Huisartsenpraktijk Enschede Noord

Toen ik hier ruim 40 jaar geleden kwam wonen heb ik me bij de groepspraktijk in Noord gemeld. Ik ben de tel kwijt. De eerste 25 jaar heb ik twee artsen gehad. Daarna ging het snel. De een kwam, de ander ging. Toen ik laatst vroeg “wie is mijn huisarts nu eigenlijk?” Kwam het antwoord: “zo doen we het niet meer.” Eigenlijk wist ik het al. Op een korte oase na is dat al zeker een jaar of zes aan de hand. Kennelijk kijken ze in je patiëntendossier (je mag duimen dat dit compleet is) en de assistente of geraadpleegde arts doet zijn/haar werk daarmee.
Ik heb daar grote problemen mee. Niet voor iedereen, de meeste jonge mensen hebben zo weinig een arts nodig dat dat prima kan werken. Maar niet als algemeen leidend beginsel. Er is een stevige kategorie ouderen en chronisch zieken, vereenzamende mensen die je zo niet kunt behandelen. En dat is Qua werk waarschijnlijk het hoofdbestanddeel van een praktijk.
Laat ik vooropstellen dat ik de beweging in die richting ook snap. De eerstelijnszorg heeft er veel taken bijgekregen die uit de specialistische hoek komen rond chronisch zieken. Er is veel administratieve rompslomp ontstaan door marktwerking en de sturende rol van zorgverzekeraars. Ik zie ook steeds meer huisartsen die parttime werken. En ik weet niet of het gezondheidscentrum Noord ook een winstdoelstelling heeft…. het lijkt er wel op. Het is in ieder geval een agglomeraat van meer dan 20 groepspraktijken in het hele land. En één van de eerste beloften is: “iedere patiënt heeft een eigen huisarts die uiteraard niet altijd beschikbaar is…. “ niet dus.
Ik benijd huisartsen die op dit moment in de voorhoede van de zorg staan en zeker nu in Coronatijd dan ook niet.

Laat ik toelichten waarom ik het fout vind om “de vaste huisarts” te rigoureus af te schaffen. Laat ik beginnen met een buurvrouw. Ze is 85. Twee jaar geleden viel ze in de kelder, kreeg een delier en raakte een tijd zo erg de draad kwijt dat ze is opgenomen op de gesloten afdeling van het verpleeghuis. We hadden onze laatste vaste huisarts gemeen. Hij kende haar. Zag dat er iets was blijven hangen na het delier, snapte een aantal complicaties in het karakter en ze vertrouwde hem. Later viel ze nog eens, brak een heup en na revalidatie droeg de tweedelijn mevrouw over aan de thuiszorg. Sindsdien gaat het aardig. Een maand geleden belde ze me op: “ik kreeg bezoek van een raar brutaal mens, in een spijkerbroek en met een rugzakje, die allerlei vragen stelde die haar niks aangaan en toen wou ze ook nog bloed prikken. Ik heb haar weggestuurd”. Ik heb er achteraan gebeld. En kreeg uiteindelijk een aardige mevrouw aan de bel die zei dat ze huisarts was, dat het team mijn buurvrouw al zo lang niet meer had gezien En ze zich zorgen maakten. Ze had eerst gebeld en ze werd dus ook telefonisch “afgepoeierd”. En dan zonder nadere begeleiding of wat ook maar gewoon aanbellen. Hoe naïef is een huisarts tegenwoordig? Ik heb deze arts twee namen gegeven van mensen die mijn buurvrouw wél vertrouwt en haar de raad gegeven die eerst te bellen zodat de arts en zijn/haar goede bedoelingen kan worden “ingeleid”. Dat moet ik een arts uitleggen? Schrijven ze alleen somatische steno in zo’n dossier, is er niemand die zich realiseert dat het hier om iets kwetsbaars gaat? Kennelijk. En kennelijk gingen de zorgen ook niet al te diep, want noch de buurvrouw, noch de andere vertrouwensman, noch ik hebben ooit meer iets van het bezorgde team gehoord.

Kennelijk, alleen wat somatische aantekeningen. En zijn die dan kloppend en compleet? Mijn ervaring van de laatste twee weken.
Tja, ik moet ook niet teveel mopperen, mijn eerste huisartsen en ik noemden elkaar bij de voornaam. Ze wisten wat voor werk ik deed, dat ik in het bestuur zat gedurende 8jaar van het revalidatiecentrum het Roessingh, dat ik liever minder zorg krijg dan meer, dat ik af en toe mopper te veel medicijnen te krijgen en door mijn werk gewend ben enigszins serieus genomen te worden. Nu kreeg ik twee weken geleden een stapeltje Coronaklachten en dus liet ik me testen: uitslag negatief, mooi, maar van een negatieve uitslag worden de klachten niet minder, deze week in tegendeel zelfs. Ik heb drie keer eerder een longontsteking gehad en ik begon wat te herkennen. Dus ik belde met de vraag of een van de artsen even wou luisteren. De eerste horde is een praktijkassistente. Die me niet kent. Die niet kan inschatten hoe goed ik op mijn 74ste inmiddels mijn eigen lijf ken en enigszins panikeerde toen ik zei dat mijn thermometer kapot was en dus niet zeker wist dat ik geen verhoging had. Die temperatuur bleek het kriterium en niet degene die met een vraag kwam. Ik heb al mijn aanleg voor cynische vragen ingeslikt. Een tweede keer uitleg gegeven en aangedrongen. Waarna ik na een uur werd teruggebeld door dezelfde assistente. Die me wist te melden dat ik het maar gewoon moest uitzieken. Ze had met “de” dokter gesproken, welke zal altijd geheim blijven, ze kent mij niet Ik ken hem niet…. een dossier met aantekeningen over copd en longontstekingen Is zonder aanwijsbare verhoging geen reden om een bellende patiënt serieus te nemen.

Ik neem aan dat ik niet de enige ben die bij dit soort ervaringen een lichte wanhoop voelt opkomen. Het zal ook bij andere praktijken gebeuren. Nou heeft deze wel een trackrecord van duiventil en dus is het hier wat zorgwekkender. Vanmiddag nog kreeg ik de bevestiging dat er alleen waarnemers werkten. Ik maak me steeds meer zorgen over de zorg: de veel te zware rol van marktpartijen, zorgverzekeraars, de absurde stapels contracten en administratie, het achter indicatiestellers en zorgverleners aan moeten jagen om je patiënten nog geplaatst te krijgen…
maar de onbenulligheid door afstandelijkheid in deze twee situaties was stuitend en dient een leerervaring te zijn. Mensen in gecompliceerde therapeutische situaties, mensen die op de weg naar het einde komen, hebben een arts nodig die ze kennen en vertrouwen, waarvan ze weten dat hij/zij hen kent, de context. Waar ze erop kunnen rekenen dat als het te verwarrend, beangstigend wordt, te deprimerend, er iemand is die dat kent en eventueel ook familie e.d. te woord kan staan. Daarvoor is het nodig dat je als arts bouwt aan dat vertrouwen en in de relatie investeert. Ik merkte exact het tegenovergestelde de laatste tijd. Ik heb een andere huisarts gevonden. Maar mijn vertrek lost niets op. Arts en Zorg heeft nog een boel te doen hier.

Ik hoop dat men nog tijd en energie heeft om wat te leren…

Bach, Goldberg, schoonheid, troost

Ik probeer een lezing voor te bereiden. Over de boeken die zijn geschreven met de Goldbergvariaties van Bach als inspiratiebron. En over de variaties zelf. Boeken die vaak trouwens sterk autobiografisch blijken. Ik lees de boeken en luister de muziek. Er ontstaan langzaam twee blokken met aantekeningen die willekeurig door elkaar heen staan. . Een blok van de lezing, feiten, citaten. En ander blok is een soort kaleidoscoop van wat er achter de ratio plaatsvindt. Niet helemaal zonder ratio, maar toch heel anders.

Drie van die boeken gaan over het leven met een gemis. Een van de vier, (er is ook een dichtbundel die ik nog niet heb), Bert Natter’s Goldberg, doet een poging om in het hoofd, het hart en de ziel te kruipen van de man wiens naam aan de variaties verbonden is. Anna Enquist verloor haar dochter en studeerde de variaties in. Philip Kennicott verloor zijn moeder en studeerde de variaties in. Er is een Janine Hoekstein die met de variaties verwerkt dat er geen danscarrière komt. Kennelijk maakt de combinatie van muziek horen en gaan spelen, de combinatie van alles wat er gebeurt als je met hoofd, hart en handen muziek instudeert, dat er andere verbindingen in je hersenen ontstaan die ook iets betekenen voor het leven met het gemis.

Ik zet weer een willekeurige versie op. Glenn Gould nu, niet uit 1955, maar de latere, met stereo en Dolby en zo. Probeer weer door te dringen in wat er gebeurt. De structuur begrijpen, de sfeer te ademen en de drietallen, het ongrijpbare te grijpen. en pak mijn aantekeningen. Lees ondertussen de aantekeningen die er al staan en soms bijna volledig onbegrijpelijk zijn. Ze staan overal tussendoor. Hier, zonder uitleg, een beetje geordend slechts, wat ik in de afgelopen weken opschreef:

Schoonheid troost niet meneer Kayser.
Schoonheid overrompelt, je voelt je nietig
Schoonheid knaagt aan de rand van je bewustzijn als een diep ervaren gemis;
om iets dat je kende of kon, of waarvan je deel van uitmaakte, en waar je nu niet meer bij kan komen.
Vasalis: ‘Niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’
Schoonheid maakt dat je je naakt voelt, kwetsbaar en onmachtig
Schoonheid is in het moment. Ik heb bittere tranen geweend om iets dat een week later betekenisloos leek en onherkenbaar.

Ratio, mijn schild.
Ratio, mijn beschermer tegen mijn angsten, mijn impulsen, mijn op de loop gaan van mijn fantasie.
Ratio, de plaatsgever. Die je de stoel wijst waarin je beter en kritischer kunt kijken naar dat wat je bang maakt, verdriet brengt, verontrust.
Ratio, help je tegen schoonheid? Helpt het om te begrijpen wat een “Canon” is en wat de verbanden zijn tussen de 10 Canons in de variaties? Help je tegen de ademnood die optreedt bij het luisteren?
Ratio, is schoonheid te definiëren, te ontleden, te bewijzen?

Wat is dan troost, waartoe dient het?
Troost glipt uit mijn vingers, dit is een denkvraag.
Het leven schotelt me zoveel voor dat anders is dan ik. Dan ik wil en droom, dan ik kan en droom te kunnen. Maar leven is juist dat.
Troost? Het begin van leren samen te vallen met wat er is? Samen te vallen met wat me ergert en kwetst? Samen te vallen met mijn onmacht om daarin iets van betekenis te betekenen?
Dan valt troost samen met die kwetsbaarheid.
Dan zijn troost en dat waarvoor of waartegen je getroost wilt worden verbonden punten op de spiraal die “leren leven” heet. Een spiraal die “eenheid” heet?
Is het dan juist het kunnen/willen/durven ervaren van kwetsbaarheid, van ontoereikendheid, van gemis, van onvervulbare passies en waarschijnlijke betekenisloosheid uiteindelijk van je leven… die troost biedt?

Een lezing houden over Bach. Een doel. De volmaakte vorm van iets willen dat niet kan. De inspiratie van Bach begrijpen, zijn kracht, het overbrengen van de inspiratie die dat oproept bij die schrijvers. Doelen zijn belachelijk. Ook het overbrengen van de kans om van de schoonheid van muziek en literatuur te genieten. Kan ik dat?

Ik lees wat ik nu heb geschreven en het riekt verdorie naar religie…. Is er troost, of rust, of een ‘dichter bij de volmaaktheid’ of een ‘dichter bij het weten van de eenheid’ te vinden als je troost zoekt in schoonheid, in dat wat je niet begrijpt, kwetsbaar maakt en beangstigt?
En hoe dicht ligt dat quasi-religieuze zoeken tegen aan het volgen van een groot leider? Of tegen het bewonderen van een genie als Bach?

Weet ik wel wat ik doe? Is dit niet mijn lezing… in plaats van het ontrafelen van mythes over slapeloze vorsten en ’s nachts spelende leerlingen? Over Bachs discipline en leven met de dood? En de inspiratie die dat kennelijk aan de schrijvers bood?


Oorwurmen -*- OE IE OE AA AA

Vanmorgen had ik er weer één. Deze:

Alleen de eerste drie regels. Uren achter elkaar, soms met een paar minuten ertussen. Ik wist niet meer wie het zong, ik zag wel een grote zaal. Een associatie met het songfestival. Ik had het denk ik meer dan 40 jaar niet meer bewust gehoord. En eigenlijk vond ik het toen ook al niet lelijk, maar ook niet bijzonder.
Zo’n “ongevraagde voortdurende herhaling van een flard muziek” noem ik een “Oorwurm”. Wat gebeurt er dan in Vredesnaam? Waar komt het vandaan? Ik weet dat ik er melig van word. Ik kan het nauwelijks beïnvloeden, soms lukt het door een andere oorwurm te zoeken en die te gaan zingen. Soms door melige grappen te bedenken. Door La vie sans toi, bijvoorbeeld om te zetten naar La vie sans toît: het daklozenbestaan.

Muziek of hersentje?

Als ik mijn collectie oorwurmen bekijk hebben ze maar één ding gemeen. Ze zijn betrekkelijk simpel. Er zit klassieke muziek en jazz tussen, maar dan ook alleen makkelijke flarden. Wil muziek als oorwurm tot leven komen mag het geen virtuoos of vernieuwend hoogstandje wezen. En toch. Kinderliedjes zitten er bij mij niet bij. Geen kleuterdreunen al zijn die ook simpel (een kleuterdreun is een melodietje dat zich afspeelt binnen vijf noten naast elkaar. Een beroemde in de popmuziek is van Pink Floyd, Another Brick In The Wall met ook de zingende schoolklas.)
Verder maakt het niets uit of ik het mooi vind of niet. Er zitten ertussen die ik vanaf de eerste keer dat ik ze hoorde verafschuw. En soms denk ik wel eens dat die in de meerderheid zijn. En het lastigst kwijt te raken. Sommige zijn erg hardnekkig. Het is in ieder geval bij mij wel zo, dat de muziek waar ik nu het meest naar luister geen oorwurmen oplevert. Daar is die muziek te complex voor kennelijk.
Wat me ook opvalt is dat de muziek die ik, als hopeloze amateur, zelf vroeger via gitaar of piano heb ingestudeerd en dus stevig in het geheugen gegraveerd zou moeten staan, nauwelijks oorwurmen oplevert. Een enkele van Randy Newman misschien, maar verder..

Wat is er toch met het geheugen, dat sommige muziek zich er zo gemakkelijk nestelt, en zo scherp en makkelijk terugvindbaar. Zo, dat je na twee noten al weet wat het is en er hele contexten bij krijgt. Deze bijvoorbeeld (eentje die ik háát en ook soms meer dan 24 uur actief blijft als ie opduikt):

En wat maakt het nou, dat ie opduikt. Vicky bijvoorbeeld kwam volstrekt spontaan. Er was geen enkele aanleiding. Maar als ik voor een bijeenkomst met wat vrienden naar Thea in Noordwijk aan zee rijd, is het niet onlogisch als deze opduikt:

En ook dat is er weer een die nooit in een lijstje met favorieten zou komen. Geen hekel, maar O wat zou ik het niet erg vinden als ik het nooit meer hoorde. De autoradio helpt dan.

Oliver Sacks heeft in Musicofilia aandacht besteed aan veel connecties tussen muziek en het brein. Mensen verschillen nogal in de mate waarin ze last hebben van dit soort verschijnselen. Bij de een speelt muziek nou eenmaal een veel belangrijker rol dan bij de ander en dus sla je dan ook meer op. Maar waarom de zoekmachine zo willekeurig is, zo slecht beïnvloedbaar, kwam ik ook bij Sacks niet tegen. Het nu volgende exposé is dan ook van dezelfde willekeur…

Spontaan en infantiel OE IE

Ook dit is zo’n plakkerd. Op de een of andere manier is die gekoppeld aan “leuk”. Je krijgt hier alleen tekst, maar ik zie beestjes en kinderen. De oorwurm stopt bij mij direct na de eerste walla balla bing bang. Dit was geen kinderliedje uit mijn jeugd. het komt er wel aardig dichtbij, om een van mijn eerdere waarnemingen lichtjes te ontkrachten.

Of mijn vader

Mijn vader speelde altijd Bach op het harmonium. En we luisterden rond pasen meestal op de radio naar de Matthäuspassion. In een lesboekje vond hij Buss und Reu en hij leerde het mij spelen. Hij komt de laatste jaren met regelmaat, en tot genoegen, maar alleen de inleidende instrumentale maten, niet de aria zelf.

Of een baas waarmee ik overhoop lag.

The Lion never sleeps. Hij is er al als oorwurm zo lang als ik hem ken. Maar er was een periode dat een hogere legerleiding mij opzadelde met een baas die Wim heette en waarmee het steeds slechter ging boteren. Ik weet nog dat een collega me op de gang aansprak dat “A Wim Away” toch wel herkenbare associaties opriep en dat ik er een beetje bij moest nadenken wat ik zong op kantoor. Ik wist niet eens dat ik met die vervloekte oorwurm meezong.

Duistere Duitsers: Dam Dam

En met Duitse muziek heb ik al helemaal weinig. Mijn oudste Duitse oorwurm… Dankzij mijn primair op Engels gerichte vreemde-talenknobbel, hoorde ik altijd ‘Jongen, kom kaal terug’. De oorwurm is alleen het refrein

De tweede, is wat mij betreft veel korter en houdt na twee keer Dam Dam op. Aan dat marmer enzo kom ik nooit toe. het blijft bij Niet huilen als het regent

Volendam

George Baker en the Cats, BZN… Daar zit veel muziek bij die oorwurmpotentie heeft. Una Paloma Blanca bijvoorbeeld, of ‘Mon Amour Tu Est Ma Rose’, maar het hardnekkigst is de “Eenwegwind”. Het is volgens mij een niet bestaand Engels woord dat zelfs in het Volendamse paling-Engels niet eerder voorkwam. Een vondst… Een Antil, waar de wind vrijwel altijd uit dezelfde hoek waait, leidt tot scheefgroeiende bomen. Staan er ook in Zeeland wat van.. En als die wind een keer in mijn kop uit die hoek waait….

Verlos me

Twee maanden geleden werd ik wakker met in mijn kop de volgende tekstregel: “I’m caught in a trap, I can’t get out. Because I love you too much baby”. Eerst alleen tekst. Toen melodie, na tien minuten wist ik het pas: Elvis. Ook 40 jaar niet meer gehoord. Muurvast en gedetailleerd in het geheugen. Maar hij kwam zelf ook niet uit de val.

Maar een tijdje, weken, later klonk het bij het opstaan (tot laat in de avond) “I see my light come shinin’, from the West down to the East. Any day now, any way now, I shall be released”. Nou die verlossing liet dus meer dan 12 uur op zich wachten. En maar roepen, any way now….. no way man

En als de gasten binnen komen

Nog een oorwurm met aanleiding? En eentje die me dierbaarder is dan veel anderen? Deze behoeft verder geen kommentaar dan…

(En oja, als het gezellig was, en als ze weer weg zijn en ik eigenlijk een beetje te veel, je weet wel, ben om zin te hebben in opruimen):

Enge Engelsen: Blond(ie)

Ik heb niks tegen blond, in tegendeel. Maar er zijn er…. En deze mevrouw, Debbie met haar bandje, drijft me met enige regelmaat bijna tot een soort doffe wanhoop, Een soort hologige staat met beslagen tong en hangende schouders. Ligt aan mij. Vanaf dag één …. en ik bespaar jullie andere erg enge Engelsen, zoals You’ve Got This Strange Effect On Me, (Nee, welk effect wil je niet weten) of “Our House Is In The Middle Of Our Street” (en staat dan ook danig het verkeer in de weg). En nog zo het een en ander aan sticky Brits, die me erg down stemmende oorwurmen kunnen opleveren.

Blues die me blij maakt

Laat ik blij afsluiten. Een van de eerste klassieke stukken waarvoor ik diep boog en altijd bij me is gebleven. Diverse flarden eruit. Sommige orkestraal, andere piano, telkens maar een paar maten. Maar die mag van mij zomaar twee dagen in het oor blijven. De naar Amerika geëmigreerde Baltische Jood Gershwin…