken naar de gestegen vraag naar zorg… We hebben de afgelopen jaren steeds gedaan alsof de exploderende zorgkosten voornamelijk een gevolg waren van demografische factoren (vergrijzing, bijv). Maar er is veel meer. De economische ratrace zorgt ervoor dat de eisen die aan medewerkers worden gesteld jaarlijks worden opgeschroefd, waardoor een steeds groter deel van ook jonge mensen last kreeg van beperkingen en de druk niet meer aankon. De Wajong-explosie bijvoorbeeld is niet zozeer een gevolg van luiheid of te softe artsen, maar van het bedrijfsleven dat vervolgens allerlei rare akkoorden sluit met het kabinet rond gesubsidieerde quota aan achterblijvers op de arbeidsmarkt die ze eerst zelf hebben helpen ontstaan. We spreken ook veel over mantelzorg die het probleem moet helpen oplossen, maar de deelname aan arbeid is maatschappelijk gezien sterk gestegen de laatste tijd, vooral onder vrouwen. En ook de arbeidsmobiliteit neemt toe. Veel mensen wonen niet meer dichtbij de familie omdat ze buiten de regio op de arbeidsmarkt hebben rondgekeken. Je moet het dus van de buurt hebben in een tijd dat de individualisering toeslaat en de banden tussen buurtbewoners in de meeste woonbuurten aanmerkelijk dunner zijn dan vroeger. De behoefte aan, vraag naar, zorg komt ook voort uit de druk die voortvloeit uit de manier waarop de verhoudingen tussen de domeinen, privéleven, werk en wonen zijn veranderd. Alle beleidsconcepten die daarmee niet voldoende rekening houden zijn gedoemd in ieder geval gedeeltelijk te mislukken. Buurtsolidariteit dwing je niet af met verelendung van volksverzekeringen.

Het aanbod aan zorg wordt ook autonoom steeds duurder. Daar speelt techniek een grote rol in, maar ook steeds ingenieuzer en op basis van duur onderzoek ontwikkelde medicijnen. We hebben er veel aan te danken, maar, er is ook de dimensie van bedrijven die door reclame en wetgeving proberen hun prima renderende belangen te behartigen op een manier die niet bevorderlijk is voor het in de hand houden van kosten. In de zorg, bij de zorg-aanbieders, heeft de markt een groeiende rol gekregen. In de markt presteer je als je groeit, en meestal groei je ten koste van andere aanbieders, maar ook als je kans ziet de vraag op te krikken. We moeten dus niet vreemd staan te kijken als de vroegere semi-overheids-instellingen, de ziekenfondsen, in een mooie dekkende lappendeken over het land liggend, nadat ze opgegeten werden door de commerciële partijen zijn veranderd in een oligarchie van vier grote commerciële fondsen die 90% van de markt aansturen. En die met name in hun reclame-uitingen net doen alsof wij het zijn waar het om draait, maar ondertussen net als telecomaanbieders weinig meer doen dan alles in het werk stellen om zo weinig mogelijk contact met ons te hebben, hun front- en back-offices te automatiseren en rationaliseren, kosten te drukken. Geen customer-intimacy, (dichtbij de patiënt “De Menz” uniek en mooi) maar procesoptimalisatie dus. Laat je niet voor de gek houden. Ziekenhuizen gaan failliet, niet omdat ze slecht zijn (komt ook voor), maar omdat de financiering en regulering van de zorg zo complex zijn geworden, dat je er aan kapot gaat als je met name op kwaliteit en maatschappelijke functie voor de regio focust. Ziekenhuizen fuseren wat af, alsof schaalvergroting helpt tegen de schaalgrootte waarop de verzekeraars, die hun tent financieren, werken en hen als kleintjes tegen elkaar kan uitspelen. En wat dat betreft, ga eens praten met huisartsen, apothekers en fysiotherapeuten die met standaardkontrakten tegen elkaar zijn uitgespeeld. En in het begin was dat ook niet onterecht. Er werd soms op een oneigenlijke manier verdiend door deze beroepsgroepen en de teugels mochten strakker. We zitten nu in een fase dat je je mag afvragen of het niet gebeurt allèèn omdat het kàn door de grote tegen al die kleintjes. En dan heb ik het nog niet over het nog steeds in mootjes hakken van de zorg, zonder naar de verbanden te kijken. Op alles wordt dus druk gezet om met minder te doen, om de groei af te remmen. Als de ziekenhuiszorg te duur is, moet er meer naar de eerste lijn, maar op de eerste lijn korten, dat is makkelijker door de versplintering van aanbiedertjes dan op de grote steeds duurder wordende grootschalige specialistische zorg. En waar ons dat met generieke maatregelen op rijksniveau niet lukt, doen we dat door de regulering over te hevelen naar de verzekeraars en de gemeenten, onder een theoretische kortingsnorm. Of dat er toe leidt dat er meer naar ziekenhuizen moet straks, weten we niet. Dit alles gebeurt onder het mantra dat we de zorg voor onze kinderen betaalbaar moeten houden, maar de vraag is of dat mantra voldoende is om (het gebrek aan, of) fragliche inhoudelijke redeneringen onder de maatregelen te compenseren. En of de bedachte systeem-maatregelen (zoals steeds meer macht bij de verzekeraars-oligarchie, standaardiseren en protocolleren van zorg en van het recht op zorg of financiering, meer bureaucratie door overdracht aan gemeenten die zich moeten verantwoorden straks, steeds meer (perverse?) marktprikkels van schaalvergroting, en efficiency-druk, procesengineering in plaats van patiënt-intimiteit….) wel helpen om het systeem te redden, of dat het hier nou precies gaat om het soort prikkels en systeem-kenmerken dat de crisis al hebben doen verergeren, wie weet het? Ik heb het idee dat we met meer van hetzelfde bezig zijn en daarmee de crisis verdiepen, maar dat de lobby van marktpartijen op de VVD en D66, (en geloof van Boxtel niet als ie zegt dat hij zich altijd buiten de discussie heeft gehouden als Menzisbaas bij D66, er zijn D66-ers die trots in de media roepen dat Roger op de kamer zat met zijn fractieleider mee te regisseren toen er nieuwe berichten over de crisis binnenkwamen) op erg veel gewilligheid en gevoeligheid is gestuit waar de ideologie gelooft in het reguleren van de markt, ook op publieke taken. Het aanbod zal autonoom, en geholpen door de wet duurder blijven worden, omdat het is neergelegd in een bed van belangen dat niet tot verlaging van kosten leidt. Er zijn er inmiddels nogal wat, zowel uit de wetenschap (Sweder van Wijnbergen bijv) als uit de onafhankelijke zorgverzekeraars (zoals DSW uit Schiedam, mijn bakermat) die bevestigen dat de maatregelen van Schippers waarschijnlijk niet wezenlijk zullen helpen of zelfs de andere kant uit sturen en dat de beleidstheorie onder de wet die gebaseerd is op een stapel complexe compromissen waarschijnlijk teveel tegenstrijdigheden bevat. En dan toont ook de praktijk van Buurtzorg nog eens aan dat kleinschaligheid en zelfsturende teams tot tientallen procenten minder kosten bij hogere kwaliteit kan leiden. Zijn we verstandig bezig op het abstractieniveau dat het kabinet wel begrijpt?

En dan het politieke spel? Ook daar zit van alles in een kluwen. Het is goed om het uitgangspunt te koesteren dat Kamerleden van tweede en misschien nog wel meer de eerste Kamer zonder last en ruggespraak mogen beslissen naar hun eigen partijprogramma en geweten. Dat Guusje, Marijke en Adri tegen hebben gestemd is ten principale hun goed recht. Wat ook waar is, is dat als je in een coalitie zit, en vooral één op een smalle basis, dat je dan collegialiteit en solidariteit naar elkaar betracht. Dat hoeft elkaar niet te bijten als je in een vroeg en nog bijstuurbaar stadium open bent over waar je heen gaat. Dat is hier niet gebeurd, het beet elkaar wel omdat zo laat zichtbaar werd voor de omgeving hoe de PvdA-kaarten zouden worden geschud. In de bezwaren waardoor werd tegengestemd was al grotendeels voorzien in een unaniem aangenomen motie van Kuiper van de CU. Het is de vraag of de drie voldoende hebben opgelet. Dat je dan binnen de coalitie met je goed recht en je eer en geweten een boel irritatie oproept, heeft niets met vervelende achterkamertjes-politiek te maken. Maar een VVD die dan roept dat de PvdA niet “levert”, wat moet je nou van een coalitiegenoot denken die jouw politieke afwegingen en gewetensnood afdoet met het woord “leveren”. In grote lijnen vond ik het voorspel en het begin van de crisis al een soort demasqué van de waarden die men naar elkaar hanteert in de politiek. De oplossing die er achteraan kwam was nog erger…

“Als je straks weer niet levert, dan gaan we wel om je heen”. Dat was de boodschap. We hebben een deal met zorg-verzekerend Nederland, met de grote clusters zorgaanbieders, etc. en daar gaat een stelletje gewetensbezwaarde senatoren niet tussen zitten. O ja, democratie is belangrijk, tot aan de grens dat de democratie niet levert aan de omgeving,..
Als het niet kan zoals het moet (via de wet) dan moet het maar zoals het kan (via een Algemene Maatregel van Bestuur uit de zorgverzekeringswet die daarvoor niet is bedoeld). Zelden hebben Rutte, van Rijn (die deze truc zou hebben geopperd om zijn partijgenoten buitenspel te zetten ten faveure van de coalitie en de markt) ) en Schippers mijn tenen meer gekromd in de schoenen gekregen. Zoals ik al eerder zei, de PvdA zal diep door het stof moeten en dat van Rijn dat deed met zijn ontsnappingsartikeltje uit een andere wet is meer dan diep door het stof….

Kortom, ik zie eigenlijk geen enkele crisis-deelnemer waar ik trots op kan worden en blij mee kan zijn. Had ik het nou maar zelf gedaan…. maar ja, ik was te lui….zucht

Onmacht van de overheid: zichzelf, schaalgrootte en uitzonderingen

Er zijn een paar dingen waar de politiek niet goed mee uit de voeten kan. Met de overheid, zichzelf dus, en met dingen die een beetje ver van het gemiddelde af liggen, uitzonderlijke situaties dus. Als die twee zaken samen komen lijkt vrijwel alles mis te gaan. Twente heeft nu al een jaar of vijftig last van beide zaken en het blijft niet goed gaan.

Honderd jaar geleden was Twente eigenlijk niet veel meer dan boerenland, waar om beurten de bisschop van Utrecht en de bisschop van Münster het voor het zeggen hadden. Het leven was hard en arm en politiek onderdrukt. En toen kwam de textiel. Het zwaartepunt lag in Enschede, waar op het hoogtepunt met alles eromheen een goede 20.000 industriële arbeidsplaatsen waren die met textiel samenhingen, en met in Haaksbergen, Nijverdal en Almelo nog eens bijna 10.000. Vrijwel al die arbeidsplaatsen vergingen tussen 1955 en 1970. Het waren vrijwel voor 100% arbeidsplaatsen voor laaggeschoolden. En als er zoveel economische motor wegvalt, valt er meer om: aan handel en diensten, etc. Er kwam wel wat voor terug met Vredestein, Polaroid en Hartman, maar lang niet zoveel als verloren ging en met relatief minder laaggeschoold werk. En er kwam een universiteit. Maar daar hebben ongeschoolde werklozen al helemaal niets te zoeken. Twente verloor vanuit Hengelo (metaal) nog meer maakindustrie, maar met minder diep ingrijpende sociale gevolgen. De textiel liet een fors legertje werklozen achter, die vrijwel nergens anders terecht konden en nu, één a twee generaties verder, is de werkloosheid nog steeds bovengemiddeld, met name aan de laaggeschoolde onderkant van de arbeidsmarkt zijn de problemen groot en structureel, en de groei van de economie is trager dan in de rest van het land. Dat is niet de schuld van Twentse gemeenten of Twentse bedrijven die niet goed hun best doen of zo. Het is een historische erfenis die voortkomt uit een monocultuur die vergelijkbaar is met de erfenis van sluitende mijnen in Limburg. Zonder die explosieve groei van de textiel gedurende een kleine honderd jaar had Twente waarschijnlijk 25% minder inwoners gehad. En dus minder armoede en werkloosheid waarschijnlijk.

De rijksoverheid heeft nooit veel kunnen en willen doen voor Twente. Het CBS dat naar Enschede zou komen, of was t het ABP, ja het was het ABP, ging naar Heerlen. Er kwamen naast de universiteit twee kleinere onderwijsinstituten met voornamelijk universitair geschoold personeel. Twente heeft een tijdje kunnen meeprofiteren van algemene verzachtende maatregelen rond uitkeringen. Maar een significante bijdrage in het oplossen van een dergelijk groot regionaal economisch probleem is er nooit gekomen. Ook zijn de getroffen gemeenten nooit echt gecompenseerd. En nu, nu alle problemen die het rijk heeft met het in de hand houden van de stijgende kosten van de zorg en de uitkeringen (en werkbegeleiding) van arbeidsongeschikten mag ook Twente proberen uit te komen met de algemene richtlijnen en regels. En als dat niet lukt vervallen zelfs de afgesproken compensaties voor zwakke economische structuren. Alsof het probleem al vijftig jaar wél aan de gemeenten en regionale werkgevers heeft gelegen. Het rijk, zo blijkt ook in Oost-Groningen en Zuid-Limburg, kan niet goed uit de voeten met uitzonderings-situaties die zover (van den Haag af liggen en) van het gemiddelde afwijken dat je ze niet in generieke maatregelen kunt meenemen. Het zou wellicht bij een deel van de landelijke politici onwil kunnen zijn (ze moeten niet zeuren en het zelf oplossen, of anders gaat die onnatuurlijke afwijking bij genoeg leed vanzelf wel weg) maar het is meer onmacht: geen kans zien om iets algemeens te bedenken waar het specifieke mee geholpen is en geloof in de mantra dat je tussen overheden geen specifieke situaties moet scheppen.

De lokale en regionale reacties op de situatie vertonen eigenlijk een soort twee-sporigheid. De ene is grootschaligheid, samen te vatten met de slogan “je moet het gróót zien” en de andere is “doe maar gewoon dan doe je gek genoeg”. En die laatste gaat vooral over klein en bescheiden. Dat grote, dat zit vooral in de meest getroffen stad, Enschede, dat zich met nationaal aansprekende projecten, met grote cultuur, citymarketing, vliegveld en/of hightech op het vliegveldterrein wil profileren en op de kaart zetten. Enschede krijgt in Twente wisselende coalities mee. Er ontstaat een Bedrijventerrein-XL bij Wierden in het Westen, de regio wordt WGR+-regio met extra bevoegdheden. Er wordt nadat het avontuur Dubbelstad Enschede/Hengelo door de kleinere en rijkere broer Hengelo is afgeblazen samengewerkt in een stedelijke band van Oldenzaal naar Almelo met Gronau als partner over de grens. Het regionale grotere bedrijfsleven stimuleert het ontstaan van Twentestad, een nog veel grotere gemeente dan Enschede/Hengelo en de nu vertrekkende burgemeester Peter den Oudsten van Enschede probeerde dat ook serieus op agenda’s te krijgen. Groei als overheid om daarmee voor den Haag een sterkere en belangrijker speler te worden, en via de overheid als antwoord op de economische zwakte. Wie daar teveel in gelooft, doordraaft, verspilt miljoenen en zeeën bestuurlijke energie. Dan worden projecten als het burgerluchtvaart-vliegveld Twente dat al vijftig jaar als droom bakken met overheidsgeld opslorpte een soort dobber waarop je je blind staart terwijl de vissen elders heen zwemmen.

De wat oudere en meer agrarische kleinere gemeenten hebben het niet zo slecht gehad. Voor hen waren de gevolgen van de textielcrisis overzichtelijk. Het MKB bloeide voldoende door om de blijvende zonen en dochters aan werk te helpen, er kwam wat sub-urbane import. Hengelo als bloeiende gemeente met veel metaal en chemie bleef het economisch redelijk goed doen en deze gemeenten begonnen zich steeds meer te onttrekken aan de wat monomane behoefte aan schaalvergroting en aansprekende projecten. En nu, nu de Oudsten vertrekt zien de burgemeesters van deze gemeenten hun kans schoon om met beroep op het argument van het democratischer kleinschalige, te pleiten voor een minder ambitieus regionaal samenwerkingspatroon. Daarmee worden ook alle kansen die zich in het grote voordoen met hetzelfde badwater weggegooid in een golf van weerzin tegen de druk van de gelovigen in grootte.

Enschede en de provincie gaan intussen door met groot denken. Er zijn al high-tech campussen in Almelo (bij Urenco dat uranium veredelt) in Hengelo (bij Thalens en Siemens die
geavanceerde wapens maken) en de spinoffs en startups die van de universiteit Twente afwapperen in Enschede. Maar om de Twentse economie te redden zou er nu op het oude militaire vliegveld een nieuw hightech terrein gelieerd aan lucht- en ruimtevaart moeten komen. Dream on beautiful… we gaan weer in grond en onroerend goed investeren om de economie te redden? En met name voor die laaggeschoolde onderkant…met hoogwaardige economische activiteiten ?? Wordt dit niet al vijftig jaar vrijwel zonder succes geprobeerd?

Wat zichtbaar wordt is een overheid die geen overeenstemming kan bereiken over de manier van samenwerken om dit soort problemen het hoofd te bieden. Tussen de overheidslagen is het diep triest. Het rijk laat de regio feitelijk zwemmen en modderen en helpt ze straks met de decentralisatie dieper de prut in. Onderling lukt het de gemeenten niet om een blijvend productief patroon te ontwikkelen. Gedeeltelijk is dat angst voor verlies aan autonomie bij de relatief rijkere kleinere gemeenten. Maar meer nog is het een conflict over de schaal waarop de zaak moet worden aangepakt. Angst te moeten (mee-)betalen voor ambities die je niet deelt of megalomaan vindt en niet altijd ten onrechte. Angst de problemen te zien doorwroeten van generatie op generatie bij gebrek aan bestuurlijke lef?? De vraag wat besturen is en hoe je dat doet, zo aan de grens, bij een vergane glorie en een erfenis van verlies, daarop hebben de landelijke en regionale politici onvoldoende antwoord.

Hoe is het in vredesnaam mogelijk, dat de deelverzameling Nederlanders die het meest is geschoold in het woord, het debat, luisteren, coalities sluiten…. politici, bestuurders en slimme ambtenaren en adviseurs….elkaar en daarmee de bevolking van een paar gemeenten in Twente zo weinig begrijpen en zo kunnen laten vallen. Hoeveel ruimte heb ik als burger voor plaatsvervangende schaamte???

Het rijk zal oog moeten leren krijgen voor uitzonderingssituaties, Twente zal groter moeten leren denken en zich vooral druk moeten maken over het versterken van wat al groeit en bloeit. Megalomanie, dat doen ze maar in Mokum zouen ze in Twente zeggen… Oja daar ging het hier over.
Wie helpt….