We need change, but how

Change, Obama won er zijn eerste verkiezingen mee, maar veel verder dan prachtige speeches en een andere benadering van de gezondheidszorg is hij er niet mee gekomen. En niet alleen de Afro-Amerikanen om het eens politiek correct te zeggen hadden hoop dat het zwarte plafond doorbroken zou worden als invulling van “Change”. Ook veel gewone andere Amerikanen hoopten dat zij, hun baan, hun huis en hun kinderen, weer eens centraal zouden komen te staan op de politieke agenda. De institutionele wereld bleek echter te taai. Dat geeft te denken en de burger zo maar nog geen moed. Want als het Barack al niet lukt, wie ben ik dan?

Maar waarom is die verandering dan nodig? Laten we eens wat symptomen van de huidige tijd langslopen

1. we hebben en economische crisis, da’s duidelijk en die duurt al sinds een paar Amerikaanse banken omvielen onder hun risicoprofiel, zeg maar sinds 2008. Die crisis is ontstaan uit het ontbreken van tegenkracht tegen de kracht van de hebzucht. De hebzucht van bankiers en beleggers, maar ook van burgers en staten die aan het bezwijken zijn onder hun schuldenlast, omdat, ook of misschien juist als je het geld dan niet hebt, de spullen en de macht die er bij horen net zo aantrekkelijk zijn. In die crisis, en laten we nu ons even bij wijze van voorbeeld tot Nederland beperken, heeft het tegen-krachtige overheidssysteem -De Nederlandse Bank en de Autoriteit Financiële Markten- achtereenvolgens gefaald bij Icesave, de Scheringabank, de overname van ABN/AMRO door een consortium zonder voldoende kapitaal, de SNS en waarschijnlijk ook de ING. Maar het wrede is, dat onze hoop op economisch herstel voor een groot deel wordt ingegeven door onze wens om het weer beter te krijgen dan we het al hadden en ook voor onze kinderen dit niveau van weelde te laten doorgroeien en dus voortkomt uit dezelfde verslaving aan groei van de consumptie die aan de crisis mede ten grondslag heeft gelegen

2. Sinds 1965 of daaromtrent, het eerste rapport van de club van Rome, weten we dat de mondiale fossiele energievoorraad eindig is (en dat heeft ook grote gevolgen voor veel toepassingen waarbij we kunststof gebruiken), maar ook dat we snel door de voorraden van een aantal andere cruciale grondstoffen heen raken. We boeken voortgang met het produceren van energie uit andere bronnen die de aarde niet zomaar uitputten als zon en wind, alleen groeit de wereldwijde behoefte aan energie sneller dan we met groene energie kunnen oplossen. . Maar de gevolgen van kernenergie (afval en risico’s) hebben we nog niet opgelost en ik heb begrepen dat de grondstof voor al die accu’s van elektrische voertuigen uiterst schaars is en China een stevig monopolie bezorgt. Olie/energie is nu al honderd jaar een grote bron van geopolitieke spanning. Zelfs ons heerlijk kleine landje heeft op dit moment geopolitieke spanningen met de provincies Groningen en Drente, die de eigenaren van de NAM (twee oliemaatschappijen en de staat) vanwege het nationaal belang rijk hebben zien worden en zichzelf nu langzaam in armoe zien verzakken. Ook hier is er geen oplossende en corrigerende kracht van het openbaar bestuur te zien geweest. We hebben de pot geïnd en verteerd, ruim baan gegeven aan versnelde winning toen het de staat financieel uitkwam en lang geprobeerd het noordelijk gemor af te doen als niet erg terzake doende en niet met wetenschappelijke bewijzen onderbouwd.

3. We hebben een klimaatprobleem weten we sinds een aantal jaren. Meer dan negentig procent van de wetenschappers is het er over eens dat wij, de mensch anno nu, de bron ervan zijn. Onze consumptiepatronen en productietechnieken veroorzaken uitstoot van gassen die de aarde helpen opwarmen en het klimaat veranderen. Maar als een econoom waarschuwt dat een technisch haalbare ambitie rond de uitstoot van broeikasgassen misschien de economische groei vertraagt. krijgt ook de overheidshebzucht weer direct de overhand en stellen we de ambities naar beneden bij.

4. We hebben een afvalprobleem. Ook daaraan wordt gewerkt. Misschien zelfs wel harder dan aan de andere dimensies van onze crisis. We scheiden en recycelen wat af. We proberen cradle to cradle te bouwen (hier en daar) of comsumptiegoederen te produceren (ook nog veel te weinig, maar vooruit). Maar ondertussen kennen we alleen al in Nederland duizenden sterk vervuilde stortplaatsen die het grondwater bedreigen. Intussen drijft er op de grote oceaan een eiland van plastic afval ter grootte van bijna de helft van het continent Europa, een zeer hoog percentage vis uit de oceanen bevat plastic.

5. We kennen een geweldige scheefgroei van de verdeling van inkomen en rijkdommen over de wereld, maar ook binnen alle nationale economieën doet dit probleem zich voor. Uiteraard waren er mensen in Rusland en China die extreem hebben geprofiteerd van het introduceren van kapitalisme in die landen. We spreken dan over misdadige oligarchen. Maar ik vermoed dat van de 85 rijkste mensen die meer bezitten dan de 3 miljard armsten bijelkaar, er minsten 60 in Amerika en Europa horen. Die scheefgroei is per land al gevaarlijk. Er zijn economen die erop hebben gewezen dat deze absurde inkomensverdeling ook al voorafging aan de crisis van 1929 en een ernstige bedreiging vormt van de geloofwaardigheid van de economische orde. Maar wat we ook zien is dat deze mondiale scheefheid ertoe leidt dat er gigantische migratiestromen tot stand komen. Waar oorlog en religieus fundamentalisme worden aangewakkerd door armoe, hoef je de miljoenen vluchtelingen door oorlogen niet af te trekken van de verontrustende meer dan 250 miljoen mensen die op dit moment buiten hun geboorteland verblijven omdat ze binnen hun land geen toekomst zien. En dat aantal groeit. Zoals ik al eerder schreef, we kunnen Lampedusa niet afdoen met een verwijzing naar tegenspartelende Italianen en de angst voor Roemenen en Bulgaren van Wilders niet alleen afdoen als belachelijke xenofobie. Er zit een aandrijvend mechanisme onder dat samenhangt met onze behoefte aan behoud of vergroting van onze economische voorsprong op Afrika en Eurazië. We willen wel helpen en verzachten, maar alleen met voor onze eigen positie marginale gevolgen en tegenwoordig moet onze economie er eigenlijk nog van profiteren ook. Ja, voor zover ik het volgen kan is de traditionele ontwikkelingshulp inderdaad niet effectief meer. Maar ik vermoed dat het mondiale kapitalisme ook niet zomaar oplossingen heeft. Opkomende economieën hebben geprofiteerd van de bescherming van de Amerikaanse economie door de FED die de kapitaalrente markttechnisch absurd laag hield en geld de economie in pompte. Beleggers zochten de opkomende economieën op vanwege de daar te behalen marges. Maar nu de FED de bescherming gaat afbouwen, trekken de investeerders zich terug en krijgen de Turkse, Zuid-Amerikaanse, etc. economieën grote klappen. De markt heeft nog nooit uit zichzelf het zwakke beschermd. Daar was de countervailing power van de overheden in de gemengde westerse kapitalistische economieën voor nodig. Er is iets om over na te denken dat mijn pet te boven gaat, maar dat het anders moet is helder.

6. We hebben een voedselcrisis. Vrijwel alles wat we eten komt van een handvol bedrijven in de wereld. Monsanto, Syngenta en nog een paar bedrijven die investeren in genetische manipulatie proberen een monopoliepositie te verwerven rond zaden van producten als aardappelen, mais en paprika alsof het over smartphones gaat. Ook de productie van en/of distributie van eko- en bio-goederen wordt, ondanks hun kleinschalige image, gedomineerd door een overzichtelijk aantal grote bedrijven. Als producten aan de man moeten worden gebracht doen bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie dat door ze aantrekkelijker te maken met zout, suiker en vetten die er niet in thuis horen, maar aansluiten bij de inmiddels in die richting beïnvloede smaakpatronen. Obesitas en suikerziekte waaien over van de VS naar Europa. Een tijdje geleden dachten we nog dat de voedselcrisis te maken had met de onmogelijkheid om op aarde zeven miljard monden te voeden. Dat beeld zwakt wat af. De bevolkingsgroei mondiaal neemt wat af. Wat ons op dit moment gebeurt is zeer vergelijkbaar met wat er voorafgaand aan de bankencrisis in de financiële wereld gebeurd is. Concentratie van macht en geld bij een paar bedrijven en een proces van productie dat de traditionele agrarische structuren en de aarde erodeert. En intussen wordt er van alles op de markt gebracht met uiterst twijfelachtige gezondheidsclaims. Met name door de grote alternatief leverende bedrijven, maar ook de becellen van deze wereld nemen in aantal toe.

7. Ik wil de mate waarin “vroeger” bazen en politiek werden vertrouwd niet overdrijven. We hebben in het westen de vakbonden en veel politieke partijen te danken aan het feit dat de basis van de samenleving een boel aanwijzingen had dat men aan de top niet zomaar hen, als hardwerkende burger en werknemer, centraal had staan in de belangen die ze behartigden. Maar, we hebben dankzij de partijen en vakbonden, dankzij politiek die leerde polderen, wel een wereld ontwikkeld waarin de scherpe kantjes eraf gingen. Maar intussen wordt er in de ogen van veel mensen aan de basis. weer veel mer gegraaid dan vroeger en de statistieken lijken hun gelijk te bewijzen. We hebben complexiteiten gebouwd, waarin artsen en hulpverleners minder dan 50% van hun tijd bezig zijn waarde toe te voegen voor hun cliënten en patiënten en meer dan 50% met administratie en overleg over de besturing van hun organisaties. Administraties die de spreadsheets voeden van managers die onderwijs, zorg en huisvesting bedrijfsmatig benaderen en te weinig affectie hebben met de ziel van hun werk. Control en spreadsheetmanagement lijken wel belangrijker geworden dan de klant en de doelstellingen van de organisatie. Professionals voelen zich niet gehoord en gewaardeerd en niet gelukkig bij de nadruk die is komen te liggen op zaken die niets met hun professionaliteit te maken hebben. Men voelt een steeds grotere onmacht om hun eigen waarde voor klant en samenleving op het netvlies te krijgen van beslissers. Bedrijven die in handen zijn gevallen van investeerders die het alleen om de aandeelhouderswaarde te doen is, verliezen hun bevlogen professionals.

8. Ik wil kort toch even aanstippen, ik heb het inmiddels in meer dan 100 columns vanuit meerdere invalshoeken gedaan, dat we langzaam toegroeien naar een politieke crisis, waarin traditionele machtsblokken versplinteren, en de onmacht van de nieuwe meer populistische of single-issue-partijen, om vorm te geven aan wat ze hun kiezers beloven steeds meer mensen doet twijfelen aan de zin van stemmen en kiezen en de geloofwaardigheid van politiek en politici dreigt af te kalven tot een betreurenswaardig minimumniveau. En niet omdat ze het zelf zo slecht doen, maar omdat de wereld altijd al ingewikkeld is geweest en zelfs ingewikkelder wordt en het dus steeds moeilijker is uit te leggen wat je doet en waarom. Als dat “moeilijk en ingewikkeld” er dan vervolgens toe leidt dat politici gaan “pr-en en spinnen” in plaats van uitleggen wat moeilijk is en waarom, uit angst de zappende kiezer te verliezen, dan maak je het alleen maar erger. Mooie praatjes verdiepen de geloofwaardigheidskloof als ie er eenmaal is. Maar te dikke mensen volgen diëten waarvan ze later weer nog dikker worden dan ze waren. Rokers die roken omdat ze stress hebben, vergroten hun stress als ze stoppen met roken, in plaats van eerst wat aan hun stress te doen. Bange politici vergroten hun eigen ongeloofwaardigheid.

9. Ik durf het haast niet te zeggen, maar hebben we niet ook een soort zingevingsprobleem met zijn allen? We wonen en recreëren of kopen boeken in kerken of we hebben ze afgebroken. Niet dat ik nou alle zingevingsheil van kerken verwacht, maar als ik nog eens naar de wereld van mijn opa kijk…. De aarde was nog het middelpunt van de wereld, God had de aarde nog in zeven (ok zes plus rustdag) dagen geschapen en die aarde was nog maar een tienduizend jaar oud. Er was een persoonlijke god die toezag op wat je deed en over je oordeelde. Je kwam je dorp maar een paar kilometer uit. Je kende je vrienden en je vijanden. Nu is God dood (opa had Nietzsche niet gelezen), de aarde miljarden jaren oud, de mens een tijdelijk product van een evolutieproces, de wetenschap die eerst de wereld onttoverde verloor vervolgens zelf haar glans door diepe twisten in het openbaar, plagiaten en zelfverzonnen gegevens. Nu krijgt deze moderne mens een duizendvoud aan indrukken en informatie te verwerken per dag van wat mijn opa kreeg, ben ik in meerdere werelddelen geweest. Ik heb internet en een computer. Waar mijn opa de auto in vijftig jaar “heeft zien komen” heb ik de mobiele telefoon in vijftien jaar gemeengoed en smart zien worden. Waar voor mijn opa de muzelmannen iets waren waar we vroeger iets met kruistochten tegen probeerden te doen, hebben we ze nu naast ons wonen of in de familie, of hebben ze (tot vijand) gebombardeerd in onze war on terror. Communisme en socialisme die eerst godsdienst bestreden als opium voor het volk bleken dat zelf te zijn en onbarmhartig te falen als model om een samenleving mee in te richten. Wat geloven we nog? Bestaat er nog ergens “waarheid” over? En waarom zouden we nog ergens in willen geloven? En wat zijn waarden dan? En voor wie? Wie zijn we zelf? Wereldburger of blanke Enschedeër? Geloof ik de ruziënde economen nog en de politici die ze napraten? Helpen we onszelf door in Europa te blijven geloven? Of is er alleen maar een plat eigenbelang en groepsbelangetje en is het streven naar iets meer rechtvaardigheid in de wereld een verloren strijd? Bij voorbaat? Of is er toch iets?

Kortom, we need change. Obama zoals gezegd was de roepende hoopgever in de woestijn, maar kwam in zijn poging om de gewone middleclass Amerikaan weer op de politieke agenda te zetten, wapens uit te bannen, Quantanamo als symbool van onrecht op te heffen niet erg ver. Binnen het bijna superieure (en dat meen ik) Amerikaanse democratische systeem bleken de tegenkrachten voor zijn hervormingen te groot en de verstrengeling met andere machtssystemen binnen de economie te intensief en resistent. En wat zegt het over het grote complexe institutionele systeem, als Al Gore pas toen hij Vice President af was, met zijn campagne over An Inconvenient Truth begon? Kan je dan als je in dat systeem een machtspositie bekleedt minder dan wanneer je eruit bent gestapt? Wat zegt het dat die pindaboer Jimmy Carter pas toen hij geen president meer was zoveel heeft betekend in vredesprocessen? Verlamt het systeem zijn deelnemers? Moet elke gemeente een cultuurpaleis en een onderwijsboulevard en een vliegveld, ook als dat betekent dat er voor inhoudelijke cultuur geen geld meer is, het onderwijs moet verschralen om de kapitaalslasten van de investeringen in gebouwen op te brengen en overal regionale vliegvelden ten koste van de burgers in het gebied creperen? Is er systeemtheoretisch elke keer maar weer alleen dezelfde soort uitweg en voortzetting van wat al gebeurde als we problemen of kansen ontwaren? Is er in de politiek en de werking van de die politiek dienende bureaucratie telkens maar weer de reactie van meer regels en beleid en wordt de overheid daardoor steeds “gulziger” en de burger afhankelijker? We weten beter, maar doen het telkens weer. En als de politiek op landelijk niveau dan eindelijk erkent dat zij zelf niet in staat is om de verzorgingsstaat opnieuw in te richten, dan mogen de gemeenten dat dan voor het rijk doen, maar tegen veel minder geld en speelruimte en volledig aan ’s rijks leiband. Ik kan hier nog een honderdtal voorbeelden aan toevoegen als ik ervoor ga zitten. Ik doe dat niet. Vooral niet omdat ik met deze litanie tot nu toe alleen maar bewijs dat dezelfde overheid waar ik veertig jaar voor heb gewerkt, zeer hoogst waarschijnlijk niet in staat is om te veranderen wat ze zelf in grote continuïteit veroorzaakt en slechts marginaal verbetert of zelfs erger maakt. Ik moet even bijkomen van de gedachte dat het nodig is om andere paarden in te zetten in het strijdperk. Dat ik de hoop op de ouwe vertrouwde en bevriende sporen maar eens even moet opschorten. Het voelt als het beëindigen van een diepe vriendschap, als het verplaatsen van een oude boom. Laat me maar even.

En laat me maar even de andere kant op kijken. Zo zie ik miljoenen Nederlanders zich ergens onbezoldigd druk om maken. Ze zorgen voor moeder of de buurman, zijn voorleesmoeder of oversteekvader, runnen de voetbalvereniging, houden de geschiedenis van hun gemeente levend door onderzoek te doen, helpen patiënten in ziekenhuizen, verzorgen dieren in asiels, zijn ehbo-er bij grotere bijeenkomsten of collecteren huis aan huis, enz. Dat een kabinet de participatiemaatschappij uitvindt als rechtvaardiging voor de afbouw van de verzorgingsstaat doet daarvoor nauwelijks ter zake. We deden het allemaal al. Er zijn burgers die zich druk maken voor zonnepanelen in de wijk omdat ze minder fossiele energie willen gebruiken, of zelfs een windmolenpark in de polder willen bewerkstelligen. Mensen nemen scholen over en bibliotheken, omdat ze zien dat wachten op de overheid niets oplevert. Er ontstaan woon-collectieven waarbinnen mensen zich prepareren op zorg voor elkaar als het nodig is en hun eigen kwaliteit willen bouwen. Zoals de Triodosbank in haar reclames zegt: klein is het nieuwe groot. Wat ik zie is hartverwarmend, is eerlijk en verdient steun. Het is economisch en ecologisch misschien marginaal en misschien blijft het dat ook. Misschien krijgen partijen die zo van onderaf en in eerste instantie ondanks de overheid beginnen met kledingruildagen en speelgoedruilbeurzen, met gezamenlijke kweek van inheemse groenten in verticale tuinen ondanks Monsanto en Syngenta, met crowdfunding voor buurtwinkels, uiteindelijk toch het inzicht dat ze dat logge systeem ook nodig hebben, ondanks dat dit telkens reproduceert wat zij anders willen. Vernieuwing in de economie komt vaak voor in de spin-off van vertragende logge bedrijven en wordt later daardoor weer opgepakt en geïnterneerd. Misschien heb je de gemeente wel erg hard nodig als partij in je zonnepanelenproject en eis je overmoedig en niet helemaal onsuccesvol dat ze naar jou nu eens anders optreden dan gebruikelijk, en helpt die brutaliteit ook nog. Maar waarom het gaat is dat de krachtbron van de verandering, van de change, uit een andere bron moet komen dat het verkalkte institutionele veld.

Tot zover de wereld, maar meneer Zuidema, wat doe jij dan? Ik maak mezelf wijs dat ik mijn hele leven heb gewerkt aan de kwaliteit van dat institutionele veld, dat ik onpraktisch ben en dat wat ik kan eigenlijk alleen in dienst kan staan van die overheid en haar context. Als ik nu eerlijk de conclusie trek uit dit in “Einem Guss aufgeschrieben” verhaal, betekent het dat ik eigenlijk al een half leven weet dat ik mijn kracht (ook) zou kunnen weiden aan het levensvatbaar worden en zijn van dit soort initiatieven en dat nog nooit heb geoefend. Klein beginnen dan maar meneer. Dan weet ik eigenlijk dat mijn overwegingen om de PvdA vaarwel te zeggen, niet voortkomen uit een heimelijke liefde voor Groen Links of zo, maar omdat de PvdA zoals vrijwel alle partijen, te weinig visie en kracht investeert in de veranderingsagenda die er toe doet. En ook dat het oprichten van een nieuwe partij die dat wel doet zinloos is. Ik ben niet bezig om van het ene politieke vakje in het andere te stappen, maar wil de vakjes uit. Ik ga zoeken, nederig om wat ik tot nu toe in en voor die andere wereld heb gedaan. En laat ik maar eens constateren dat ik het allemaal nog niet en niet meer weet en opnieuw wil ontdekken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *